RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11831773 \ UV EXPL 25-198 BJvd/61169 Vonnis in kort geding van 10 september 2025 in de zaak van [eiseres] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Stichting Achmea Rechtsbijstand, tegen BILTSTRAAT WELLNESS & HORECA B.V., gevestigd in Utrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: Biltstraat Wellness & Horeca, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 3 - de akte van [eiseres] met aanvullende producties 4 t/m
- 1.
- Op 29 augustus 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens Biltstraat Wellness & Horeca is niemand verschenen. Tegen Biltstraat Wellness & Horeca wordt verstek verleend. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. 1.
- Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken. 2De beoordeling 2.
- Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. [eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vordering, omdat zij aanspraak maakt op loon waarvan zij afhankelijk is om haar kosten van bestaan te betalen. 2.
- Artikel 139 Rv bepaalt dat in een verstekzaak de vordering van de eiser wordt toegewezen, tenzij de rechter de vordering ongegrond of onrechtmatig voorkomt. 2.
- [eiseres] heeft de bedragen gevorderd zoals vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. [eiseres] heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met Biltstraat Wellness & Horeca en haar laatst genoten salaris bedraagt € 2.240,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. [eiseres] is sinds 1 juni 2024 vanwege ziekte volledig arbeidsongeschikt. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Horeca van toepassing (hierna: cao). Op grond van de cao was Biltstraat Wellness & Horeaca tot 1 juni 2025 gehouden om 95% van het salaris te betalen en na 1 juni 2025 is dat 75%. [eiseres] stelt dat Biltstraat Wellness & Horeca haar achterstallig loon en vakantiegeld moet betalen. [eiseres] heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij Biltstraat Wellness & Horeca meermaals en op verschillende manieren heeft geprobeerd te bereiken ter voldoening van haar vordering, maar dit is niet gelukt. Omdat Biltstraat Wellness & Horeca geen verweer heeft gevoerd moet de kantonrechter uitgaan van de stellingen van [eiseres] . 2.
- De vorderingen van [eiseres] komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen als volgt worden toegewezen. 2.
- Biltstraat Wellness & Horeca moet € 9.744,00 bruto aan achterstallig salaris en € 2.024,00 bruto aan achterstallige vakantietoeslag aan [eiseres] betalen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging van 50% over het achterstallig salaris en achterstallige vakantietoeslag te matigen. Deze vordering zal ook worden toegewezen. 2.
- [eiseres] vordert ook betaling van € 1.680,00 bruto per maand, te rekenen vanaf 1 augustus 2025, te vermeerderen met tussentijdse verhogingen op grond van arbeidsovereenkomst en/of de wet te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% hierover in geval van niet tijdige betaling. Ook deze vordering zal worden toegewezen, waarbij de kantonrechter ook hier geen aanleiding ziet om de gevorderde wettelijke verhoging te matigen. 2.
- De door [eiseres] gevorderde wettelijke rente over de bovenstaande vorderingen zal worden toegewezen op de wijze zoals deze in de beslissing is vermeld. 2.
- [eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 625,00 worden toegewezen. 2.
- Biltstraat Wellness & Horeca is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 148,04 - griffierecht € 732,00 - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.827,04 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 9.744,00 bruto aan achterstallig salaris/ziekengeld; 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.024,00 bruto aan achterstallige vakantietoeslag; 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over de onder 3.1 en 3.2 genoemde bedragen; 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca tot betaling van € 1.680,00 bruto per maand aan salaris, te rekenen vanaf 1 augustus 2025, te vermeerderen met de tussentijdse verhogingen waarop [eiseres] op grond van haar arbeidsovereenkomst en/of wettelijke maatregelen recht op heeft tot zolang [eiseres] recht op het salaris/ziekengeld heeft; 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het in 3.4 gevorderde salaris in geval Biltstraat Wellness & Horeca dit niet tijdig betaalt; 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de bedragen als genoemd in 3.1, 3.2 en 3.4, vanaf de respectieve vervaldata, tot de dag van volledige betaling, 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 625,00 aan buitengerechtelijke kosten, 3.
- veroordeelt Biltstraat Wellness & Horeca in de proceskosten van € 1.827,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Biltstraat Wellness & Horeca niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025.