Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2025:5425
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4543 uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 september 2025 in de zaak tussen [verzoeker 1] e.a., verzoekers,gemachtigde: mr. [gemachtigde] , en [verweerder] , verweerder Procesverloop In het besluit van 21 juli 2025 heeft de [verweerder] besloten over te gaan tot openbaarmaking van verschillende documenten die onder andere betrekking hebben op verzoekers. Dit besluit is genomen naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van een derde. Deze derde heeft meegedeeld niet te zullen deelnemen aan deze voorlopige voorzieningenprocedure.
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland verzocht om te bepalen dat openbaarmaking van de documenten die over hen gaan, achterwege zal blijven totdat op hun bezwaar is beslist.
Meerdere personen/bedrijven hebben bezwaar gemaakt tegen het hiervoor genoemde besluit van 21 juli 2025 en verzocht om een voorlopige voorziening. Bij de rechtbank Midden-Nederland is als eerste een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Daarom is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd om ook het verzoek van verzoekers te behandelen en heeft de rechtbank Noord – Nederland het verzoek aan de rechtbank Midden-Nederland doorgestuurd.
Verzoekers hebben op 13 augustus 2025 verzocht om anoniem te mogen procederen. De reden is dat het verzoekschrift zich richt tegen openbaarmaking van onder andere de namen van verzoekers. Als de Woo-verzoeker deze namen via de voorlopige voorzieningenprocedure alsnog ontvangt, maakt dat een procedure bij de rechtbank zinloos.
Overwegingen 1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoek wordt namelijk afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter zal dit oordeel hierna toelichten.
Anoniem procederen 2. De voorzieningenrechter zal eerst ingaan op het verzoek om anoniem te mogen procederen. Anoniem procederen betekent in dit geval dat de voorzieningenrechter en de [verweerder] wél op de hoogte zijn van de identiteit van verzoekers, maar derden – waaronder de indiener van het Woo-verzoek – niet. In het procesreglement bestuursrecht van 1 juli 2025 is in artikel 2.8b geregeld hoe de voorzieningenrechter een verzoek om anoniem procederen behandelt. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij artikel 8:29 van de Awb. De voorzieningenrechter willigt het verzoek in als daar gewichtige redenen voor zijn.
Spoedeisend belang 4. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, omdat er geen sprake is van spoedeisend belang.
Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
BIJLAGE MET VERZOEKERS
Artikel 8:8, eerste lid, in samenhang met artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 8:83 van de Awb.