← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:6076

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4921 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres, en Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 10 maart 2025 tegen de beslissing op bezwaar over de definitieve beschikkingen integrale beoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 10 september 2025 een aanvullend besluit genomen op het bezwaar van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten. Verweerder heeft op 9 oktober 2025 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen

  1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
  2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
  3. Eiseres verzoekt om vergoeding van reiskosten van Rotterdam naar Brussel en om vergoeding van verletkosten met betrekking tot voorbereiding, communicatie en administratie.
  4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek om de proceskosten van verzoekster te betalen. Verweerder is van mening dat reiskosten niet zien op reizen die gemaakt zijn om de behandeling van het beroep bij de rechtbank bij te wonen. Verletkosten komen daarnaast slechts in aanmerking voor vergoeding indien sprake is van tijdsverzuim voor het bijwonen van een rechtszitting. Verweerder geeft aan dat er geen rechtszitting heeft plaatsgevonden en eiseres daardoor niet in aanmerking komt voor een vergoeding van de kosten.
  5. De rechtbank wijst het verzoek van eiseres af. In deze zaak heeft geen zitting plaatsgevonden. Het is daarom onduidelijk waarvoor de kosten zouden zijn gemaakt. Zij heeft deze kosten ook niet verder uitgelegd of onderbouwd. Daarom komen de kosten niet voor vergoeding in aanmerking. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 november
  6. De griffier is buiten staatte ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.