RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11805963 \ UV EXPL 25-182 BJvd/61169 Vonnis in kort geding van 8 september 2025 in de zaak van 1 [eiseres sub 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2003, hierna te noemen: [eiseres sub 1] , 2. [eiser sub 2], geboren op [geboortedatum 2] 2004, hierna te noemen: [eiser sub 2] , 3. [eiser sub 3], geboren op [geboortedatum 3] 2006, hierna te noemen: [eiser sub 3] , allen wonende te [plaats] , eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie, hierna samen en in mannelijk enkelvoud te noemen: [eiseres sub 1] c.s., gemachtigde: mr. D. Dronkers, tegen STICHTING KWINTES, gevestigd te Zeist, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Kwintes, gemachtigde: mr. H.C.J. Oomen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van [eiseres sub 1] c.s. met producties 1 tot en met 11, de conclusie van antwoord in conventie en conclusie van eis in reconventie met producties A tot en met J van Kwintes (hierna te noemen: de CvA), de aanvullende producties 12 tot en met 19 van [eiseres sub 1] c.s., de aanvullende productie 20 van [eiseres sub 1] c.s., de mondelinge behandeling van 18 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eiseres sub 1] c.s. heeft mondeling in reconventie geconcludeerd, de overgelegde pleitaantekeningen van Kwintes. 1.2. Vervolgens is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken. 2. De kern van de zaak 2.1. [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] hebben sinds mei 2025 een gecombineerde begeleidings- en huurovereenkomst (hierna ook te noemen: de overeenkomsten) met Kwintes. Deze overeenkomst houdt kort gezegd in dat Kwintes (woon)begeleiding verleent aan [eiseres sub 1] c.s. en in dat kader een studio in het pand aan de [straat] [nummer] in [plaats] (hierna te noemen: het pand) aan hem onderverhuurt. Kwintes heeft de overeenkomsten met [eiseres sub 1] c.s. opgezegd, omdat er incidenten zijn geweest waarbij voorwerpen (waaronder stoeptegels) vanaf het in aanbouw zijnde dakterras van het pand naar beneden zijn gegooid. Volgens Kwintes heeft [eiseres sub 1] c.s. dit gedaan. [eiseres sub 1] c.s. ontkent dit en vordert in dit kort geding instandhouding van de overeenkomsten en een verbod tot ontruiming op straffe van een dwangsom. Kwintes vordert in reconventie ontruiming door [eiseres sub 1] c.s. van de studio’s. 2.2. Naar het oordeel van de kantonrechter is in deze procedure niet voldoende aannemelijk geworden dat Kwintes de overeenkomsten rechtsgeldig heeft opgezegd. Om die reden moet voorlopig worden aangenomen dat de overeenkomsten met [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] nog steeds bestaan. Daarom hoeven [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] de studio’s nu niet te verlaten en mag Kwintes de studio’s nu niet ontruimen. 3De beoordeling in conventie en reconventie Het toetsingskader in kort geding 3.1. Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres sub 1] c.s. en Kwintes ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang hebben. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of aannemelijk is dat de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Voor nader onderzoek naar feiten en omstandigheden of voor bewijslevering is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. Tot slot moet de kantonrechter ook een belangenafweging maken. De beoordeling in dit kort geding geldt als een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen en bindt de rechter in een eventuele bodemprocedure niet. De beslissing in kort geding vervalt als een andersluidende uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. [eiseres sub 1] c.s. en Kwintes hebben een spoedeisend belang bij hun vorderingen 3.2. [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] hebben een spoedeisend belang bij hun vordering, omdat zij worden geconfronteerd met de beëindiging van de begeleiding en de ontruiming van de studio’s waardoor zij op korte termijn op straat kunnen komen te staan. Daarom kan van [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. 3.3. Kwintes heeft ook een spoedeisend belang bij haar vordering, omdat ingeval de overeenkomsten door een rechtsgeldige opzegging beëindigd zijn, [eiseres sub 1] c.s. zonder recht of titel gebruik maakt van de studio’s terwijl Kwintes die studio’s nodig heeft om andere potentiële cliënten die hulp nodig hebben te begeleiden. Daarom kan van Kwintes niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Kwintes heeft in deze procedure niet aannemelijk gemaakt dat zij de overeenkomsten met [eiseres sub 1] c.s. rechtsgeldig heeft opgezegd 3.4. Op 10 juli 2025 heeft Kwintes vrijwel gelijkluidende brieven gestuurd aan [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] waarin zij de overeenkomsten met hen opzegt met inachtneming van een opzegtermijn van 14 dagen. In de brieven staat dat daarmee ook de huurovereenkomsten komen te eindigen, namelijk op 24 juli 2025. 3.5. De kantonrechter is van oordeel dat in deze procedure niet voldoende aannemelijk is geworden dat Kwintes de met [eiseres sub 1] c.s. gesloten overeenkomsten rechtsgeldig heeft opgezegd. De kantonrechter legt dit oordeel hierna uit. 3.6. In de opzeggingsbrieven staat als reden voor de opzegging het volgende: ‘’Naar aanleiding van een brief van [onderneming 1] heeft er op 02-07-2025 een gesprek met onder meer u plaatsgevonden betreft de incidenten die zich recent hebben voorgedaan op de [straat] . (…) In dit gesprek is aan u voorgelegd dat er vernielingen zijn aangericht tot en rondom het pand. Dit gaat om aangetroffen brokstukken van een stoel, gipsplaten en een verfemmer op maandag ochtend 23 juni. Daarnaast is er een houten trap en pallet en stoeptegels van aannemer [onderneming 2] in het weekend van 21 op 22 juni 2025 van grote hoogte naar beneden gegooid. Op camerabeelden is duidelijk te zien dat op de nacht van 22 juni 2025 tussen 03:17 uur een 03:27 uur drie bewoners zich op het dakterras van de hoogbouw en schoolterrein bevonden en deze voorwerpen naar beneden hebben gegooid om ze vervolgens bij de afvalcontainers achter te laten. Wij hebben vastgesteld dat u direct betrokken bent geweest bij één of meer van deze incidenten. U bent verantwoordelijk voor het gedrag van uw bezoek.’’ 3.7. In de dagvaarding heeft [eiseres sub 1] c.s. het verwijt dat hem in de opzeggingsbrieven wordt gemaakt, gemotiveerd en onderbouwd betwist. 3.8. Kwintes heeft in haar CvA gesteld dat de redenen voor de opzegging zijn dat – volgens haar – : [eiseres sub 1] c.s. gedurende meer dan één week, namelijk in de periode van 16 tot en met 30 juni 2025, tijdens de nachtelijke uren vanaf het dakterras van het pand herhaaldelijk vernielingen heeft aangericht door voorwerpen naar beneden te gooien en daarmee steeds opnieuw overlast en grote onrust heeft veroorzaakt, ook nadat [eiseres sub 1] c.s. op zijn gedrag is aangesproken; [eiseres sub 1] c.s. in strijd met de huisregels bezoek heeft gehad; [eiseres sub 1] c.s. medewerkers van Kwintes heeft bedreigd; [eiseres sub 1] c.s. medecliënten heeft geïntimideerd om te voorkomen dat hij zou worden aangewezen als dader van de incidenten; [eiseres sub 1] c.s. zich niet begeleidbaar heeft opgesteld. 3.9. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Kwintes het volgende gesteld. Op 2 juli 2025 is er een gesprek geweest met [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] over alle incidenten die in de periode van 16 tot en met 30 juni 2025 zijn voorgevallen en de overige gedragingen, zoals onder 3.8. vermeld. [eiseres sub 1] c.s. had op grond van de verwijzing in de opzeggingsbrieven naar het gesprek van 2 juli 2025 moeten begrijpen, dat met de woorden “de incidenten die zich recent hebben voorgedaan” en “dat u direct betrokken bent geweest bij één of meer van deze incidenten” in de opzeggingsbrieven alle incidenten (dus ook de incidenten en de gedragingen zoals genoemd in de CvA; zie onder 3.8.) worden bedoeld. 3.10. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres sub 1] c.s. dit weersproken. 3.11. Op grond van artikel 30 van de toepasselijke algemene voorwaarden 2022 Geestelijke Gezondheidszorg heeft Kwintes de contractuele bevoegdheid om de overeenkomsten met [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiser sub 3] op te zeggen. De contractuele opzeggingsbevoegdheid van Kwintes en haar contractuele vrijheid zijn echter niet onbegrensd. Indien Kwintes gebruik maakt van haar overeengekomen bevoegdheid tot opzegging van de begeleidingsrelatie, moet de rechtsgeldigheid daarvan beoordeeld worden aan de hand van de overeenkomst en de maatstaf van artikel 6:248 lid 2 BW. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat. 3.12. Kwintes heeft de overeenkomst met [eiseres sub 1] c.s. opgezegd met de brieven van 10 juli 2025. Deze brieven en de daarin genoemde opzeggingsgronden dienen dan ook als uitgangspunt voor de beoordeling van de opzegging in dit kort geding. Gelet op de zorgvuldigheid die Kwintes moet betrachten bij het beëindigen van begeleidingsovereenkomsten, mag van Kwintes mag worden verwacht dat zij bij een opzegging daarvan alle redenen noemt waarop de opzegging is gebaseerd en dat zij deze redenen voldoende duidelijk maakt, helemaal nu een opzegging voor [eiseres sub 1] c.s. vergaande consequenties heeft. [eiseres sub 1] c.s. kan namelijk door de opzegging zijn studio verliezen. 3.13. In de opzeggingsbrieven worden alleen de vernielingen genoemd die in de nacht van 21 op 22 juni 2025 zijn aangericht. Andere incidenten of redenen heeft Kwintes in de brieven niet genoemd en worden daarom niet betrokken bij de beoordeling of de opzeggingen door Kwintes rechtmatig zijn. Dat zou mogelijk anders zijn geweest als een verslag van het met [eiseres sub 1] c.s. gevoerde gesprek van 2 juli 2025 zou zijn gemaakt en als bijlage bij de opzeggingsbrieven zou zijn gevoegd, waarin alle onder 3.8. vermelde incidenten en gedragingen zouden zijn vermeld. Daar is geen sprake van. Gezien de inhoud van de opzeggingsbrieven en de betwisting van [eiseres sub 1] c.s. tijdens de mondelinge behandeling dat tijdens het gesprek van 2 juli 2025 alle onder 3.8. vermelde incidenten en gedragingen zijn besproken, kan Kwintes niet in haar stelling worden gevolgd, dat [eiseres sub 1] c.s. had moeten begrijpen dat Kwintes in de opzeggingsbrieven alle incidenten en gedragingen van de afgelopen tijd bedoelde en niet alleen de vernielingen die zijn aangericht in de nacht van 21 op 22 juni 2025. De opzegging aan [eiser sub 2] 3.14. Kwintes heeft gesteld dat [eiser sub 2] een van de drie personen was, die in de nacht van 21 op 22 juni 2025 tussen 03:17 uur en 03:27 uur voorwerpen van het dakterras van het pand hebben gegooid. [eiser sub 2] heeft dit gemotiveerd en onderbouwd betwist en heeft gesteld dat hij in de nacht van 21 op 22 juni 2025 niet aanwezig was in [plaats] maar in dat weekend bij zijn moeder in Limburg en in Duitsland was. [eiser sub 2] heeft ter onderbouwing hiervan schermafbeeldingen overgelegd van Snapchat, waaronder één van de avond van 21 juni 2025 met een locatietag, waaruit blijkt dat hij op die dag inderdaad niet in [plaats] was. Kwintes heeft dit niet weersproken. Op grond van de overgelegde verklaringen van drie medewerkers van Kwintes die deels “de auditu” zijn, kan ook niet worden vastgesteld dat het [eiser sub 2] was die (samen met zijn bezoek/twee anderen) in de nacht van 21 op 22 juni 2025 van het dakterras van het pand voorwerpen heeft gegooid. In geen van de verklaringen wordt namelijk gesproken over de specifieke nacht van 21 op 22 juni 2025, zodat niet kan worden vastgesteld over welk incident de desbetreffende verklaring over het gooien van voorwerpen gaat. Kwintes heeft niet gesteld dat zij over camerabeelden beschikt waarop [eiser sub 2] is te zien/herkennen. 3.15. Gelet op dit alles, heeft Kwintes niet aannemelijk gemaakt dat [eiser sub 2] (samen met twee anderen) in de nacht van 21 op 22 juni 2025 tussen 03:17 uur en 03:27 uur in [plaats] vanaf het dakterras van het pand voorwerpen naar beneden heeft gegooid. Dit betekent dat de opzegging aan [eiser sub 2] feitelijke grondslag mist en daarom niet rechtsgeldig is. Om die reden moet er voorlopig vanuit worden gegaan, dat de overeenkomst met [eiser sub 2] nu nog steeds bestaat. Kwintes heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij het recht heeft om de studio die [eiser sub 2] van haar huurt van hem op te eisen. De opzeggingen aan [eiseres sub 1] en [eiser sub 3] 3.16. Kwintes heeft gesteld dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 3] twee van de drie personen waren, die in de nacht van 21 op 22 juni 2025 tussen 03:17 uur en 03:27 uur voorwerpen van het dakterras van het pand hebben gegooid. [eiseres sub 1] en [eiser sub 3] hebben dit gemotiveerd en onderbouwd betwist. 3.17. Kwintes vermeldt in de opzeggingsbrieven dat er camerabeelden zijn van de drie personen die in de nacht van 21 op 22 juni 2025 tussen 03:17 uur en 03:27 uur voorwerpen van het dakterras van het pand hebben gegooid. Kwintes heeft geen beeldmateriaal overgelegd. In reactie op vragen van de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling over déze camerabeelden is namens Kwintes toegelicht dat op die camerabeelden niet te zien is wie die nacht voorwerpen van het dakterras gooiden; de beelden zijn daarvoor te onduidelijk. De heer [A] zei tijdens de mondelinge behandeling dat Kwintes ook andere camerabeelden heeft ontvangen van omwonenden van onder meer voormelde nacht en dat hij die beelden heeft bekeken; daarop is wel te zien dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 3] de naar beneden gegooide stoeptegels hebben opgeruimd. Uit het door (medewerkers van) Kwintes bekeken beeldmateriaal blijkt dus niet dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 3] in de nacht van 21 op 22 juni 2025 tussen 03:17 uur en 03:27 uur voorwerpen van het dakterras van het pand hebben gegooid. 3.18. [eiseres sub 1] heeft schermafbeeldingen van Whatsapp overgelegd ter onderbouwing van de stelling dat zij en [eiser sub 3] op twee tijdstippen in de nacht van 21 op 22 juni 2025 videocontact hadden met mevrouw [B] , een vriendin van [eiseres sub 1] (hierna te noemen: [B] ). [eiseres sub 1] en [eiser sub 3] stellen dat zij tijdens
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.