RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND StrafrechtZittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-660058-17 Betreft: de vordering tot verlenging tbs en de vordering tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 17 februari 2025 in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] ,thans verblijvende in de [verblijfplaats] , [adres] , [postcode] [plaats] , hierna: betrokkene. 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder: het vonnis van deze rechtbank van 19 oktober 2018 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag; stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 26 januari 2021; de beslissing van deze rechtbank van 23 januari 2023, waarbij de termijn van tbs voor het laatst is verlengd met twee jaar; het Pro Justitia-rapport van 14 november 2024, opgemaakt door R.J.A. van Helvoirt, psycholoog; het Pro Justitia-rapport van 25 november 2024, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater; het verlengingsadvies van [verblijfplaats] (hierna: de inrichting) van 25 november 2024, opgemaakt door drs. [A] (directeur behandelzaken), dr. [B] (hoofd behandeling) en drs. [C] (psychiater), inhoudend het advies om de tbs met verpleging te verlengen met een jaar en, bij een positief reclasseringsadvies, over te gaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging; de vordering van de officier van justitie van 20 december 2024, die strekt tot verlenging van de tbs met een jaar; de vordering van de officier van justitie van 20 december 2024, die strekt tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging; het ongedateerde (concept)reclasseringsadvies dat voorafgaand aan de zitting van 3 februari 2025 is verstrekt en het reclasseringsadvies van 14 februari 2025, opgemaakt door E. Maurits, reclasseringswerker; het e-mailbericht van 6 februari 2025 van de officier van justitie waarin onder meer wordt vermeld dat de reclassering heeft bevestigd dat betrokkene per 18 februari 2025 een opnameplek heeft bij [instelling] in Almere; de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 31 januari 2023 tot en met 26 juni
- 2Het onderzoek ter terechtzitting De behandeling van de zaak heeft op 3 februari 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord: - de officier van justitie, mr. S. Mirshahi; - de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Visscher, advocaat te [plaats] ; - de aan de inrichting verbonden deskundige, drs. [D] , - E. Maurits, reclasseringswerker. Daarnaast zijn de nabestaanden van het slachtoffer in de gelegenheid gesteld het woord te voeren over de voorwaarden die direct de belangen van de nabestaanden raken. Het onderzoek is gesloten op 17 februari
- 3Het standpunt van de inrichting Stoornis Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. In het verlengingsadvies wordt vermeld dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis, te weten een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Gevaar Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt ‘in zorg’ als laag ingeschat, maar ‘uit zorg‘ als oplopend naar matig tot hoog. Verlenging De inrichting adviseert de tbs te verlengen met een jaar en, bij een positief reclasseringsadvies, over te gaan tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. 4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen Stoornis De psychiater concludeert dat bij betrokkene sprake is van een aanpassingsstoornis met een gemengde stoornis van emoties en gedrag, volledig in remissie. De psycholoog stelt geen diagnose. Gevaar De deskundigen schatten het recidiverisico laag in, zowel bij voortzetting als bij beëindiging van de maatregel. Verlenging De deskundigen adviseren de tbs niet te verlengen. Als dat niet kan, dan dient de tbs te worden verlengd met één jaar en de dwangverpleging dient voorwaardelijk te worden beëindigd. 5Het standpunt van de reclassering Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde reclasseringsadvies. De reclasseringswerker heeft ter zitting het reclasseringsadvies toegelicht. Stoornis De reclassering heeft met betrekking tot de vraag of er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis volstaan met een verwijzing naar de bevindingen van de inrichting en de onafhankelijke deskundigen. Gevaar De reclassering schat het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel, op grond van de bevindingen van de onafhankelijke deskundigen, in als laag. Verlenging De reclassering adviseert de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. 6Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met een jaar gehandhaafd. Voorts heeft de officier van justitie verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen, onder de voorwaarden zoals genoemd in het conceptreclasseringsrapport. Het locatieverbod dient beperkt te blijven tot de woon- en werkplaatsen van de nabestaanden van het slachtoffer. Toezicht daarop in de vorm van elektronische controle dient plaats te vinden als na onderzoek blijkt dat dit haalbaar is. 7Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gepleit voor verlenging van de maatregel met een jaar en voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, zoals geadviseerd door de reclassering in het conceptrapport. Het locatieverbod moet niet worden uitgebreid, zoals verzocht door de nabestaanden van het slachtoffer. Dit is niet noodzakelijk en niet proportioneel. Hetzelfde geldt voor het verzochte toezicht door middel van elektronische controle. 8Het oordeel van de rechtbank Maximering – kan de tbs worden verlengd? Betrokkene is bij vonnis van 19 oktober 2018 voor poging tot doodslag veroordeeld tot onder meer tbs met dwangverpleging. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de tbs met dwangverpleging niet is gemaximeerd, omdat de tbs is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Omdat de tbs met dwangverpleging niet is gemaximeerd, kan de tbs worden verlengd als daar gronden voor zijn. Stoornis De inrichting gaat in het verlengingsadvies uit van een persoonlijkheidsstoornis. De psychiater komt tot de conclusie dat de narcistische kleuring van de persoonlijkheid van betrokkene niet het niveau van een persoonlijkheidsstoornis haalt. Zij diagnosticeert wel een aanpassingsstoornis van emoties en gedrag, maar die is volledig in remissie. De psycholoog diagnosticeert geen stoornis. Wel zijn er duidelijk kwetsbaarheden in betrokkene zijn persoonlijkheid die, binnen de specifieke context van de voor hem stressvolle periode zoals daarvan sprake was ten tijde van het indexdelict, hebben geleid tot ernstig disfunctioneren. Ter zitting heeft de aan de inrichting verbonden deskundige toegelicht dat het verlengingsadvies is gebaseerd op eerdere diagnostiek die is verricht door het Pieter Baan Centrum ten behoeve van de behandeling van de strafzaak. Daarna is door de inrichting geen nieuwe diagnostiek meer verricht. De deskundige heeft verklaard zich te kunnen vinden in de overwegingen van de onafhankelijke deskundigen over de afwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis. Het gedrag van betrokkene in aanloop naar en ten tijde van het indexdelict kan ook passen bij een aanpassingsstoornis, die inmiddels in remissie is. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten te twijfelen en neemt deze over. Op grond daarvan concludeert de rechtbank dat bij betrokkene sprake is (geweest) van een stoornis, in de zin van een aanpassingsstoornis. Dat de psycholoog niet tot een diagnose is gekomen vindt de rechtbank niet problematisch, nu die wel overeenkomstige kwetsbaarheden in de persoonlijkheid van betrokkene heeft benoemd. Voor het aannemen van een stoornis van de geestvermogens als bedoeld in artikel 73e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is bovendien niet vereist dat sprake is van een geclassificeerde stoornis volgens het handboek DSM
- De rechtbank overweegt verder dat voor verlenging van de tbs-maatregel op grond van artikel 38d, tweede lid, Sr niet noodzakelijk is dat (nog) sprake is van een stoornis. Dat de aanpassingsstoornis in volledige remissie is (in de huidige context van de tbs met dwangverpleging), betekent dus niet dat de tbs-maatregel niet kan worden verlengd. Recidivegevaar De inrichting ziet een recidiverisico dat oploopt naar matig tot hoog wanneer de tbs wordt beëindigd. De onafhankelijke deskundigen spreken in hun rapportages van een laag recidiverisico, ook wanneer de tbs wordt beëindigd. Volgens de psycholoog had het indexdelict een lange aanloop en heeft dit plaatsgevonden in een specifieke context: een desastreuze combinatie van aspecten in betrokkenes persoonlijkheid en een giftige dynamiek tussen beide echtgenoten binnen een langere periode waar in sprake was aanhoudende stress, waar betrokkene uiteindelijk na vele jaren niet meer mee om kon gaan, wat heeft geresulteerd in geweld richting zijn ex-vrouw. De kans dat een dergelijke situatie/context wederom ontstaat, moet niet als groot worden ingeschat, aldus de psycholoog. Ook de psychiater vindt dat het indexdelict moet worden gezien in de context van de nasleep van de echtscheiding. De ex-echtgenote van betrokkene is inmiddels overleden en het risico op herhaling van ernstig geweld kan volgens de psychiater niet worden veralgemeniseerd. Ook ziet de psychiater geen verhoogd risico op geweld naar de kinderen. Hoewel voorstelbaar is dat het gedrag van betrokkene destijds beangstigend is geweest voor de kinderen, heeft betrokkene zijn woede niet eerder op hen gericht, koestert hij geen wrok naar zijn kinderen, houdt hij bewust afstand van hen en wacht hij af of de kinderen het initiatief nemen om contact te leggen. De aan de inrichting verbonden deskundige heeft op de zitting toegelicht dat de inrichting een zelfde inschatting heeft over de risicofactoren als de onafhankelijke deskundige. Alleen gaat de inrichting uit van ten minste een matig recidiverisico wanneer een tbs-gestelde nog niet alle resocialisatiestappen heeft gezet. Dit geldt dus ook voor betrokkene die nog niet in het kader van een voorwaardelijk beëindigde tbs heeft geoefend met meer vrijheden en eigen verantwoordelijkheid. De kans op terugval zal toenemen als meerdere beschermende factoren zouden wegvallen, zoals het werk en de ondersteuning van betrokkene. Door zijn beperkte probleembesef- en inzicht, in combinatie met zijn coping bij oplopende spanning, loopt de kans op gewelddadig gedrag op als hij hierbij geen ondersteuning krijgt. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten te twijfelen en neemt deze over. De rechtbank gaat uit van een laag recidiverisico dat op termijn kan oplopen als betrokkene niet alle stappen van het resocialisatieproces doorloopt. Verlenging De rechtbank geeft betrokkene een compliment voor de inzet die hij de afgelopen jaren heeft getoond en de stappen die daardoor heeft kunnen zetten. De rigiditeit en gevoeligheid voor krenking die door alle deskundigen nog bij betrokkene worden gezien (al dan niet in de zin van een aanpassingsstoornis) in combinatie met het op termijn oplopende recidiverisico als het resocialisatieproces niet wordt afgerond, leiden op dit moment nog wel tot het oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs vereist. Verlenging met één jaar en voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging vindt de rechtbank daarom noodzakelijk en in verhouding staan tot het (beperkte) recidiverisico. Om een veilige terugkeer in de maatschappij te waarborgen is van belang dat betrokkene gaat oefenen met het opbouwen van vrijheden, waarbij hij kan terugvallen op het toezicht van en de begeleiding door de reclassering. Betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat hij daar zelf ook behoefte aan heeft. Gelet op het voorgaande is de rechtbank - anders dan de onafhankelijke deskundigen maar in lijn met het standpunt van de inrichting - van oordeel dat het (ook) uit gedragskundig oogpunt nog nodig is de maatregel te verlengen. Daarnaast schrijft artikel 6:2:17, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voor dat de tbs pas kan eindigen nadat deze minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest. Voorwaardelijke beëindiging De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van personen door het stellen van na te melden voorwaarden aan een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, voldoende kan worden gewaarborgd. Het betreft: • Meewerken aan reclasseringstoezicht; • Meewerken aan een time-out; • Niet naar het buitenland; • Ambulante behandeling; • Begeleid wonen of maatschappelijke opvang; • Contactverbod; • Locatieverbod (zonder elektronische monitoring); • Dagbesteding. Betrokkene heeft zich ter zitting bereid verklaard alle hem opgelegde voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege na te leven. De rechtbank overweegt over enkele voorwaarden nog het volgende. Ambulante behandeling Op dit moment lijkt geen sprake meer te zijn van een stoornis die behandeling vergt. De reclassering heeft ter zitting echter toegelicht dat deze voorwaarde is bedoeld om betrokkene in de gelegenheid te stellen gesprekken te voeren met een psychotherapeut over spanningen en stress die hij ervaart. Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij dit soort gesprekken nu ook wekelijks voert in de inrichting, daar baat bij heeft en er behoefte aan heeft dit voort te zetten. De rechtbank ziet ambulante behandeling in deze vorm dan ook als recidivebeperkend. Begeleid wonen of maatschappelijke opvang Voor betrokkene is per 18 februari 2025 een opnameplek bij [instelling] locatie ‘ [locatie] ‘ in Almere beschikbaar. Het betreft een begeleide woonvorm met ambulante begeleiding. Contact- en locatieverbod zonder elektronische controle Deze voorwaarden raken direct de belangen van de nabestaanden van het slachtoffer, tevens kinderen van betrokkene. De rechtbank vindt het in het belang van de veiligheid van de kinderen van betrokkene dat betrokkene op geen enkele wijze contact, direct of indirect, met hen opneemt. Dat betekent dus ook dat betrokkene zijn kinderen niet mag opwachten of aanwezig mag zijn in de buurt van hun woningen, werkplaatsen of de scholen van zijn kleinkinderen met het doel om enige vorm van contact te bewerkstelligen. De rechtbank ziet in het door het Adviescollege Verloftoetsing TBS goedgekeurde verlofplan, waarvan melding wordt gemaakt in het verlengingsadvies van de inrichting, voldoende onderbouwing voor het opleggen van een locatieverbod voor [plaats] , [plaats] en [plaats] . De kinderen van betrokkene hebben verzocht om een verbod dat ziet op meer locaties en met toezicht daarop in de vorm van elektronische controle. Hoewel de aan de inrichting verbonden deskundige op de zitting en reclassering in het rapport van 14 februari 2025 daarover positief adviseren, gaat de rechtbank daarin niet mee. Uit de indringende verklaringen afgelegd door de kinderen van betrokkene op de terechtzitting leidt de rechtbank af dat zij ernstig vrezen dat betrokkene opnieuw de fout in zal gaan en zijn agressie zal richten tegen zijn (klein)kinderen. De kinderen kijken anders aan tegen de recidivekans dan de betrokken deskundigen. Hoewel de rechtbank, gelet op de gebeurtenissen in het verleden, de angstgevoelens van de kinderen invoelbaar vindt, ziet zij in wat op de zitting is verteld geen aanleiding om van het professionele oordeel van de deskundigen over het recidiverisico af te wijken. Een verdere inperking van betrokkenes bewegingsvrijheid door meer locaties toe te voegen aan het locatieverbod en daarop te laten toezien door middel van elektronische controle, vindt de rechtbank niet in verhouding staan tot het beperkte recidiverisico. Voor het uitbreiden van het aantal personen waarop het contactverbod ziet, zoals voorgesteld in het reclasseringsrapport van 14 februari 2025 ziet de rechtbank geen noodzaak. Gelet op het contactverbod is het betrokkene namelijk al niet toegestaan om indirect contact te zoeken met zijn kinderen. Contact zoeken met zijn kleinkinderen of de partners van zijn kinderen, ziet de rechtbank als een vorm van indirect contact met zijn kinderen. Geen schuldhulpverlening Betrokkene heeft geen financiële problemen. De enkele omstandigheid dat financiën in het verleden aanleiding zijn geweest voor ruzies met de (inmiddels overleden) ex-partner van betrokkene, is, mede tegen de achtergrond van de vereiste proportionaliteit, onvoldoende om aan te nemen dat het stellen van een dergelijke voorwaarde op dit moment noodzakelijk is. 9De beslissing De rechtbank - verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met een jaar; - bepaalt dat de verpleging van overheidswege met ingang van 18 februari 2025 onder de volgende voorwaarden wordt beëindigd: Meewerken aan reclasseringstoezicht Betrokkene werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in: • Betrokkene meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is. • Betrokkene laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen. • Betrokkene houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden. • Betrokkene helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid. • Betrokkene werkt mee aan huisbezoeken. • Betrokkene geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners. • Betrokkene vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering. • Betrokkene werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht. Meewerken aan time-out Als de reclassering dat nodig vindt en betrokkene daarmee instemt, kan betrokkene voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of betrokkene deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar. Niet naar het buitenland Betrokkene gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering. Ambulante behandeling Betrokkene laat zich behandelen door het Forensisch FACT-team ‘ [verblijfplaats] ’ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk na het ingaan van de voorwaardelijke beëindiging. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Begeleid wonen of maatschappelijke opvang Betrokkene verblijft bij [instelling] , locatie ‘ [locatie] ’ te Almere of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk na het ingaan van de voorwaardelijke beëindiging. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. Contactverbod Betrokkene heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [E] ( [geboortedatum] -1977), [F] ( [geboortedatum] -1986) en [G] ( [geboortedatum] -1990), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Locatieverbod (zonder elektronische monitoring) Betrokkene bevindt zich niet in [plaats] , [plaats] en [plaats] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Dagbesteding Betrokkene spant zich in voor het vinden en behouden van (onbetaald) werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag. Deze beslissing is genomen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mrs. M.J. Terstegge en J.I.M. Kuin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen – van der Hoek, griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 februari
- Mrs. Terstegge, Kuin en Van Wiggen zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.