RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: UTR 25/3369 en 25/3370 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 10 juni 2025 op het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. N.R. Coffi), en de burgemeester van de gemeente Stichtse Vecht (gemachtigde: mr. E. van der Zweep). Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [de vrouw] (de vrouw). Inleiding
- Deze uitspraak gaat over het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het instellen van een tijdelijk huisverbod. 1.
- De burgemeester heeft in zijn besluit van 1 juni 2025 aan eiser een tijdelijk huisverbod opgelegd, voor de periode van tien dagen. Het huisverbod geldt voor de woning op het adres [adres] in [plaats] en is ingegaan op 1 juni 2025 om 15:26 uur en duurt tot 11 juni 2025 15:26 uur. 1.
- Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. 1.
- De zaken zijn op 10 juni 2025 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester. 1.
- Ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) doen de voorzieningenrechter en de rechtbank onmiddellijk na de zitting uitspraak. Artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat laatste mogelijk. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep tegen het opleggen van het tijdelijk huisverbod ongegrond. De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Beoordeling
- De burgemeester kan aan een persoon een huisverbod opleggen als uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of als op grond van feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat.
- Artikel 2 van het Besluit tijdelijk huisverbod bepaalt dat de burgemeester bij de afweging of een huisverbod wordt opgelegd uitsluitend let op feiten en omstandigheden die in de bijlage bij het Besluit zijn opgenomen. De burgemeester laat zich verder adviseren door deskundigen die, voor hun oordeel of bij (mogelijk) huiselijk geweld een huisverbod moet worden opgelegd, een Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG) invullen.
- De burgemeester heeft het huisverbod opgelegd, omdat er al langere tijd felle ruzies zijn in het gezin van eiser en de vrouw, voornamelijk als gevolg van oorzaken die gelegen zijn bij eiser. Er is als gevolg van die ruzies sprake van verbaal en nu ook van fysiek geweld, dit blijkt ook uit een eerdere melding. De burgemeester heeft gekozen voor een huisverbod, omdat hij wil voorkomen dat de drie minderjarige kinderen van eiser en de vrouw direct of indirect getuigen zijn van het geweld tussen hun ouders en omdat hij niet wil dat zij halsoverkop de woning moeten verlaten, zoals zowel na een eerdere melding als na een incident eind mei 2025 (de aanleiding voor het huisverbod per 1 juni 2025) is gebeurd. Voor de burgemeester staat het belang van de kinderen voorop. Zij moeten veilig in hun woning kunnen verblijven, in hun eigen bed slapen en vanuit huis naar school en andere activiteiten gaan.
- Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester op juiste gronden besloten om tot het huisverbod over te gaan. Er was volgens de vrouw sprake van geweld en de weergave van de politie duidt erop dat eiser daarbij de agressor was. Eiser heeft dit niet weersproken. De vrouw verklaarde over het incident dat tot het huisverbod heeft geleid, dat eiser haar in de houdgreep heeft genomen. De politie heeft letsel waargenomen dat past bij dit verhaal. In elk geval één van de drie minderjarige kinderen in het gezin is getuige geweest van het incident en de andere kinderen maken vaker mee dat de ouders ruzie hebben. De vrouw is, zowel naar aanleiding van een eerdere ruzie, als naar aanleiding van het incident van eind mei 2025, met haar kinderen naar haar ouders gevlucht, om daarna zelf naar de politie te gaan. Dat de voorlopige hechtenis eiser naar aanleiding van het incident op 31 mei 2025 niet is verlengd, betekent niet dat de burgemeester het huisverbod niet kon opleggen. Het gaat er in deze zaak niet om of en waarvoor eiser strafrechtelijk vervolgd kan worden naar aanleiding van het incident, maar of eisers aanwezigheid in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van de vrouw en de kinderen of een ernstig vermoeden van dit gevaar oplevert. De rechtbank meent dat daarvan sprake is. Het onderzoek daarnaar is toereikend geweest, met de gepleegde onderzoekhandelingen en weergave daarvan in het RiHG, het proces-verbaal van bevindingen en het formulier Situatie Ter Plaatse. Daaruit blijkt dat dit gevaar aanwezig is. Een time-out was noodzakelijk, ook omdat er geen enkele vorm van hulpverlening aanwezig was om het gevaar af te wenden, terwijl eiser zelf ook erkent dat hij hulp nodig heeft.
- Dat eiser door het opleggen van het huisverbod wordt getroffen in zijn belangen is aannemelijk. Echter, de burgemeester heeft - gezien de veiligheid van de achterblijvers - de keuze mogen maken om het belang van de vrouw en de kinderen zwaarder te laten wegen dan het belang van eiser. Hierbij heeft hij in aanmerking mogen nemen dat eiser degene is van wie het geweld is uitgegaan. Bovendien heeft de burgemeester bij de besluitvorming mogen betrekken dat de kinderen van eiser en de vrouw nog zeer jong zijn en dat hun belang extra bescherming behoeft. De door eiser genoemde benodigde paperassen of eventueel laptop dan wel computer kan hij, net als zijn kleding, op een andere manier verkrijgen. Bovendien heeft hij inmiddels onderdak elders gevonden.
- Dat tijdens de zitting bekend is gemaakt dat Veilig Thuis naar aanleiding van het zorgoverleg van vandaag om 11:00 uur een aangepast zorgadvies heeft opgesteld, waarin niet langer wordt geadviseerd om tot verlenging van het huisverbod over te gaan, doet hier niet aan af. Het huisverbod loopt morgen af en de burgemeester moet zich nog beraden wat hij met het aangepaste advies gaat doen. De rechtbank hecht er belang aan om in het kader van de rust binnen het gezin niet vooruit te lopen op deze besluitvorming en ziet daarom ook hierin geen aanleiding het huisverbod op te heffen. Hierbij speelt de korte periode van voortduring van het huisverbod een rol, maar ook de zwaarwegende belangen van de kinderen. Van een onevenredig besluit is geen sprake. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de burgemeester het tijdelijk huisverbod mocht opleggen.
- Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
- Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2025 door mr. M. Eversteijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. griffier (voorzieningen)rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraken voor zover daarbij is beslist op de beroepen, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraken voor zover daarbij is beslist op de beroepen. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.