← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:6047

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4621 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente] , verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 21 juni

  1. Overwegingen 1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
  2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
  3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 21 juni
  4. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 3 augustus 2025 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 9 augustus
  5. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
  6. Eiser zegt dat hij te laat was, omdat hij in verband met vakanties en vrijwilligerswerk het besluit te laat in handen had. Tevens geeft hij aan dat verweerder had toegezegd pas in het najaar van 2025 een beslissing op bezwaar te geven, en dus niet in juni 2025 al. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde redenen er niet voor zorgen dat het te laat ingediende beroep verschoonbaar is. Eiser had in verband met zijn vakanties iemand anders naar zijn post kunnen laten kijken en via die weg tijdig van de beslissing op bezwaar op de hoogte kunnen zijn en beroep kunnen instellen. Het beroep is dan ook ten onrechte te laat ingesteld.
  7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
  8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 oktober
  9. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.