← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:4692

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/4849 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder (gemachtigde mr. D.J. Koopmans). Procesverloop 1.1 In de beschikking van 24 mei 2023 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt. 1.2 Met de uitspraak op bezwaar van 22 augustus 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.3 Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.4 De zaak is behandel op de zitting van 7 mei

  1. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiser is niet verschenen (zonder bericht van verhindering). Overwegingen
  2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.
  3. Op 10 mei 2023 om 21:30 uur heeft een scanauto vastgesteld dat het voertuig met kenteken [kenteken] geparkeerd stond in de Twijnstraat in Utrecht. Omdat er voor het parkeren geen parkeerbelasting is betaald, heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag opgelegd van € 72,
  4. Eiser voert aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat er geen sprake was van parkeren. Eiser was namelijk bezig met laden en lossen. Tussen het laden en lossen in heeft hij steeds de auto op slot gedaan omdat er veel junks in de straat lopen. Volgens eiser is de scanauto te snel doorgereden om te kunnen constateren of eiser aan het laden en lossen was. Dit blijkt ook volgens eiser uit het feit dat er maar één foto is genomen. Na het laden en lossen heeft hij ongeveer 12 minuten geprobeerd om via de parkeerapp te betalen, dat duurde zo lang door een storing. Hij gebruikt een app voor de betaling omdat hij de administratie op orde wil hebben als ondernemer. Eiser voert aan dat de belastingheffer ervoor moet zorgen dat de parkeerapps goed werken.
  5. De heffingsambtenaar licht in zijn verweerschrift toe dat artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt, dat onder parkeren wordt verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in – en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden. Volgens vaste rechtspraak moet het bij “het onmiddellijk laden of lossen van zaken” gaan om het bij voortduring inladen of uitladen van zaken van enige omvang of enig gewicht, onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht en gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Voor de vraag of sprake is van het “onmiddellijk laden of lossen van zaken” rust de bewijslast op eiser. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat eiser niet heeft aangetoond dat hier sprake van was. Met betrekking tot de storing in de parkeerapp adviseert de heffingsambtenaar om de volgende keer in geval van storing direct gebruik te maken van de dichtstbijzijnde parkeerautomaat.
  6. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Eiser moet aannemelijk maken dat er sprake was van laden en lossen. Hieraan heeft eiser niet voldaan. Uit de negen overgelegde foto’s van de scanauto is niet te zien dat eiser bezig was met laden en lossen. Zo staan bijvoorbeeld de parkeerlichten niet aan en staan er geen deuren open. Ten aanzien van de storing in de parkeerapp is de rechtbank van oordeel dat storingen in de parkeerapp voor rekening en risico van de parkeerder komen. Dit volgt uit vaste jurisprudentie. Het had bij een storing op de weg van eiser gelegen om direct gebruik te maken van de dichtstbijzijnde parkeerautomaat. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen
  7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de naheffingsaanslag gehandhaafd blijft. Ook krijgt eiser het betaalde griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei
  8. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijvoorbeeld de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9379).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.