← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:4442

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND StrafrechtZittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-500058-06 (vordering verlenging tbs) Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 6 mei 2025 in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] (Marokko), verblijvend te [kliniek] , locatie [locatie] te [plaats] , hierna: betrokkene. 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder: het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2007 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling; stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 12 mei 2007; de beslissing van deze rechtbank van 26 april 2023, waarbij de termijn van tbs voor het laatst is verlengd met twee jaar; de vordering van de officier van justitie van 4 april 2025, tot verlenging van de tbs met twee jaar; het verlengingsadvies van [kliniek] (hierna: de kliniek) van 7 maart 2025, opgemaakt door [A] MSc (klinisch psycholoog/psychotherapeut, hoofd patiëntenzorg en plv. hoofd van de inrichting), [B] MSc (verpleegkundig specialist ggz hoofd behandeling) en drs. [C] (psychiater), om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar; het Pro Justitia-rapport van 14 februari 2025, opgemaakt door N.A.J. van de Laar, psychiater; het Pro Justitia-rapport van 13 februari 2025, opgemaakt door I. van Asselt, psycholoog; de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 8 maart 2023 tot en met 3 maart

  1. 2Het onderzoek ter terechtzitting De behandeling van de zaak heeft op 6 mei 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord: - de officier van justitie, mr. S. Mirshahi; - de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. W.E.R. Geurts, advocaat te Amsterdam; - de aan de kliniek verbonden deskundige, [B] . 3Het standpunt van de kliniek Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek nader toegelicht. Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog. De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar. 4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen De onafhankelijk psychiater en psycholoog concluderen dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Zij schatten het recidiverisico bij beëindiging van de tbs in als (oplopend tot) hoog. De deskundigen adviseren de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar. 5Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd. 6Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft namens betrokkene primair verzocht te laten onderzoeken of de tbs voorwaardelijk kan worden beëindigd en heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de tbs dient te worden verlengd met een jaar. Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten blijkt dat het goed gaat met betrokkene: hij functioneert stabiel, heeft stappen gezet in wonen en verlof, krijgt geen dwangmedicatie meer en er zijn geen incidenten geweest. 7Het oordeel van de rechtbank Maximering Betrokkene is bij arrest van 17 april 2007 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, omdat hij zich had schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. De maatregel van tbs is niet gemaximeerd omdat uit het arrest blijkt dat sprake was van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Omdat de tbs ongemaximeerd is opgelegd kan die worden verlengd als aan de voorwaarden wordt voldaan. Stoornis en recidivegevaar Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, bestaande uit: - schizofrenie (hoofddiagnose);- een stoornis in cannabisgebruik, matig ernstig; - een stoornis in gebruik van cocaïne, licht; - een verstandelijke beperking, matig. Het recidivegevaar wordt, bij beëindiging van de maatregel, als hoog ingeschat. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten te twijfelen en neemt deze over. Verlenging De rechtbank is, gelet op het verlengingsadvies, de adviezen van de onafhankelijk psychiater en psycholoog en wat op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs vereist. Ook wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De behandeling van de stoornissen van betrokkene is eerder gestagneerd en wordt bemoeilijkt omdat de cognitieve mogelijkheden van betrokkene zeer beperkt zijn en er ook sprake is van diabetes mellitus (hierna: suikerziekte) met schommelende suikerspiegels en wisselende stemmingen. De kliniek hanteert sinds 2021 een zogenoemd driesporenbeleid waarbij interventies worden ingezet op drie sporen: gedragsmatig, medicamenteus psychiatrisch en somatisch (vanwege de suikerziekte). Sindsdien is het psychiatrisch toestandsbeeld stabiel, blijven agressiedoorbraken uit of worden die tijdig gesignaleerd en is de begeleidbaarheid van betrokkene toegenomen. Betrokkene is in september 2023 binnen [locatie] - de longcare-voorziening van de kliniek - overgegaan van een afdeling voor individuele en intensieve zorg naar een semiindividuele leefgroep met een lagere zorgintensiteit. Deze overgang is goed verlopen. In de afgelopen periode is betrokkene stabiel blijven functioneren, de anti-psychotische medicatie is geoptimaliseerd en de suikerziekte is beter onder controle. Er waren geen incidenten en paranoïde denken en wantrouwen deden zich minder voor. De samenwerking met het behandelteam verliep over het algemeen goed, hoewel het contact door de pathologie van betrokkene wisselend is. Betrokkene is medicatietrouw maar het probleembesef en ziekte-inzicht ontbreken. De dwangmedicatie (clozapine en diabeteszorg) is in 2024 beëindigd. Verder heeft betrokkene sinds het najaar van 2024 onbegeleid verlof en dat verloopt naar wens. De verwachting is dat betrokkene langdurig en waarschijnlijk blijvend afhankelijk zal zijn van voldoende toezicht, structuur en begeleiding. Als betrokkene ook in de komende tijd stabiel blijft functioneren zal worden onderzocht hoe het vervolgtraject en de resocialisatie verder kan worden vormgegeven. Het onbegeleid verlof zal stapsgewijs worden opgebouwd en mogelijk kan betrokkene op termijn in aanmerking komen voor transmuraal wonen. Het is vanwege de beperkte draagkracht van betrokkene van belang dat eventuele nieuwe stappen geleidelijk worden gezet. Ook moet rekening worden gehouden met een hardnekkig patroon dat eerder naar voren is gekomen, waarbij betrokkene steeds sneller meer vrijheden wilde en zeer gefrustreerd raakte als hij deze (nog) niet kreeg, wat resulteerde in agressie-incidenten. Uit het voorgaande maakt de rechtbank op dat betrokkene goede stappen heeft gezet, waarvoor zij hem een compliment geeft. Tegelijkertijd ziet de rechtbank ook dat er in het resocialisatietraject van betrokkene nog de nodige stappen moeten worden gezet voordat gedacht kan worden aan een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel. De rechtbank heeft er begrip voor dat betrokkene die stappen sneller wil zetten dan de kliniek, maar het traject heeft de grootste kans van slagen als de stappen geleidelijk worden gezet. Het verzoek om de reclassering te laten onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen wordt afgewezen omdat het daarvoor nog te vroeg is. De rechtbank gaat ook voorbij aan het verzoek van betrokkene om de tbs met een jaar te verlengen. De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs met twee jaar wordt verlengd, wanneer aannemelijk is dat de behandeling van betrokkene nog langer dan een jaar zal duren. Op dit uitgangspunt wordt slechts bij bijzondere omstandigheden een uitzondering gemaakt. Uit wat hiervoor door de rechtbank is overwogen volgt dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs met verpleging van overheidswege rechtvaardigen en een verlenging van de tbs met een jaar zou bij betrokkene de verwachting kunnen wekken dat dit wel het geval zou zijn. De rechtbank zal daarom de maatregel met twee jaar verlengen. 8De beslissing De rechtbank - wijst af het verzoek tot aanhouding voor het laten onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege; - verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar. Deze beslissing is genomen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mrs. L.M.M. Heppe en E. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 mei
  2. De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.