Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer: 598839 HA RK 25-148 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 4 september 2025 op het verzoek van: [verzoeker] , te [woonplaats] , die heeft verklaard gemachtigd te zijn door [A] wonende te [woonplaats] . 1De procedure 1.
- [verzoeker] heeft op 26 augustus 2025 de wrakingskamer gewraakt. 1.
- Het wrakingsverzoek is niet op zitting behandeld omdat direct duidelijk was dat het verzoek niet-ontvankelijk is. 1.
- De uitspraak is bepaald op vandaag. 2Het wrakingsverzoek 2.
- Aan het wrakingsverzoek van 26 augustus 2025 is het volgende vooraf gegaan. [verzoeker] heeft op 21 augustus 2025 tijdens een zitting mr. J.W. Veenendaal gewraakt. Mr. Veenendaal is de behandelend rechter in de zaak met nummer UTR 24/2098 (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak is mevrouw [A] de eiseres. Uit het proces-verbaal van de zitting van 21 augustus 2025 blijkt – voor zover van belang – dat mr. Veenendaal twijfelt over de vraag of [verzoeker] gemachtigd is op te treden namens mevrouw [A] . Dit heeft voor [verzoeker] de aanleiding gevormd mr. Veenendaal te wraken. Dit wrakingsverzoek is geregistreerd onder het nummer 598652 HA RK 25-
- 2.
- Gelet op de achtergrond van het wrakingsverzoek tegen mr. Veenendaal heeft de secretaris van de wrakingskamer op 22 augustus 2025 aan [verzoeker] gevraagd binnen twee werkdagen een schriftelijke en ondertekende bevestiging van mevrouw [A] op te sturen, waaruit blijkt dat [verzoeker] haar gemachtigde is en dat hij het wrakingsverzoek tegen mr. Veenendaal namens haar heeft ingediend. [verzoeker] is er op gewezen dat het wrakingsverzoek tegen mr. Veenendaal anders niet verder in behandeling zal worden genomen en niet-ontvankelijk zal worden verklaard, omdat het wrakingsverzoek dan niet door een procespartij is ingediend. 2.
- [verzoeker] heeft vervolgens de wrakingskamer gewraakt. De reden hiervoor is dat de wrakingskamer volgens hem met het navragen van opnieuw een machtiging en een verklaring, het standpunt van mr. Veenendaal volgt. Hiermee is de schijn van partijdigheid gewekt. 3De beoordeling 3.
- Op grond van de wet kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit toetsingskader geldt ook als de wrakingskamer wordt gewraakt. 3.
- De wrakingskamer overweegt dat een wrakingsverzoek dus alleen kan worden ingediend tegen (een) rechter(s) die een zaak behandelt (behandelen). 3.
- De brief van 22 augustus 2025 van de secretaris van de wrakingskamer is een administratieve handeling. Hoewel de brief is gestuurd na overleg met de voorzitter van de wrakingskamer, is (nog) geen sprake van (een) behandelend rechter(s). Het wrakingsverzoek tegen mr. Veenendaal is namelijk (nog) niet in behandeling genomen. 3.
- Op grond van het voorgaande is het wrakingsverzoek gericht tegen de wrakingskamer niet-ontvankelijk. 4De beslissing De wrakingskamer: 4.
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; 4.
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan [verzoeker] , andere betrokken partijen en de president van deze rechtbank; 4.
- bepaalt dat de wrakingsprocedure met nummer 598652 HA RK 25-143 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op 26 augustus
- Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mr. F.C. Burgers als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 september
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. Zie ook artikel 2.4.
- onder e van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.