← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:5748

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/2647 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , Turkije, eiseres (gemachtigde: mr. M.A.L. van de Glind), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 28 juli 2022 tegen de beslissing van verweerder van 23 juni 2022 over aanvullende compensatie. Op 1 mei 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Op 18 juni 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het bezwaar van eiseres van 28 juli

  1. Overwegingen
  2. Het beroep is ingediend bij de rechtbank Limburg, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de rechtbank Midden-Nederland. Deze laatste rechtbank is namelijk de bevoegde rechtbank om op het beroep van eiseres te beslissen.
  3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  4. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels met het besluit van 14 februari 2024 alsnog heeft beslist op het bezwaar van eiser. Dit betekent dat het procesbelang van eiser bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is komen te vervallen.
  5. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaren. Proceskosten en griffierecht
  6. Omdat het beroep terecht ingediend is, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,-), bij een wegingsfactor 0,
  7. Toegekend wordt € 453,
  8. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,
  9. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober
  10. de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 8:7, tweede lid, van de Awb. Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.