← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:5953

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/5438 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres, en Dienst Toeslagen, verweerder, (gemachtigde: mr. [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 4 mei 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Overwegingen Over de procedure

  1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  2. Eiseres heeft verweerder in gebreke gesteld en vervolgens een beroep tegen het uitblijven van een besluit ingesteld.
  3. Verweerder heeft op 28 augustus 2024 meegedeeld dat er een vooraankondiging voor een besluit is uitgebracht. De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 17 februari 2025 aan verweerder verzocht om mee te delen of er al een besluit genomen was op de aanvraag van eiseres. In de brief van 25 februari 2025 heeft verweerder de rechtbank bericht dat er op 11 september 2024 een definitief besluit beoordeling kinderopvangtoeslag ten aanzien van eiseres is genomen.
  4. De rechtbank heeft de brief van verweerder samen met dit besluit op 4 maart 2025 aan eiseres toegestuurd en haar verzocht de rechtbank binnen vier weken te laten weten of zij het wel of niet eens is met dit besluit. In die brief is verder vermeld dat als eiseres niet binnen de termijn de reageert, de rechtbank aanneemt dat zij het niet eens is met het besluit. In dat geval zal het beroep verder worden behandeld op grond van het eerder door eiseres ingediende beroepschrift. Als daarin geen gronden zijn vermeld loopt zij een risico dat de rechtbank het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaart.
  5. Eiseres heeft niet binnen de gestelde termijn laten weten of zij het wel of niet eens is met het besluit van 11 september 2024 en dus gaat de rechtbank ervan uit dat zij het niet eens is met dit besluit. Haar beroep is nu ook mede gericht tegen dit besluit.Over de inhoud
  6. Het beroep van eiseres had primair tot doel dat verweerder alsnog op haar aanvraag zou gaan beslissen, omdat zij daar al lang op wacht. Verweerder heeft dat inmiddels gedaan. Dat betekent dat eiseres nu geen belang meer heeft bij haar beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet op tijd beslissen op de aanvraag. Dat beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
  7. Eiseres heeft de rechtbank verder niet laten weten waarom zij het niet eens is met de inhoud van het besluit van 11 september
  8. Voor zover het beroep zich nu richt tegen dat besluit, is dat eveneens niet-ontvankelijk, omdat de gronden van beroep ontbreken. Proceskosten en griffierecht
  9. Hoewel de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag niet-ontvankelijk verklaart, moet verweerder aan eiseres wel het door haar betaalde griffierecht vergoeden, omdat er op het moment waarop zij beroep instelde nog niet was beslist op haar aanvraag. Het beroep is dan ook terecht ingesteld. Er zijn verder geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep van eiseres voor zover gericht tegen het uitblijven van een besluit op haar aanvraag niet-ontvankelijk;- verklaart het beroep van eiseres voor zover dat is gericht tegen het besluit van 11 september 2024 niet-ontvankelijk;- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei
  10. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Artikel 6:20, derde lid, van de Awb. Artikel 6:6 aanhef en onder a, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.