RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/16/578176 / FO RK 24-878 C/16/591997 / JE RK 25-585 C/16/593769 / JE RK 25-763 Datum uitspraak: 20 juni 2025 Beschikking van de kinderrechter over de verzoeken tot vervanging van de gecertificeerde instelling en verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van [vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. W.P.A. Vos, verzoeker in de zaak C/16/578176 over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. D.E. Oud, de gecertificeerde instelling, Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Utrecht, hierna te noemen de GI. verzoeker in de zaken C/16/591997 en C/16/593769 De kinderrechter merkt als informanten aan: de gecertificeerde instelling, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de WSS. 1Het (verdere) verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: in de zaak C/16/578176 / FO RK 24-878 - de beschikking van 10 oktober 2024; - het bericht (met bijlagen) van de vader van 8 april 2025; - de brief (met bijlagen) van de GI van 2 januari
- in de zaak C/16/591997 / JE RK 25-585 - het verzoekschrift (met bijlagen) van de GI, binnengekomen op 16 april 2025; - de evaluatie OTS rapportage van de GI, ontvangen op 7 mei 2025; - het bericht van de moeder van 9 mei 2025; - het bericht (met bijlagen) van de GI van 15 mei
- in de zaak C/16/593769 / JE RK 25-763 - het verzoekschrift (met bijlagen) van de GI, binnengekomen op 20 mei
- in alle zaken 1.
- Op 21 mei 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet/plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; de moeder; de advocaat van de moeder via Teams; [A] namens de GI; [B] namens de WSS. 1.
- Op vrijdag 23 mei 2025 hadden partijen de mogelijkheid om te bellen voor de mondelinge uitspraak van de kinderrechter over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. In deze beschikking is de schriftelijke uitwerking van deze uitspraak opgenomen. 2De verzoeken in de zaak C/16/578176 / FO RK 24-878 2.
- De vader verzoekt de kinderrechter om de GI, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door een andere GI en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. in de zaak C/16/591997 / JE RK 25-585 2.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van de jeugdhulpaanbieder van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar, met ingang van 26 mei
- De GI vraagt om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. in de zaak C/16/593769 / JE RK 25-763 2.
- De GI verzoekt de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] opgedragen aan het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering op grond van artikel 1:259 BW over te dragen aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3De beoordeling Wijziging van de GI 3.
- De kinderrechter is van oordeel dat de GI die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling moet worden vervangen door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS) en wijst het verzoek van de vader en de huidige GI tot vervanging van de GI toe. Hierna zal worden uitgelegd waarom hij deze beslissing neemt. 3.
- Al in de beschikking van 10 oktober 2024 heeft de kinderrechter overwogen dat het verzoek van (destijds) de vader om wijziging van de GI begrijpelijk was. De rechtbank overwoog daarover het volgende: “De kinderrechter benadrukt allereerst dat zij het begrijpelijk vindt dat de vader is overgegaan tot indiening van het verzoek tot vervanging van de gecertificeerde instelling, bij welk verzoek de moeder zich aansluit. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat gedurende een aantal maanden er voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geen Jeugdbeschermer betrokken is geweest. Sinds het voorjaar van 2024, nadat door de GI tijdens een zitting bij het hof beterschap was toegezegd, is de huidige gezinsvoogd betrokken, maar deze is wegens ziekte van juni tot en met augustus 2024 uitgevallen. De bureaudienst heeft hem onvoldoende actief (kunnen) vervangen. Gevolg van het voorgaande is dat de vader al geruime tijd onvoldoende respons van de GI krijgt op zijn verzoeken. Er worden geen duidelijke afspraken met de vader gemaakt en hij wordt daarnaast onvoldoende of onregelmatig geïnformeerd over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De situatie is niet anders voor de moeder. De GI erkent dat zij onvoldoende bereikbaar is geweest en weet niet of zij het vertrouwen van de ouders kan herstellen. De kinderrechter vindt de situatie pijnlijk, zeker nu [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit huis zijn geplaatst en de GI de regie heeft over de (uitbreiding van de) zorgregeling.” 3.
- Tijdens de laatste zitting van 21 mei 2025 is gebleken dat de situatie niet is verbeterd. Zowel de vader als de moeder ervaren de communicatie vanuit de GI nog steeds als gebrekkig. De ouders worden niet geïnformeerd over belangrijke gebeurtenissen en zijn niet meegenomen in bijvoorbeeld het voornemen de Raad te vragen een gezagsbeëindigende maatregel te onderzoeken. Ten aanzien van de omgang zijn geen stappen gezet. Het vertrouwen in de GI is weg. De GI erkent dit ook en bevestigt zelf ook met haar eigen verzoek om wijziging dat de situatie niet meer werkbaar is. Bovendien is de GI van mening dat de WSS beter aansluit bij de problematiek van de ouders en kinderen. 3.
- De WSS heeft geen bereidverklaring afgeven. Tijdens de zitting heeft een medewerker van de WSS verklaard dat dit komt doordat het perspectief nog niet zou zijn bepaald. Dit is echter niet juist omdat het perspectief is bepaald door de meervoudige kamer van deze rechtbank bij beschikking van 17 oktober 2023 op basis van onder meer een onderzoek van het NIFP. Dit argument gaat dan ook niet op. Dat de WSS kampt met capaciteitsproblemen is ook geen reden een wijziging van de GI te weigeren. Dit is immers de situatie bij vrijwel elke GI in de regio, waaronder ook de huidige betrokken GI. Op dit moment zijn de ouders wederom aangewezen op de medewerkers die de wachtlijst beheren bij de huidige GI. Het is juist dat de WSS zelf zal moeten afwegen of een gezag beëindigende maatregel een juiste vervolgstap is, of dat zij een andere aanpak passender vinden. Daarbij is de expertise van de WSS juist van belang omdat de ouders beter passen in de doelgroep van de WSS. Uit de wet volgt tot slot niet dat een bereidverklaring van een gecertificeerde instelling noodzakelijk is, voordat deze als vervanger aangewezen kan worden. 3.
- De kinderrechter is van oordeel dat de samenwerking tussen de GI en de ouders, door de verstoorde verhoudingen, is vastgelopen. Dit kan niet worden opgelost door een interne wijziging van jeugdbeschermer. Het langer in stand laten van de huidige situatie is schadelijk voor de ouders en de kinderen. 3.
- De kinderrechter zal deze beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat er tegen deze beslissing enkel cassatie in het belang der wet openstaat. Er is daarom geen noodzaak om dit onderdeel van het verzoek toe te wijzen. Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing 3.
- De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor één jaar met ingang van 26 mei 2025 tot 26 mei
- 3.
- De kinderrechter is van oordeel dat gelet op het in 2023 bepaalde perspectief (en een mogelijk verzoek tot een gezagsbeëindigende maatregel), de kwetsbaarheid van de kinderen en het intensieve behandeltraject waar [minderjarige 2] in zit de beschermingsmaatregelen moeten voortduren. Het is belangrijk dat de situatie voor de kinderen zo stabiel mogelijk blijft. [minderjarige 1] heeft last van trauma's uit zijn vroege jeugd die worden getriggerd door dagelijkse voorvallen (bijvoorbeeld als iemand schreeuwt). Er is voor hem IGK-T ingezet bij Eleos voor traumaverwerking en hij krijgt op school extra ondersteuning in verband met dyslexie. [minderjarige 2] ervaart in het gezinshuis een veilige basis en ontwikkelt zich leeftijdsadequaat. Sinds kort gaat hij naar de basisschool. Er wordt gezien dat hij, ondanks de kleine samenstelling van de klas, hyperalert is en veel om bevestiging vraagt. De begeleide omgang verloopt goed en er is positief contact met de ouders. De kinderrechter vindt het net als de GI belangrijk dat er zicht blijft op zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] . De kinderrechter vindt een verlenging voor het gehele jaar noodzakelijk en weegt daarin mee dat een wijziging van GI zal plaatsvinden, waarmee ook tijd gemoeid zal zijn. De doelen waar de nieuw aan te wijzen GI aan moet werken gedurende het komende jaar zijn: - voortzetting van de behandeltrajecten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ; - een eigen beeld vormen van de situatie van de ouders en de kinderen en hun hulpbehoefte; - onderzoeken van de mogelijkheden in het contact tussen de kinderen en de ouders, en daar een eigen beeld over te vormen; - beoordelen of het noodzakelijk is de Raad te vragen onderzoek te doen naar een gezag beëindigende maatregel. 4De beslissing De kinderrechter: 4.
- wijst het verzoek van de vader en de GI toe en vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering; 4.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor één jaar, met ingang van 26 mei 2025 tot 26 mei 2026; 4.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van de jeugdhulpaanbieder voor één jaar, met ingang van 26 mei 2025 tot 26 mei 2026; 4.
- verklaart deze beschikking onder 4.
- en 4.
- uitvoerbaar bij voorraad 4.
- wijst het overige af. De beslissing over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlenging machtiging tot uithuisplaatsing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2025 en de beslissing over wijziging van de gecertificeerde instelling is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2025 door mr. G. van de Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier. Artikel 1:259 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 807 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.