RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4516 uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 september 2025 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats], verweerder (gemachtigde: mr. N. van Rhijn). Procesverloop
- Bij besluit van 27 juni 2025 heeft het college aan de zoon van verzoeker, [A] , voor de periode van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2026 jeugdhulp toegekend bij zorgverlener “ [zorgverlener] ”.
- Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter op 3 augustus 2025 verzocht om een voorlopige voorziening en te bepalen dat het college binnen veertien dagen voor [A] passende en toereikende gespecialiseerde jeugdhulp organiseert. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
- Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift (artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht). De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang is bij de gevraagde voorlopige voorziening voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
- De voorzieningenrechter overweegt het volgende. Uit het dossier blijkt dat [A] op dit moment jeugdhulp ontvangt via “ [zorgverlener] ”. Verzoeker geeft in het bezwaarschrift aan dat hij deze inzet erkent als een tijdelijke overbruggingsmaatregel, maar dat hij van mening is dat de juiste en passende voorziening dagbehandeling is bij [zorgcentrum] . Verzoeker heeft vervolgens bij e-mailbericht van 13 augustus 2025 verzocht om de behandeling van de voorlopige voorziening aan te houden, zodat partijen in de gelegenheid zijn om in minnelijk overleg tot een oplossing te komen. De voorzieningenrechter begrijpt de wens van verzoeker om zo spoedig mogelijk tot een oplossing te komen voor zijn zoon, maar uit voorgaande gang van zaken blijkt dat er op dit moment geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Er zijn geen aanknopingspunten dat de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.
- De voorzieningenrechter oordeelt verder dat ook niet is gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig zou zijn. Wat verzoeker als belang voor het treffen van een voorlopige voorziening heeft aangevoerd, acht de voorzieningenrechter – nu geen sprake is van spoedeisend belang of van een evident onrechtmatig besluit – onvoldoende om de belangenafweging alleen daarom in zijn voordeel uit te laten vallen. Conclusie en gevolgen
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek af vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Er is verder geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 september
- griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.