RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummers: 16.236749-23 en 16.041986-24 (Rechtbank Midden-Nederland) 21.001968-24 (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden) Beslissing van de meervoudige kamer van 9 september 2025 op het verzoek tot wijziging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op grond van artikel 6:6:23a1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van [veroordeelde] ,geboren op [1987] te [geboorteplaats] , gedetineerd in de [verblijfplaats] , hierna te noemen: veroordeelde. Feiten Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 19 april 2024 is aan veroordeelde opgelegd - onder meer en voor zover thans relevant - een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat veroordeelde voor de duur van 5 jaren: - op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met (de slachtoffers) [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 april 2025 is voorts aan veroordeelde opgelegd - onder meer en voor zover thans relevant - een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat veroordeelde voor de duur van 5 jaren: zich niet zal ophouden in het navolgende gebied: [plaats] ; op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met (de slachtoffers) [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Procedure Het verzoekschrift ex artikel 6:6:23a1 Sv is op 25 juni 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het verzoekschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2025. Bij deze behandeling zijn gehoord: veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. R.H. Lagerweij, advocaat te Almere; officier van justitie mr. E. Wiersma. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende door de raadsvrouw overgelegde stukken: twee plattegronden van [plaats] , met (daarop aangegeven) een aantal locaties van instellingen, routes en wijken; een e-mailbericht (niet gedateerd) van [A] van Buro naar Werk, gericht aan de raadsvrouw; een beschikking van deze rechtbank, afdeling Familierecht, van 10 januari 2025, zaaknummer C/16/571440/FL RK 24-229 en C/16/579097/FL RK 24-792; een brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 3 juni 2025, gericht aan veroordeelde; een e-mailbericht van [B] , casemanager in de [verblijfplaats] , van 24 juli 2025, gericht aan de raadsvrouw. Het verzoek en standpunt van veroordeelde en zijn raadsvrouw Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 april 2025 opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel. Verzocht is om het locatieverbod voor geheel [plaats] te wijzigen in die zin dat het verbod wordt beperkt tot een straal van 500 meter rondom de woning van de slachtoffers, aan de [adres] te [woonplaats] en, indien noodzakelijk, met uitzondering van het stations- en spoorgebied, dan wel in elk geval het locatieverbod dusdanig te wijzigen dat veroordeelde reisbewegingen kan maken vanuit de Penitentiaire Inrichting [verblijfplaats] naar zijn ouders, naar woon- en of werklocaties en naar begraafplaats [begraafplaats] . Hiertoe is het volgende aangevoerd. Veroordeelde is in [plaats] gedetineerd in de [verblijfplaats] , hetgeen volgens hem betekent dat hij al om die reden in overtreding is van het locatieverbod. Overplaatsing naar een andere plaats van detentie is niet wenselijk of haalbaar. De ouders van veroordeelde hebben ernstige gezondheidsproblemen; zijn vader is in het geheel niet meer in staat te reizen en zijn moeder kan alleen een locatie dichtbij haar woonplaats bezoeken. Veroordeelde heeft omgekeerd bezoek aangevraagd en verkregen. Daarnaast zal veroordeelde ook voor ander verlof de [verblijfplaats] moeten verlaten en reisbewegingen (in en door [plaats] ) moeten maken. Ten slotte zal de vader van veroordeelde, na overlijden, worden begraven op begraafplaats [begraafplaats] in [plaats] . Mede gelet op het eveneens geldende contactverbod met aangevers, welk verbod door veroordeelde wordt nageleefd, is het thans geldende locatieverbod disproportioneel en niet noodzakelijk. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft primair gevorderd het verzoekschrift af te wijzen en subsidiair om het locatieverbod te handhaven, met uitzondering van de route tussen de [verblijfplaats] en het station in [plaats] , het stationsgebied in [plaats] en de route tussen de [verblijfplaats] en de op- en afritten van de A6 te [plaats] . De officier van justitie heeft aangevoerd dat het gerechtshof het locatieverbod niet voor niets heeft opgelegd. Dit verbod strekt niet alleen ter bescherming van de maatschappij maar vooral ook van de slachtoffers. De slachtoffers moeten zich vrij kunnen bewegen in hun (gehele) woonplaats [woonplaats] , zonder dat zij de kans lopen veroordeelde tegen te komen. Dit belang van de slachtoffers dient te prevaleren boven de belangen van veroordeelde bij wijziging van het locatieverbod. Beoordeling Ingevolge artikel 6:6:23a1 Sv kan de rechter de inhoud van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, bedoeld in artikel 38v Sr, wijzigen. Bij de beoordeling van het verzoek let de rechtbank enerzijds op de belangen van veroordeelde bij wijziging van het hem opgelegde locatieverbod, zoals omschreven in het verzoekschrift en anderzijds op de belangen van de slachtoffers bij handhaving van dit locatieverbod. Veroordeelde is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens zeer ernstige strafbare feiten, te weten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.