← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:4407

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND StrafrechtZittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-240326-20 (vordering verlenging tbs en vordering omzetting tbs) Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 21 januari 2025 in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , thans verblijvende te [verblijfplaats] , hierna: betrokkene. 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder: het vonnis van deze rechtbank van 29 juli 2021, waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling; stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 13 augustus 2021; de beslissing van deze rechtbank van 26 juli 2023, waarbij de termijn van tbs met voorwaarden voor het laatst is verlengd met een jaar; het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 7 maart 2024, opgemaakt door [A] , reclasseringswerker, inhoudend het advies om de tbs met voorwaarden om te zetten in tbs met dwangverpleging; de vordering van de officier van justitie van 8 maart 2024 tot omzetting van de tbs; het bevel van de rechter-commissaris tot voorlopige verpleging van betrokkene van 8 maart 2024; het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 29 maart 2024, opgemaakt door [A] , reclasseringswerker, inhoudend het advies om de behandeling van de vordering tot omzetting van de tbs aan te houden en betrokkene te laten observeren in het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC); de beslissing van deze rechtbank van 2 april 2024, inhoudend het bevel tot observatie van betrokkene in het PBC gedurende maximaal 7 weken; het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 17 mei 2024, opgemaakt door [A] , reclasseringswerker, inhoudend het advies om de tbs te verlengen met twee jaar; het Pro Justitia-rapport van 29 mei 2024 van drs. H.A. Gerritsen, psychiater; de vordering van de officier van justitie van 11 juli 2024 tot verlenging van de tbs met twee jaar; de beslissing van deze rechtbank van 27 augustus 2024, inhoudend het bevel tot observatie van betrokkene in het PBC gedurende maximaal 12 weken (in plaats van maximaal 7 weken); het Pro Justitia-rapport van het PBC van 23 december 2024, opgemaakt door A. Brouwer, psychiater, en J. Heerschop, GZ-psycholoog, inhoudend het advies om de behandeling van betrokkene voort te zetten in het kader van een maatregel tbs met dwangverpleging; de voortgangsverslagen over de periode 19 april 2023 tot en met 13 februari

  1. 2Het onderzoek ter terechtzitting De behandeling van de zaak heeft op 7 januari 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord: - de officier van justitie, mr. S. Mirshahi; - betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam; - [A] , reclasseringswerker. 3Het standpunt van de reclassering Het standpunt van de reclassering blijkt uit de onder 1 genoemde adviezen van 7 maart 2024 en 17 mei
  2. De reclasseringswerker heeft ter zitting verwezen naar deze adviezen. De omzetting De reclassering adviseert de tbs met voorwaarden om te zetten in tbs met dwangverpleging omdat het niet langer verantwoord is de behandeling voort te zetten in het kader van een tbs met voorwaarden. De verlenging De reclassering stelt zich op het standpunt dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog. De reclassering adviseert de tbs te verlengen met twee jaar. 4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen Stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens Uit het onderzoek door het PBC komt naar voren dat er bij betrokkene sprake is van complexe psychopathologie, zich uitend in meerdere (psychiatrische) stoornissen, te weten: - een autismespectrumstoornis (hierna: ASS); - ten minste trekken van een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis; - een ongespecificeerde somatisch-symptoomstoornis of verwante stoornis. Forensisch relevante somatische stoornissen: type 1 diabetes, niet-aangeboren hersenletsel (hierna: NAH) en epilepsie. De deskundigen overwegen over de oorzaak van agressief gedrag door betrokkene als volgt. Hoewel betrokkene zelf epilepsie (en eerder in zijn leven diabetes) ziet als enige aanleiding tot agressief gedrag, zijn de deskundigen van mening dat de geobserveerde beperkingen in de impulscontrole, frustratietolerantie en agressieregulatie primair voortkomen uit de ASS en de persoonlijkheidsproblematiek. In situaties waarin betrokkene overvraagd wordt of zich benadeeld voelt (vaak wegens aantasting van zijn starre overtuigingen, autonomie of eigenwaarde), kan de spanning oplopen. Bij oplopende spanning is betrokkene geneigd achterdochtig te worden en de oorzaak van problemen te externaliseren. Bijkomend complicerend is het beperkte inlevingsvermogen. Vanuit al deze factoren tezamen kan betrokkene in zulke situaties overgaan tot het vertonen van (fysiek) agressief gedrag naar anderen. Soms is hierbij sprake van verlies van controle, soms laat betrokkene bewust agressief gedrag zien om iets af te dwingen, of omdat hij dat gerechtvaardigd vindt. Betrokkenes somatische problematiek (diabetes type 1, NAH en epilepsie) en mogelijk het gebruik van anabole steroïden (in de periode voor het indexdelict), kan een bijdragende rol hebben in de beperkingen in de impulscontrole, frustratietolerantie en agressieregulatie, en is hiermee een extra risicofactor bovenop het risico op agressie vanuit de ASS en persoonlijkheidsproblematiek. Hypo- en hyperglykemieën kunnen prikkelbaarheid en agressie in de hand werken; NAH kan een algemeen negatief effect op de impulscontrole hebben en ongerichte agressie kan voorkomen tijdens epileptische insulten. Ook het gebruik van anabole steroïden kan agressie stimuleren. Betrokkenes ongespecificeerde somatoforme stoornis speelt geen directe rol in de impulscontrole, frustratietolerantie en agressieregulatie, maar is wel een complicerende factor in de behandeling van betrokkenes psychiatrische (ASS en persoonlijkheidsproblematiek) en somatische problematiek. Het recidiverisico De deskundigen schatten het recidiverisico in als hoog, mogelijk ook op korte termijn, zowel binnen de klinische setting als daarbuiten. Op grond van ervaringen uit het verleden is duidelijk dat betrokkene zelfs in de intensief gestructureerde en steunende setting van een FPC vrij plotsteling (ernstig) agressief gedrag kan laten zien. Indien betrokkene nu onbehandeld terug zou keren in de maatschappij, wordt zowel het risico op geweld als het risico op ernstig lichamelijk letsel als hoog ingeschat. De behandeling In de behandeling dient de focus volgens de deskundigen van het PBC sterk te liggen op de ASS en de problematische persoonlijkheidsfactoren. Betrokkene dient onder andere te leren wat deze problematiek inhoudt, hoe hij zich het beste kan gedragen in contact met anderen en hoe zijn problematiek zich verhoudt tot agressie. Naar inzicht van betrokkenes toekomstige behandelaren zou eventueel aanvullende psychotherapie (gericht op verlieservaringen (werk, relaties) of traumatische ervaringen in het verleden (pesten)) of medicatie nog bijdragend kunnen zijn. Daarnaast is van belang dat betrokkenes diabetes type 1 en epilepsie goed onder controle komen, daar ontregeling van deze somatische ziekten ook negatief bijdraagt aan het recidiverisico. Naast puur medische zorg is er op dit punt ook aandacht nodig voor psychologische factoren in relatie tot de somatische problemen van betrokkene (diabetes type 1, NAH, epilepsie) (de ongespecificeerde somatisch-symptoomstoornis of verwante stoornis), met name gericht op het (maladaptieve) gezondheidsgedrag. Aanvullende diagnostiek naar de aanwezigheid van specifieke somatoforme stoornissen strekt tot de aanbeveling, omdat het adequaat behandelen van betrokkenes somatoforme problematiek conform geldende richtlijnen positief kan bijdragen aan de voortgang van betrokkene. De behandeling dient volgens de deskundigen initieel plaats te vinden in een klinische setting, gezien de intensiteit van behandeling die betrokkene behoeft, en tevens gezien het hoge recidiverisico, waarbij geadviseerd wordt betrokkene te plaatsen binnen een FPC gespecialiseerd in de behandeling van ASS en persoonlijkheidsproblematiek. Plaatsing binnen een FPA of FPK is niet passend gezien het hoge recidiverisico en de verwachting dat een langdurig klinisch traject nodig zal zijn. De deskundigen zijn van mening dat behandeling van betrokkene dient plaats te vinden in het kader van tbs met dwangverpleging. Behandeling in het kader van een tbs met voorwaarden is niet haalbaar gezien het gebrek aan inzicht bij betrokkene, zijn beperkte behandelmotivatie, het eerdere verloop van de tbs met voorwaarden en de problematiek van betrokkene, die te complex is voor de reclassering. 5Het standpunt van de officier van justitie De omzetting De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging gehandhaafd. De verlenging De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met twee jaar gehandhaafd. 6Het standpunt van de verdediging De omzetting De raadsman heeft verzocht om afwijzing van de vordering tot omzetting en betrokkene nog een kans te gunnen de behandeling in het kader van de tbs met voorwaarden voort te zetten. De verlenging De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vordering tot verlenging. 7Het oordeel van de rechtbank Stoornis en recidivegevaar Uit het de Pro Justitia-rapport van het PBC blijkt dat sprake is van diverse stoornissen bij betrokkene, zoals hierboven uiteengezet. Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de rapportage van de deskundigen te twijfelen en neemt deze over. De omzetting Op grond van artikel 6:6:10 eerste lid, aanhef en onder e van het Wetboek van Strafvordering, voor zover hier relevant, is de rechter, indien de ter beschikking gestelde een gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, gedurende de looptijd van de terbeschikkingstelling, bevoegd te beslissen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Uit het reclasseringsadvies van 7 maart 2024 blijkt dat betrokkene zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die hem bij het vonnis van 29 juli 2021 zijn opgelegd. Betrokkene heeft op 20 februari 2024 geweld gebruikt tegen een medepatiënt in de FPK [naam] en is gedwongen ontslagen. Uit het Pro Justitia-rapport van het PBC, zoals hiervoor weergegeven, blijkt dat betrokkene een complexe psychopathologie heeft, zich uitend in verschillende stoornissen, dat het recidiverisico hoog is en dat behandeling in het kader van tbs met dwangverpleging noodzakelijk is. Gelet op het advies van de deskundigen van het PBC is de rechtbank van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat betrokkene alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van betrokkene en de raadsman om betrokkene opnieuw een kans te geven om de behandeling in het kader van tbs met voorwaarden voort te zetten. Zoals de deskundigen van het PBC onderbouwd hebben aangegeven is behandeling in het kader van de tbs met voorwaarden voor betrokkene niet passend, gelet op onder meer zijn problematiek, het eerdere verloop van de maategel en de beperkte mogelijkheden van de reclassering. De rechtbank wijst de vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in terbeschikkingstelling met dwangverpleging toe. De verlenging Gelet op het reclasseringsadvies van 17 mei 2024 en het Pro Justitia-rapport van het PBC en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs eist. De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs wordt verlengd met twee jaren als aannemelijk is dat de behandeling langer zal duren dan een jaar. Hier wordt alleen bij bijzondere omstandigheden van afgeweken. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en zal de maatregel met twee jaren verlengen. 8De beslissing De rechtbank - wijst toe de vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in terbeschikkingstelling met dwangverpleging; - beveelt dat [betrokkene] van overheidswege zal worden verpleegd; - verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaar. Deze beslissing is genomen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en I. Jadib, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari
  3. Mr. Jadib is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.