RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/4629 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen mr. drs. [eiser] , uit [plaats] , eiser en de minister van Algemene zaken (gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat). Samenvatting Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van tien verschillende verzoeken van eiser op grond van de Wet open overheid (Woo) wegens misbruik van recht. Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvragen niet in behandeling hoefde te nemen omdat sprake is van misbruik van recht. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Eiser krijgt wel schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
- Eiser heeft op 19 mei 2023, 28 mei 2023 en 16 juni 2023 tien verschillende verzoeken op grond van de Woo ingediend. De minister heeft deze verzoeken met het besluit van 27 juni 2023 niet in behandeling genomen. Eiser heeft op 1 augustus 2023 bezwaar ingediend en daarin de minister verzocht om in stemmen met rechtstreeks beroep.
- De minister heeft ingestemd met het verzoek om rechtstreeks beroep en het bezwaarschrift op 13 september 2023 aan de rechtbank doorgezonden om als beroep te behandelen. De rechtbank stemt in met het rechtstreeks beroep en behandelt het bezwaarschrift als beroep.
- De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
- De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Wat heeft eiser verzocht?
- Eiser heeft in mei en juni 2023 de navolgende elf Woo-verzoeken ingediend. Datum Nr. Het Woo-verzoek gaat over informatie over: 4 mei 2023
- de vacature voor [functie] bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) 19 mei 2023
- afspraken tussen de minister en CTIVD over dienstverlening
- afspraken tussen de minister en andere ministeries over dienstverlening 16 juni 2023
- implementatie van de Woo binnen het ministerie van Algemene Zaken
- implementatie van de Woo binnen andere ministeries
- mandatering van Woo-bevoegdheden binnen het ministerie van Algemene Zaken
- taken en werkzaamheden van de coördinator inlichtingen en Veiligheidsdiensten
- feitelijke werkzaamheden die het ministerie van Algemene Zaken verricht voor CTIVD
- feitelijke werkzaamheden die het ministerie van Algemene Zaken verricht voor andere ministeries
- feitelijke werkzaamheden die het ministerie van Algemene Zaken verricht voor andere overheidsinstellingen 28 mei 2023
- klacht die eiser heeft ingediend tegen het handelen van een medewerker van AZ in het kader van de eerder genoemde vacature Wat heeft de minister besloten?
- De minister heeft het eerste Woo-verzoek inhoudelijk behandeld en afgewezen bij een separaat besluit van 27 juni
- Het bezwaarschrift daartegen heeft de minister ongegrond verklaard. In het beroep daartegen, zaaknummer UTR 23/5062, doet de rechtbank ook vandaag uitspraak.
- De minister heeft met het bestreden besluit van 27 juni 2023 besloten om de overige Woo-verzoeken, verzoeken met nummer 2 tot en met 11, niet inhoudelijk te behandelen op grond van artikel 4.6 van de Woo. Er is volgens de minister namelijk sprake van misbruik van recht. Na afwijzingen op sollicitaties heeft eiser veelvuldig contact gezocht met de personeelsafdeling van het ministerie van Algemene Zaken. Daarna heeft eiser in een tijdsverloop van twee maanden in totaal elf Woo-verzoeken ingediend. De Woo-verzoeken zijn geïnspireerd door het handelen of uitblijven van handelen door de minister. De verzoeken zijn ook algemeen van aard en bevatten weinig tot geen specificering. Gelet daarop lijkt het doel van eiser niet openbaarmaking van gevraagde informatie voor een ieder te zijn. Wat voert eiser aan in beroep?
- Eiser heeft in beroep het volgende – samengevat weergegeven – aangevoerd. Eiser is het er niet mee eens dat sprake zou zijn van misbruik van recht. De verzoeken hebben volgens eiser wel als doel om publieke informatie te verkrijgen. De minister heeft juist geconstateerd dat de Woo-verzoeken zijn geïnspireerd door het nalaten en handelen van de minister. Eiser wil namelijk het beleid van de minister aan de kaak te stellen, er wordt volgens eiser niet volgens de wet gehandeld bij het afhandelen van Woo-verzoeken. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte het aantal verzoeken ter onderbouwing van misbruik van recht gebruikt. Voor de Woo-verzoeken met nummers 2 en 3 is eiser van mening dat niet is voldaan aan de ‘onverwijld’ eis van artikel 4.
- van de Woo. Voor die Woo-verzoeken kan daarom al geen misbruik van recht worden tegengeworpen. Ook heeft de minister geen nadere duiding gevraagd over de Woo-verzoeken van eiser. De minister kan daarom niet tegenwerpen dat de verzoeken algemeen zijn of niet of weinig zijn gespecificeerd. Tot slot heeft eiser de rechtbank verzocht om de heer Lagrand te horen. Hij zou duidelijk kunnen maken in hoeverre de klachten die eiser heeft ingediend terecht waren. Wat is het toetsingskader voor misbruik van recht?
- In artikel 4.6 van de Woo staat het volgende: ‘Indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, dan wel onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie, besluiten het verzoek niet te behandelen.’
- Vooropgesteld moet worden dat voor de conclusie dat sprake is van misbruik van recht zwaarwichtige gronden zijn vereist. Uit vaste rechtspraak blijkt dat een min of meer overmatig beroep op door de overheid geboden faciliteiten in het algemeen op zichzelf geen misbruik van recht oplevert. Elk beroep op die faciliteiten brengt immers kosten met zich voor de overheid en benadeelt de overheid in zoverre. Wel kan het aantal keren dat een bepaald recht of een bepaalde bevoegdheid wordt aangewend, in combinatie met andere omstandigheden, bijdragen aan de conclusie dat misbruik van recht heeft plaatsgevonden. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- De rechtbank is van oordeel dat de minister tot de conclusie heeft kunnen komen dat sprake is van misbruik van recht. Hierna legt de rechtbank uit waarom.
- Eiser heeft in een korte periode van acht weken maar liefst elf Woo-verzoeken ingediend. De verzoeken zijn ingediend naar aanleiding van contacten met medewerkers bij het ministerie van Algemene Zaken over de afwijzing van eiser op een sollicitatie voor een functie bij de CTIVD. Uit de verzoeken blijkt dat het eiser niet gaat om het verkrijgen van publieke informatie. Eiser heeft zelf aangegeven dat hij de verzoeken heeft ingediend om een breder beeld te krijgen van afspraken tussen het ministerie van Algemene Zaken en andere overheidsinstellingen. Het lijkt eiser echter te gaan om zijn gelijk te krijgen en de zaken te ‘winnen’.
- Het gaat om het totale beeld wat de rechtbank krijgt als zij het dossier leest. Daarbij is ook van belang hoe eiser de medewerkers bij het ministerie van Algemene Zaken bejegent, en hoe hij elke keer klachten indient nadat hij iemand heeft gesproken. De combinatie van het indienen van Woo-verzoeken, klachten en vervolgens weer Woo-verzoeken, maakt dat de minister kon vaststellen dat sprake is van misbruik van recht.
- Ook heeft de minister onverwijld op de Woo-verzoeken twee en drie besloten nadat is gebleken van misbruik van recht. Gelet op de uitleg van de minister ter zitting zijn de Woo-verzoeken van 16 juni 2023 aanleiding geweest om een onderzoek te starten naar mogelijk misbruik van recht. Na deze Woo-verzoeken heeft de minister binnen twee weken, namelijk op 27 juni 2023, beslist op alle Woo-verzoeken. De rechtbank vindt deze termijn niet onredelijk lang. Het beroep van eiser slaagt dus niet.
- De rechtbank ziet gelet op wat hiervoor is overwogen, geen reden om de heer Lagrand als getuige op te roepen om hem te horen over de klachtafhandeling. Heeft eiser recht op schadevergoeding gelet op de redelijke termijn?
- Eiser heeft verzocht om schadevergoeding gelet op de vertraagde behandeling van zijn beroepszaak.
- Omdat de minister de Woo-verzoeken terecht buiten behandeling heeft gesteld gelet op misbruik van recht, bestaat er geen spanning en frustratie die recht geeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal het verzoek van eiser om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden afwijzen. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de Woo-verzoeken van eiser buiten behandeling kon stellen. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 5 november
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie hiervoor bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2022 van de Afdeling, ECLI:NL:RVS:2022:2403.