RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11584167 \ UC EXPL 25-2037 VL/58599 Vonnis van 30 juli 2025 in de zaak van [eiser] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: J.M. Rijken, tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats] ,
- [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde c.s] , procederend in persoon. 1De procedure 1.1 Het dossier bevat de volgende stukken: de dagvaarding met bijlagen van [eiser] van 4 maart 2025; het schriftelijk antwoord met bijlagen van [gedaagde c.s] (de conclusie van antwoord) van 4 april 2025; twee aanvullende bijlagen van [eiser] ; de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 8 juni
- 1.2 Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat een uitspraak zal worden gedaan. 2De kern van de zaak 2.
- [eiser] heeft werkzaamheden verricht aan het dak van [gedaagde c.s] . Hiervoor heeft [eiser] meerdere facturen gestuurd, maar de factuur die ziet op het vervangen van het dakbeschot hebben [gedaagde c.s] niet betaald omdat zij zich onder druk gezet voelden om deze werkzaamheden te laten verrichten terwijl die niet nodig waren en de prijs onredelijk hoog was. Daarnaast willen zij de schade die zij hebben geleden als gevolg van de werkzaamheden van [eiser] verrekenen met de factuur. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. [gedaagde c.s] moeten nog wel een bedrag betalen aan [eiser] , maar veel minder dan zij vorderde. 3De beoordeling Oneerlijke handelspraktijk 3.
- De werkzaamheden die [eiser] voor [gedaagde c.s] zou verrichten bestonden eerst alleen uit het plaatsen van dakfolie, nieuwe pannenlatten en dakpannen. Na de start van deze werkzaamheden zijn deze uitgebreid met het vervangen van het dakbeschot omdat het dakbeschot volgens [eiser] op verschillende plaatsen verrot of slecht was. Daarnaast zou [eiser] ook nieuw lood op de schoorsteen leggen en een nieuwe kilgoot plaatsen. Partijen hebben toen een aanvullende overeenkomst gesloten, die inhoudt dat [eiser] die werkzaamheden zou doen voor het bedrag van € 20.255,
- Dat is ook het bedrag dat [eiser] in deze procedure wil dat [gedaagde c.s] betalen. Toch hoeven [gedaagde c.s] maar € 8.270,94 te betalen, omdat de kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk van [eiser] bij het aangaan van die aanvullende overeenkomst. Er is sprake van een oneerlijke handelspraktijk 3.
- Een handelspraktijk is volgens de wet oneerlijk als een handelaar handelt in strijd met de vereisten van professionele toewijding, en het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen. 3.
- De kantonrechter oordeelt dat hier sprake van was omdat [gedaagde c.s] door [eiser] onder druk zijn gezet om akkoord te gaan met de overeenkomst en de daarin opgenomen prijs ongebruikelijk hoog was. 3.
- [eiser] heeft [gedaagde c.s] onder druk gezet om snel akkoord te gaan met het door haar gedane voorstel, zij gaf [gedaagde c.s] namelijk maar kort de tijd om te beslissen. [eiser] stuurde de offerte op 3 oktober 2024 en wilde de volgende dag weten of [gedaagde c.s] akkoord gingen. Daarbij werd gezegd dat als geen keuze werd gemaakt, het dak open bleef liggen en [gedaagde c.s] zelf het dak maar moesten afdekken. Op dat moment waren de dakpannen van een deel van het dak al verwijderd en er was regen voorspeld. Daarnaast werd door [eiser] aangegeven dat als [gedaagde c.s] geen akkoord zouden geven voor de aanvullende werkzaamheden, [eiser] geen garantie zou geven op haar andere werkzaamheden aan het dak. [gedaagde c.s] hebben aangegeven dat ze hierdoor enorme druk hebben ervaren om akkoord te gaan. Zij hebben daarom ook onvoldoende tijd gehad om een andere dakdekker te vragen naar de kosten van het vervangen van het dakbeschot. 3.
- Dat de prijs ongebruikelijk hoog was, zoals [gedaagde c.s] stellen, staat voor de kantonrechter vast. [gedaagde c.s] hebben dit namelijk onderbouwd met een kostenraming van dhr. [A] van het Bureau voor Bouwpathologie. Volgens hem hadden de kosten voor de aanvullende werkzaamheden niet meer mogen zijn dan € 8.270,
- Volgens [eiser] was haar prijs van € 20.255,40 redelijk omdat er vier personen een week gewerkt hebben aan het vervangen van het dakbeschot en zij € 3.000 kwijt was aan materiaal. [eiser] heeft dit alleen niet onderbouwd, terwijl dat wel van haar verwacht mocht worden gelet op de inschatting van dhr. [A] en omdat het volgens [gedaagde c.s] niet klopt dat [eiser] er zoveel uren mee bezig is geweest. De overeenkomst met betrekking tot het vervangen van het dakbeschot wordt vernietigd 3.
- De kantonrechter vernietigt de overeenkomst met betrekking tot het vervangen van het dakbeschot tussen partijen omdat deze als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen. Hierdoor is nooit een overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen en moet teruggedraaid worden wat partijen deden volgens die overeenkomst. Dat betekent in dit geval dat de werkzaamheden van [eiser] ongedaan gemaakt moeten worden en [gedaagde c.s] niet hoeven te betalen voor deze werkzaamheden. Dat is hier lastig. Op basis van deze overeenkomst hebben [gedaagde c.s] namelijk een heel nieuw dakbeschot gekregen. Omdat het niet wenselijk is om dat terug te draaien, beslist de kantonrechter dat de werkzaamheden van [gedaagde c.s] niet teruggedraaid hoeven te worden. Dit betekent wel dat [gedaagde c.s] voordeel hebben omdat het dakbeschot van haar huis is vervangen door nieuw dakbeschot. Daarom zal de kantonrechter bepalen dat zij hiervoor een redelijke vergoeding aan [eiser] moeten betalen. [gedaagde c.s] moeten een redelijke vergoeding betalen voor hun nieuwe dak 3.
- De kantonrechter stelt de redelijke vergoeding vast op € 8.270,
- Zij baseert dit op de kostenraming van dhr. [A] . Zoals eerder gezegd heeft [eiser] aangegeven dat zij € 20.255,40 een redelijke prijs vindt, gelet op materiaalkosten en manuren. Maar zij heeft dit niet onderbouwd en dat was wel nodig. De schade die [gedaagde c.s] hebben geleden wordt verrekend 3.
- [gedaagde c.s] hebben aangevoerd dat [eiser] tijdens de uitvoering van de werkzaamheden schade heeft veroorzaakt. Het gaat in totaal om een bedrag van € 7.052,
- Zij willen deze schade verrekenen met het bedrag dat zij nog aan [eiser] moeten betalen (€ 8.270,94, zie hierboven in 3.7). De kantonrechter komt tot een te verrekenen bedrag van € 6.132,92 voor de schade als gevolg van het verwijderen van de isolatie en van het beschadigen van een elektriciteitskabel. De andere door [gedaagde c.s] gestelde schade kan niet verrekend worden. De kantonrechter legt dit hieronder uit. De kosten van isolatie kunnen verrekend worden 3.
- [eiser] heeft bij de vervanging van het dakbeschot op een deel van het dak de isolatie onder het dakbeschot weggehaald zonder dit met [gedaagde c.s] te overleggen. Volgens [gedaagde c.s] is dat een tekortkoming omdat dat niet was afgesproken. [eiser] erkent dat het weghalen van het isolatiemateriaal niet was afgesproken. Zij voert aan dat ze dit gedaan heeft omdat dit isolatiemateriaal nat was en dat het slecht zou zijn voor het dak om het dan te laten zitten. Volgens [gedaagde c.s] was het isolatiemateriaal niet nat. 3.
- Voor de kantonrechter is het niet belangrijk of het isolatiemateriaal nat was of niet. Want ook als het nat zou zijn geweest, was het aan [eiser] om dit eerst met [gedaagde c.s] te bespreken voordat ze het ging weghalen. Mogelijk waren er ook andere mogelijkheden, bijvoorbeeld het laten drogen of slechts een deel verwijderen. [gedaagde c.s] hebben nu niet de kans gekregen om te onderzoeken of het isolatiemateriaal inderdaad nat was en om, als dat het geval was geweest, een beslissing te nemen hoe zij daar mee om wilden gaan. Door het isolatiemateriaal weg te halen zonder het eerst met [gedaagde c.s] te bespreken, is [eiser] tekortgeschoten. 3.
- Door deze tekortkoming van [eiser] hebben [gedaagde c.s] schade geleden. [eiser] moet deze schade vergoeden. Volgens [gedaagde c.s] gaat dit om een bedrag van € 5.445,
- De kantonrechter oordeelt dat [eiser] dit bedrag aan [gedaagde c.s] moet betalen en dat dit dus verrekend kan worden en legt dat hierna uit. 3.
- [gedaagde c.s] hebben na het weghalen van het isolatiemateriaal via WhatsApp contact opgenomen met [eiser] . [eiser] heeft hierover gezegd dat terugplaatsen voor haar geen optie was en heeft niet meer gereageerd op het bericht van [gedaagde c.s] dat zij het dan zelf van de binnenkant moeten oplossen. [gedaagde c.s] mochten er dus van uit gaan dat [eiser] deze tekortkoming niet zou oplossen. Zij konden daarom iemand anders inschakelen om dat te doen. 3.
- [gedaagde c.s] hebben een offerte overgelegd van € 5.445,00 voor deze werkzaamheden en geen factuur of rekeningafschrift. Anders dan [eiser] aanvoert, oordeelt de kantonrechter dat [gedaagde c.s] de schade voldoende hebben onderbouwd. Of [gedaagde c.s] de werkzaamheden al hebben laten uitvoeren of niet, zij hebben schade geleden. Zij hadden nadat [eiser] het isolatiemateriaal had weggehaald namelijk geen dakisolatie meer. [eiser] heeft niet aangevoerd dat de offerte, die [gedaagde c.s] hebben overgelegd, niet marktconform zou zijn. [gedaagde c.s] hebben daarnaast uitgelegd dat zij aan Onderhoudsbedrijf [bedrijf] , van wie de offerte is, hebben gevraagd om een offerte te maken voor het terugzetten van hetzelfde type isolatiemateriaal, zodat duidelijk is wat hun schade is. Daarna hebben zij naar eigen zeggen besloten om een ander, duurder soort isolatiemateriaal met een betere isolatiewaarde te laten plaatsen en dat is ook geplaatst en betaald. De kosten van ontbrekend deel van dakbeschot kunnen niet verrekend worden 3.
- [gedaagde c.s] willen ook dat een bedrag van € 217,80 wordt verrekend. Volgens hen ontbreekt een deel van het dakbeschot en moet [eiser] de kosten van het plaatsen van dit deel aan hen vergoeden. De kantonrechter wijst dit onderdeel af. [gedaagde c.s] hebben [eiser] namelijk nooit gewezen op deze tekortkoming en [eiser] heeft dus ook niet de mogelijkheid gehad om dit zelf te herstellen. Dat is wel een vereiste voor toewijzen van een vordering tot schadevergoeding door een tekortkoming. 3.
- [gedaagde c.s] hebben aangevoerd dat zij geen vertrouwen meer hadden in [eiser] en dat ze daarom niet wilden dat [eiser] de herstelwerkzaamheden zou doen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde c.s] door de druk die er door [eiser] op hen is uitgeoefend bij het aangaan van de aanvullende overeenkomst het moeilijk vonden om [eiser] weer werkzaamheden te laten verrichten. Toch mocht dat wel van hen verwacht worden. [eiser] heeft de werkzaamheden namelijk naar behoren uitgevoerd en [gedaagde c.s] hadden vooral moeite met de eigenaar van [eiser] , [B] , terwijl de werkzaamheden niet door hem persoonlijk werden uitgevoerd. De kosten van vervanging elektriciteitskabel kunnen verrekend worden 3.
- Bij het uitvoeren van de werkzaamheden heeft [eiser] een elektriciteitskabel beschadigd. De kosten van herstel van deze kabel zijn € 687,
- [eiser] is akkoord met verrekening van dit bedrag. De kantonrechter zal dit dan ook verrekenen. De kosten van herstel van de gevel kunnen niet verrekend worden 3.
- Volgens [gedaagde c.s] heeft [eiser] bij het uitvoeren van de werkzaamheden hun gevel beschadigd. Zij willen een bedrag van € 701,80 verrekenen voor het herstel hiervan. De kantonrechter wijst dit af omdat niet vaststaat dat [eiser] die schade heeft veroorzaakt. Volgens [eiser] heeft zij de gevel niet beschadigd en [gedaagde c.s] hebben niet onderbouwd dat dat wel zo is. In de verklaring van de gevelrestaurateur staat namelijk dat hij niet weet waardoor de schade is ontstaan en dat het goed mogelijk is dat dit door de dakdekkers is veroorzaakt. Dat is onvoldoende. Conclusie 3.
- [gedaagde c.s] moeten nog een bedrag van € 8.270,94 aan [eiser] betalen. Zij kunnen een bedrag van (€ 5.445,00 + € 687,92 =) € 6.132,92 verrekenen. Dit betekent dat [gedaagde c.s] nog een bedrag van € 2.138,02 aan [eiser] moeten betalen. Rente 3.
- [eiser] wil dat [gedaagde c.s] rente betalen over het openstaande bedrag. Omdat [gedaagde c.s] te laat zijn met het betalen van het openstaande bedrag, zal de kantonrechter dit vanaf dat moment toewijzen. Het is vervolgens de vraag vanaf welk moment [gedaagde c.s] te laat waren met betaling. Volgens de factuur was de betalingstermijn drie dagen, maar partijen zijn het er over eens dat ze geen betalingstermijn hadden afgesproken voor de aanvullende werkzaamheden. De kantonrechter gaat daarom uit van een redelijke termijn en stelt die vast op 30 dagen. Dat betekent dat [gedaagde c.s] vanaf 10 november 2024 rente moeten betalen over het bedrag van € 2.138,
- Hoofdelijke veroordeling 3.
- De verplichting tot betaling (de veroordeling) wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat zowel mevrouw [gedaagde sub 2] als de heer [gedaagde sub 1] kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. [gedaagde c.s] hoeven geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen 3.
- [eiser] heeft ook betaling van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.182,84 gevorderd. Deze vordering wordt afgewezen. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde c.s] consumenten zijn (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De door [eiser] verstuurde aanmaning voldoet niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. In de aanmaning is namelijk betaling verlangd van een bedrag van € 20.255,40, terwijl [gedaagde c.s] op dat moment nog maar een bedrag van € 2.138,02 verschuldigd waren. Daardoor is ook het bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, dat daarin is aangezegd, te hoog. De proceskosten worden gecompenseerd 3.
- De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren. Dit betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen. [gedaagde c.s] moesten [eiser] nog een bedrag betalen en [eiser] had geen andere mogelijkheid om betaald te krijgen dan het starten van deze procedure. Dit zou er toe leiden dat [gedaagde c.s] de proceskosten van [eiser] gedeeltelijk zouden moeten vergoeden. Maar de kantonrechter beslist anders omdat een veel lager bedrag wordt toegewezen dan [eiser] heeft gevorderd en zij zich schuldig heeft gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk. Uitvoerbaar bij voorraad 3.
- De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
- veroordeelt [gedaagde c.s] , hoofdelijk, tot betaling van € 2.138,02 aan [eiser] , vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 10 november 2024 tot de dag dat het volledige bedrag is betaald; 4.
- compenseert de proceskosten tussen partijen; 4.
- wijst al het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en bij haar afwezigheid op 30 juli 2025 ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. I.L. Rijnbout. Zie artikel 6:193b van het Burgerlijk Wetboek. Zie artikel 6:193j lid 3 van het Burgerlijk Wetboek.