RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND StrafrechtZittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-265641-19 (vordering verlenging tbs en vordering wijzing voorwaarden tbs en vordering omzetting tbs) Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 6 mei 2025 in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde: [betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,op dit moment verblijvend in P.I. [plaats 1] , hierna: betrokkene. 1De stukken De rechtbank heeft onder meer acht geslagen op de volgende dossierstukken: het vonnis van deze rechtbank van 10 november 2020 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onder meer het medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing en bedreigingen met brandstichting, zware mishandeling en een misdrijf tegen het leven gericht; stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 16 maart 2021; de beslissing van deze rechtbank van 5 april 2023, waarbij de termijn van tbs voor het laatst is verlengd met een jaar en waarbij de voorwaarden van de tbs zijn gewijzigd; de beslissing van deze rechtbank van 20 september 2023, waarbij de voorwaarden van de tbs zijn gewijzigd; de vordering van de officier van justitie van 25 januari 2024, tot verlenging van de tbs met twee jaar; het proces-verbaal van de zitting van 12 februari 2024, waarbij de behandeling van de vordering tot verlenging is aangehouden voor onbepaalde tijd omdat betrokkene op 13 maart 2024 is overgeleverd aan de Belgische autoriteiten; de vordering van de officier van justitie van 27 maart 2025, tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging; de vordering van de officier van justitie van 10 april 2025, tot wijziging van de voorwaarden van de tbs; het bevel van de rechter-commissaris van 27 maart 2025 tot voorlopige verpleging van betrokkene; het reclasseringsadvies van 29 december 2023 tot verlenging van de tbs met voorwaarden met twee jaar; het reclasseringsadvies van 26 maart 2025 tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging; he reclasseringsadvies van 17 april 2025 tot voortzetting van de tbs met voorwaarden; het Pro Justitia-rapport van 27 november 2023, opgemaakt door E.J. Muller, psycholoog; de voortgangsverslagen van betrokkene over de periode 6 april 2023 tot en met 24 januari
- 2Het onderzoek ter terechtzitting De behandeling van de zaak heeft op 22 april 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord: - de officier van justitie, mr. A.L. Rinsma; - de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.T. Brassé, advocaat te Amsterdam; - de reclasseringswerker [A] . 3Het standpunt van de reclassering Het standpunt van de reclassering blijkt uit de onder 1 genoemde reclasseringsadviezen. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het meest actuele standpunt van de reclassering toegelicht. Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog. De reclassering adviseert de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaar. De deskundige heeft ter zitting geadviseerd de tbs met voorwaarden (toch) niet om te zetten in tbs met dwangverpleging omdat betrokkene, na een overbruggingsplek, weer terecht kan voor een klinische opname bij [kliniek 1] in [plaats 2] en de verwachting is dat de risico’s onder controle zullen zijn wanneer er opnieuw sprake is van een klinische opname. 4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundige De psycholoog concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van stoornissen. Zij schat het recidiverisico in als matig-hoog. De deskundige adviseert de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaar. 5Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting zijn vordering tot verlenging van de tbs met voorwaarden met twee jaar gehandhaafd. De vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging dient te worden afgewezen omdat betrokkene, na een overbruggingsplek, weer terecht kan voor een klinische opname bij [kliniek 1] in [plaats 2] . De vordering tot wijziging van de voorwaarden inhoudende een (aangepast) locatieverbod dient te worden toegewezen in het belang van de slachtoffers. Deze wijziging van de voorwaarden is op dit moment niet disproportioneel. 6Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering tot omzetting van de tbs dient te worden afgewezen omdat betrokkene de voorwaarden van de tbs niet heeft overtreden. Betrokkene heeft zich niet schuldig gemaakt aan het plegen van een strafbaar feit. Hoewel betrokkene zich na zijn detentie in België binnen een week (nog) niet had gemeld bij de reclassering, is invoelbaar dat hij naar zijn gezin en familie is teruggegaan, waar hij ook traceerbaar was. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering tot verlenging van de tbs met voorwaarden gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De vordering tot wijziging van de voorwaarden van de tbs dient te worden afgewezen omdat die disproportioneel zijn. De wijziging van de voorwaarden betekent een disproportionele inbreuk op het leven van betrokkene omdat het locatieverbod met zich brengt dat hij geen gebruik kan maken van de snelwegen die naar zijn woonplaats in [woonplaats] leiden. 7Het oordeel van de rechtbank Maximering Betrokkene is bij vonnis van 10 november 2020 veroordeeld voor onder meer het medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing en bedreigingen met brandstichting, zware mishandeling en een misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank heeft in de verlengingsbeslissing van 5 april 2023 overwogen dat de opgelegde tbs niet is gemaximeerd. Omdat de tbs niet is gemaximeerd kan die worden verlengd als aan de voorwaarden is voldaan. Stoornis Uit de reclasseringsadviezen en de Pro Justitia-rapportage blijkt dat er nog steeds sprake is van stoornissen bij betrokkene, te weten: - een stoornis in gebruik van cocaïne, ernstig; - een stoornis in gebruik van alcohol, matig. Recidivegevaar Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als matig-hoog tot hoog ingeschat. De psycholoog gaat uit van een matig-hoog risico en de reclassering van een hoog risico. De rechtbank hecht geen doorslaggevende betekenis aan de enigszins uiteenlopende inschatting van het recidiverisico omdat er in ieder geval een recidiverisico bestaat, zodat in zoverre wordt voldaan aan de voorwaarden. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de reclasseringsadviezen en het Pro Justitia-rapport van de deskundige te twijfelen en neemt deze over met betrekking tot de aanwezigheid van recidiverisico. Verlenging De rechtbank overweegt, gelet op artikel 6:6:12 lid 2 Sv, dat de deskundige ter zitting heeft aangegeven dat het reclasseringsadvies van 29 december 2023 tot verlenging van de tbs op dit moment ook nog van toepassing is en moet worden bezien tegen de achtergrond van de inhoud van de reclasseringsadviezen over betrokkene die recent(er) zijn uitgebracht. De rechtbank is, gelet op de reclasseringsadviezen, het advies van de psycholoog en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de tbs vereist. De rechtbank is van oordeel dat daarbij wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Er is nog maar een kort begin gemaakt met de klinische behandeling van de verslaving van betrokkene aan verdovende middelen. Hij is in maart 2021 opgenomen bij [kliniek 2] en is in april 2023 in het kader van een time-out opgenomen bij [kliniek 3] te [plaats 3] omdat hij was teruggevallen in middelengebruik. De behandeling begon daarna goed van de grond te komen bij de forensische verslavingsafdeling van [kliniek 4] te [plaats 4] , waar hij op 7 november 2023 is geplaatst, maar daar is op 16 januari 2024 abrupt een einde aan gekomen omdat betrokkene is aangehouden op verdenking van het plegen van strafbare feiten in België. Betrokkene is in maart 2024 uitgeleverd aan België. Tijdens de detentie in België zijn de tbs met voorwaarden en de behandeling van betrokkene opgeschort. Op 18 maart 2025 is betrokkene in België vrijgesproken en is hij teruggekeerd naar Nederland. Op 25 maart 2025 is betrokkene aangehouden vanwege het bestaan van ernstige redenen voor het vermoeden dat een voorwaarde niet werd nageleefd (artikel 6:3:15 Sv). Betrokkene is in detentie geplaatst en de rechter-commissaris heeft op 27 maart 2025 de voorlopige verpleging van betrokkene bevolen. Inmiddels is een indicatiestelling afgegeven en betrokkene is op 15 april 2025 geaccepteerd voor een klinische opname bij [kliniek 1] . Betrokkene is op de wachtlijst van [kliniek 1] geplaatst en er is een overbruggingsplek aangevraagd. De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs wordt verlengd met twee jaren als aannemelijk is dat de behandeling van betrokkene nog meer dan een jaar zal duren. Hier wordt alleen bij bijzondere omstandigheden een uitzondering op gemaakt. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van het uitgangspunt af te wijken en zal daarom de maatregel met twee jaren verlengen. Geen omzetting De rechtbank ziet in het reclasseringsadvies van 17 april 2025 aanleiding om de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in tbs met dwangverpleging af te wijzen. Betrokkene zal zijn klinische behandeling in het kader van de tbs met voorwaarden kunnen voortzetten en op grond van de dossierstukken kan niet worden geoordeeld dat betrokkene de voorwaarden van de tbs heeft overtreden op een manier die omzetting rechtvaardigt. Wijziging van de voorwaarden De officier van justitie heeft ter zitting toegelicht dat de verhuizing en de werkzaamheden van de slachtoffers hebben geleid tot de vordering tot wijziging van het locatieverbod. De rechtbank is van oordeel dat het locatieverbod met het oog op het belang van de slachtoffers dient te worden gewijzigd maar dat daarbij ook rekening dient te worden gehouden met het belang van betrokkene. De rechtbank zal het locatieverbod daarom wijzigen in een verbod om zich te bevinden in een straal van 100 meter om de woning aan het [adres] , [postcode] te [plaats 5] en een verbod zich te bevinden in Laren, Eemnes, Bussum, Naarden en Amersfoort met uitzondering van het passeren van deze plaatsen uitsluitend via de snelweg A1, A27 en A
- 8De beslissing Verlenging De rechtbank - verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaar. Wijziging voorwaarden De rechtbank: - wijzigt de voorwaarden van de terbeschikkingstelling, in die zin dat het locatieverbod komt te luiden: Locatieverbod Betrokkene mag zich niet bevinden in een straal van 100 meter om de woning aan het [adres] , [postcode] te Bunschoten . Betrokkene mag zich niet bevinden in Laren, Eemnes, Bussum, Naarden en Amersfoort, met uitzondering van het passeren van deze plaatsen uitsluitend via de snelweg A1, A27 en A
- Omzetting De rechtbank: - wijst af de vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Deze beslissing is genomen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mrs. S.M. van Lieshout en C.E. Schalk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 mei
- De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.