← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:6245

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11875218 \ MV EXPL 25-158 MS/1270 Vonnis in kort geding van 12 november 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigden: mr. B. Schouten en mr. S. van der Veen, tegen MEDIAMONKS B.V., gevestigd te Hilversum, gedaagde partij, hierna te noemen: MediaMonks, gemachtigden: mr. J. Stolk en mr. Y.L. Smit. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord met productie; - de aanvullende producties van [eiser] ; - de aanvullende producties van MediaMonks;- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;- de pleitnota van [eiser] ;- de pleitnota van MediaMonks. 1.
  2. De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. 2De kern van de zaak 2.
  3. [eiser] is in dienst bij MediaMonks. Hij wil graag in dienst treden bij Publicis, een directe concurrent van MediaMonks. Het concurrentiebeding dat sinds 2018 op zijn arbeidsovereenkomst van toepassing is verzet zich hier echter tegen. [eiser] wil met dit kort geding bereiken dat hij in dienst kan treden van Publicis, maar zijn vorderingen worden afgewezen. De kantonrechter vindt het voldoende aannemelijk dat het concurrentiebeding nog steeds geldig is en niet opnieuw schriftelijk hoefde te worden overeengekomen. Ook is niet aannemelijk dat [eiser] in verhouding tot het te beschermen belang van MediaMonks door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld en dat hij bij handhaving van het concurrentiebeding in belangrijke mate wordt belemmerd om anders dan in dienst van MediaMonks werkzaam te zijn. Hij krijgt daarom ook geen vergoeding toegekend om de gevolgen van het concurrentiebeding te compenseren. 3De beoordeling Inleiding 3.
  4. MediaMonks is een wereldwijd opererend bedrijf dat marketing- en technologiediensten aanbiedt. Zij is in 2001 opgericht en is sinds 2018 een dochteronderneming van S4 Capital plc (hierna: S4). 3.
  5. [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1989, is in 2017 als stagiair bij MediaMonks komen werken. Per 24 juli 2017 is hij op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij MediaMonks in dienst getreden in de functie van Junior Creative met een salaris van € 2.600,00 bruto per maand. Deze arbeidsovereenkomst is per 1 februari 2018 verlengd tot en met 31 december
  6. [eiser] vervulde toen de functie van Brand Strategist met een salaris van eerst € 3.800,00 en per 1 juli 2018 € 4.000,00 bruto per maand. 3.
  7. Partijen hebben op 27 december 2018 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd per 1 januari 2019 gesloten. In de artikelen 6 en 7 van deze arbeidsovereenkomst is een concurrentie- respectievelijk een relatiebeding (hierna samen: het concurrentiebeding) opgenomen. In artikel 7 is onder meer bepaald: “During the existence of the employment contract and during two years after termination of the employment contract, the employee will refrain from operating, jointly operating or having operated any business that is the same, similar or related to the business activities of the employer or its affiliated companies or its subsidiaries, or to work for such a business in any way, either or not on the basis of an employment contract, either or not for salary, or to have any participating interest or share therein of whatever nature.” 3.
  8. Per 1 januari 2019 is het salaris van [eiser] verhoogd naar € 4.500,00 bruto per maand en per 1 juli 2019 naar € 5.000,00 bruto per maand. Per 1 februari 2021 is [eiser] gepromoveerd tot Global Category Lead of Embedded Content. Hij kon in deze functie aanspraak maken op een bonus van twee maandsalarissen en zijn salaris werd per 1 mei 2021 verhoogd naar € 8.333,33 bruto per maand. 3.
  9. [eiser] is per 1 april 2024 gepromoveerd naar de functie Senior Vice President, Growth & Transformation Studio met een basissalaris van € 14.130,58 bruto per maand. Zijn salaris is per 1 april 2025 verhoogd naar € 15.402,33 bruto per maand. Daarnaast werd op [eiser] een bonusregeling van toepassing, op grond waarvan hij over 2025 recht zou kunnen hebben op een bonus van € 122.088,00 bruto. 3.
  10. [eiser] is op 26 februari 2025 benaderd door Publicis, een groot Frans reclame- en communicatieconcern. In augustus 2025 heeft hij van Publicis een voorstel ontvangen om daar in dienst te treden als Chief Solution Officer met een salaris van circa € 27.000,00 bruto per maand en verschillende variabele beloningen. 3.
  11. [eiser] heeft aan MediaMonks laten weten dat hij graag bij Publicis in dienst zou willen treden. MediaMonks heeft zich echter op het standpunt gesteld dat het concurrentiebeding zich hiertegen verzet. Partijen hebben hiervoor geen oplossing kunnen vinden. De vorderingen en de onderbouwing daarvan 3.
  12. [eiser] vordert: primair: I MediaMonks te veroordelen te gehengen en gedogen dat hij aansluitend aan het einde van zijn arbeidsovereenkomst met MediaMonks in dienst treedt waar hij wil, althans bij Publicis; subsidiair: II. het tussen partijen bestaande relatie- en concurrentiebeding geheel te schorsen in die zin dat het hem is toegestaan in dienst te treden waar hij wil, althans bij Publicis; meer subsidiair: III. het tussen partijen bestaande relatie- en concurrentiebeding gedeeltelijk te schorsen, in zoverre dat het hem op zo kort mogelijke termijn vrijstaat in dienst te treden waar hij wil, althans bij Publicis, en de bedingen geografisch te beperken; IV. MediaMonks te veroordelen tot betaling van een voorschot op de vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ter hoogte van € 27.000,00 bruto voor iedere maand waarin het hem niet is toegestaan na het einde van de arbeidsovereenkomst met MediaMonks in dienst te treden van een andere werkgever, althans Publicis; in alle gevallen: V. MediaMonks te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente. 3.
  13. [eiser] stelt zich op het standpunt dat het concurrentiebeding zijn geldigheid heeft verloren. Volgens [eiser] had het beding opnieuw schriftelijk moeten worden overeengekomen omdat in 2021 en 2024 een gewijzigde arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en omdat het beding als gevolg van de wijziging van zijn arbeidsverhouding bovendien aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Voor zover het beding zijn geldigheid niet heeft verloren, stelt [eiser] dat het beding vernietigbaar is omdat hij hierdoor in verhouding tot het te beschermen belang van MediaMonks onbillijk wordt benadeeld. Voor zover het beding niet vernietigbaar is, maakt [eiser] op grond van artikel 7:653 lid 5 BW aanspraak op een vergoeding omdat het beding hem in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van MediaMonks werkzaam te zijn. Het verweer en de onderbouwing daarvan 3.
  14. MediaMonks voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure, vermeerderd met wettelijke rente. 3.
  15. MediaMonks stelt zich op het standpunt dat het concurrentiebeding nog steeds geldig is. Er is volgens MediaMonks geen wijziging van de arbeidsverhouding van ingrijpende aard geweest waardoor het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken en opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen. MediaMonks stelt dat zij zwaarwegende bedrijfsbelangen heeft bij het in stand houden van het beding die zwaarder wegen dan de belangen van [eiser] . MediaMonks stelt ten slotte dat er geen grond is om [eiser] een vergoeding op grond van artikel 7:653 lid 5 BW toe te kennen, omdat het concurrentiebeding hem niet in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst bij MediaMonks te zijn. Toetsingskader 3.
  16. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. Spoedeisend belang 3.
  17. [eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, omdat hij op korte termijn bij Publicis in dienst wil treden. Het concurrentiebeding is op de overstap naar Publicis van toepassing 3.
  18. Tussen partijen is niet in geschil dat Publicis een directe concurrent is van MediaMonks en dat het concurrentiebeding zich ertegen verzet dat [eiser] binnen een periode van twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst met MediaMonks bij Publicis in dienst zou treden. Het concurrentiebeding is geldig 3.
  19. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een geldig concurrentiebeding. Dit oordeel wordt hierna toegelicht. 3.
  20. Een beding dat de werknemer beperkt om na het einde van de arbeidsovereenkomst elders werkzaam te zijn, moet schriftelijk worden overeengekomen. Op grond van vaste jurisprudentie moet een concurrentiebeding opnieuw schriftelijk worden overeengekomen als sprake is van een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding die niet redelijkerwijze was te voorzien bij het aangaan van het beding en tot gevolg heeft dat het beding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken doordat het voor de werknemer een belemmering vormt om een gelijkwaardige werkkring te vinden. 3.
  21. [eiser] stelt dat het concurrentiebeding niet meer geldig is, omdat zijn functie in 2021 en 2024 wezenlijk is gewijzigd. Hij is per 1 januari 2021 (de kantonrechter neemt aan dat bedoeld is: 1 februari 2021) gepromoveerd naar Global Categorie Lead of Embedded Content en per 1 april 2024 naar Senior Vice President Growth & Transformation Studio. Volgens [eiser] had het concurrentiebeding toen opnieuw schriftelijk moeten worden overeengekomen, maar is dit niet gebeurd. 3.
  22. De kantonrechter deelt het standpunt van MediaMonks dat het enkele feit dat de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2021 en 1 april 2024 voor wat betreft de functie en het salaris is gewijzigd, niet maakt dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk moest worden overeengekomen. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat partijen toen hebben beoogd een nieuwe arbeidsovereenkomst te sluiten en dit kan ook niet worden afgeleid uit het feit dat beide partijen de brief van 17 juni 2024 waarmee de functiewijziging per 1 april 2024 is bevestigd hebben ondertekend. In de brieven waarmee deze wijzigingen zijn bevestigd, staat bovendien dat de overige bepalingen en voorwaarden van de arbeidsovereenkomst hetzelfde zouden blijven. Het had [eiser] daarom duidelijk kunnen zijn dat het concurrentiebeding na de functiewijzigingen nog steeds op hem van toepassing was. 3.
  23. [eiser] stelt verder dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen omdat het als gevolg van de wijziging van zijn arbeidsverhouding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Hij voert hiertoe aan dat hij binnen MediaMonks nog een junior was toen hij in 2018 met het concurrentiebeding instemde, maar daarna wezenlijk andere functies is gaan vervullen met geheel andere verantwoordelijkheden en een compleet ander pakket aan arbeidsvoorwaarden. Volgens [eiser] is de functie van Brand Strategist niet te vergelijken met die van Senior Vice President. De eerste functie was een uitvoerende functie waarin hij zich bezighield met het beantwoorden van klantopdrachten in Nederland, terwijl hij in zijn huidige functie verantwoordelijk is voor het pitchen van nieuwe klanten in de Verenigde Staten, Europa en het Midden-Oosten. MediaMonks is sinds 2018 ook veranderd van een bedrijf met 750 werknemers naar op dit moment 7.500 werknemers. Ten opzichte van 2018 zijn ook het type klanten, de producten en de omvang van de opdrachten en de financiële belangen van MediaMonks veranderd. Dit geldt ook voor de geografische reikwijdte van haar activiteiten. MediaMonks is veranderd van een Nederlands bedrijf dat was gespecialiseerd in digitale content productie naar een beursgenoteerde multinational die zich op meer dan 40 locaties in 30 landen bezighoudt met data, content, media en technologie. [eiser] stelt dat deze wijzigingen voor hem redelijkerwijs niet te voorzien waren. Toen hij in 2018 aan het begin van zijn carrière stond was het voor hem nog betrekkelijk eenvoudig om na een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met MediaMonks een nieuwe, gelijkwaardige werkkring te vinden bij een werkgever die geen concurrent was van MediaMonks. Dit is inmiddels niet meer mogelijk, omdat hij zich door zijn loopbaanontwikkeling heeft gespecialiseerd in digitale marketing, het gebruik van AI en het pitchen van nieuwe klanten. 3.
  24. MediaMonks stelt dat de functie-inhoud van [eiser] weliswaar in de loop der tijd deels is gewijzigd doordat hij zich op een hoger niveau met commerciële en strategische vraagstukken is gaan bezighouden, maar dat dit geen ingrijpende functiewijziging van de arbeidsverhouding is geweest. [eiser] zat op het moment van het sluiten van het concurrentiebeding namelijk al op een commercieel spoor. Zijn promoties waren voorzienbaar en hij had ook al vóór het aangaan van het concurrentiebeding meerdere promoties binnen MediaMonks doorgemaakt. Er zijn volgens MediaMonks meer werknemers die een vergelijkbare ontwikkeling hebben doorgemaakt. MediaMonks betwist dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder op [eiser] is gaan drukken en dat hij door handhaving van het beding na einde dienstverband daadwerkelijk wordt belemmerd om een gelijkwaardige werkkring te vinden. Volgens MediaMonks vergroot de loopbaanontwikkeling van [eiser] juist zijn inzetbaarheid op een breed palet van werkgevers en sectoren die niet ‘hetzelfde, soortgelijk of verwant’ zijn aan de activiteiten van MediaMonks. MediaMonks stelt verder dat de aard en de reikwijdte van het concurrentiebeding ongewijzigd zijn gebleven. Gelet op het internationale karakter van MediaMonks en S4 gold het concurrentiebeding van meet af aan al wereldwijd en viel Publicis als concurrent van S4 al in 2018 onder de reikwijdte van het concurrentiebeding. 3.
  25. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] zijn stelling dat - kort samengevat - sprake is van een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding waardoor het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken, naar aanleiding van het verweer van MediaMonks onvoldoende nader heeft onderbouwd. Dit is daarom niet aannemelijk geworden. [eiser] heeft niet betwist dat hij bij het aangaan van het concurrentiebeding in 2018 al een commerciële functie had en dat hij die nog steeds heeft, alleen op een hoger niveau. Hij heeft ook niet gemotiveerd weersproken dat concurrenten van MediaMonks als Publicis al in 2018 onder de reikwijdte van het concurrentiebeding vielen en dat zijn promoties daar dus geen verandering in hebben gebracht. [eiser] heeft een vergelijking gemaakt met een piramide, waarbij een werknemer met een functie laag in de functionele ladder brede mogelijkheden heeft op de arbeidsmarkt en een werknemer hoog op de functionele ladder smalle mogelijkheden. Het had echter op zijn weg gelegen om aan de hand van concrete gegevens - zoals sollicitaties - te onderbouwen dat hij als gevolg van de promoties aanzienlijk wordt belemmerd om een gelijkwaardige werkkring te vinden bij een onderneming die geen concurrent van MediaMonks is. Dit heeft hij echter niet gedaan. 3.
  26. De conclusie luidt daarom dat het concurrentiebeding niet opnieuw hoefde te worden overeengekomen en nog steeds geldig is. De primaire vordering om MediaMonks te veroordelen te gehengen en gedogen dat [eiser] aansluitend aan het einde van zijn arbeidsovereenkomst met MediaMonks in dienst treedt waar hij wil, althans bij Publicis, wordt daarom afgewezen. Het concurrentiebeding is niet vernietigbaar 3.
  27. Vervolgens moet worden beoordeeld of [eiser] in verhouding tot het te beschermen belang van MediaMonks door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld en of daarom aannemelijk is dat de bodemrechter het beding geheel of gedeeltelijk op grond van artikel 7:653 BW zal vernietigen. Als dit inderdaad het geval is, zou dit aanleiding kunnen geven het concurrentiebeding bij wijze van voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk te schorsen. Om dit te beoordelen wordt het belang van MediaMonks bij handhaving van het concurrentiebeding afgewogen tegen het belang van [eiser] om aansluitend aan zijn dienstverband bij MediaMonks in dienst van Publicis of een andere concurrent van MediaMonks te kunnen treden. 3.
  28. Nu [eiser] zich op het standpunt stelt dat hij in verhouding tot het te beschermen belang van MediaMonks door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, rust op hem de bewijslast en het bewijsrisico van deze stelling. Omdat in kort geding geen ruimte is voor bewijslevering, betekent dit dat [eiser] aannemelijk moet maken dat zijn belang om niet aan het concurrentiebeding te worden gehouden groter is dan het belang van MediaMonks bij handhaving van dit beding. [eiser] is hier naar het oordeel van de kantonrechter niet in geslaagd. Dit wordt hierna toegelicht. 3.
  29. [eiser] stelt ter onderbouwing van zijn belang om bij Publicis in dienst te treden, dat Publicis een groter bedrijf is dan MediaMonks met meer doorgroeimogelijkheden. Zijn functie, toekomstperspectieven en vooral zijn salaris zullen daar beter zijn dan bij MediaMonks. Hij is volledig gespecialiseerd in de branche waarin MediaMonks opereert en kan zijn werkzaamheden op zijn niveau alleen binnen de mediabranche uitvoeren. Als hij door het concurrentiebeding niet binnen deze branche een andere baan kan vinden, verliest hij zijn marktrelevantie. Hij zal dan genoodzaakt zijn om buiten de branche te gaan solliciteren, waar hij nooit dezelfde positie en hetzelfde salaris zal krijgen. [eiser] verzoekt het concurrentiebeding in ieder geval gedeeltelijk te schorsen en de werking van het beding te beperken tot één, twee of drie maanden en tot een zo klein mogelijk gebied, bijvoorbeeld Nederland. Hij stelt in dit verband dat MediaMonks een fast-pace bedrijfsvoering heeft en veel met AI werkt. De informatie die op dit moment voor hem beschikbaar is en die theoretisch voor MediaMonks een bedreiging vormt als hij bij een concurrent in dienst treedt, zal binnen die termijn verouderd zijn. Hij stelt dat hij verder niet beschikt over bedrijfsgevoelige informatie omdat de prijsstrategieën, methodieken en processen van MediaMonks generiek zijn en vergelijkbaar met andere grote bureaus. Volgens [eiser] zijn de belangen van MediaMonks daarom klein en worden deze gedekt door het geheimhoudingsbeding dat op hem van toepassing is. [eiser] stelt ten slotte dat MediaMonks op dit moment aan het reorganiseren is, dat er honderden banen moeten verdwijnen en de beurswaarde met meer dan 95% is gedaald. [eiser] stelt dat van hem niet kan worden verlangd dat hij meegaat in een potentieel zinkend schip als hij elders goede toekomstperspectieven heeft. Volgens [eiser] mogen zijn collega’s wel gebruik maken van een vrijwillige vertrekregeling waarbij het concurrentiebeding wordt opgeheven, alleen hij niet. 3.
  30. MediaMonks stelt dat zij belang heeft bij het beschermen van haar bedrijfsdebiet. Haar bedrijfsactiviteiten en die van Publicis zijn zeer vergelijkbaar en zij concurreren binnen een zeer competitieve markt. [eiser] bekleedt een hoge managementfunctie en beschikt over bedrijfsgevoelige informatie, zoals kennis van prijzen op pitchniveau, (AI-)strategieën, voorkeuren en in en outs van klanten. Hij is bekend met alle details van hoe MediaMonks haar pitches insteekt en heeft ook zicht op wat er nog in de pijplijn zit. De relevantie van deze informatie kan zich over maanden tot jaren uitstrekken en is niet al na drie maanden verouderd. [eiser] is verder op de hoogte van de bedrijfsstrategie van MediaMonks. Deze kennis blijft ook over langere tijd relevant en kan niet worden geneutraliseerd met alleen een geheimhoudingsbeding. Al deze informatie kan Publicis een voordeel bieden bij het verkrijgen van opdrachten en het winnen van pitches. MediaMonks stelt dat [eiser] niet heeft onderbouwd dat Publicis een bedrijf is met meer groeiperspectieven en opleidingskansen en stelt verder dat een lucratief aanbod van een concurrent geen zelfstandige grond is om een concurrentiebeding te schorsen of te vernietigen. MediaMonks betwist dat het voor [eiser] inmiddels niet meer mogelijk is een nieuwe, gelijkwaardige werkkring te vinden bij een werkgever die geen concurrent is van MediaMonks. Zij betwist ook dat [eiser] de enige is die aan het concurrentiebeding wordt gehouden. Volgens MediaMonks is er geen aanleiding om het concurrentiebeding te beperken tot Nederland, omdat zij een internationaal opererend bedrijf is. Dat was al zo bij het aangaan van het concurrentiebeding. 3.
  31. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn belang om niet aan het concurrentiebeding te worden gehouden groter is dan het belang van MediaMonks bij handhaving van dit beding. [eiser] heeft weliswaar aannemelijk gemaakt dat hij bij Publicis veel meer zal kunnen gaan verdienen dan bij MediaMonks, maar heeft niet met concrete gegevens onderbouwd dat hij vanwege zijn specialisatie binnen de mediabranche nooit dezelfde positie en hetzelfde salaris zal kunnen krijgen als buiten de branche bij een bedrijf dat niet met MediaMonks concurreert. [eiser] heeft niet toegelicht waarom hij geen gelijkwaardige werkkring zou kunnen vinden bij in-house adverteerders, platforms, technologie- en consultancybedrijven en AI-start-ups, zoals MediaMonks heeft gesteld. Hij heeft naar aanleiding van het verweer van MediaMonks ook onvoldoende weersproken dat hij vanwege zijn hoge salesfunctie beschikt over concurrentiegevoelige informatie, waaronder informatie over pitches, de bedrijfsstrategie en wat nog in de pijplijn zit, en dat dit geen algemeen beschikbare kennis is. De kantonrechter vindt het daarom aannemelijk dat het bedrijfsdebiet van MediaMonks kan worden aangetast als [eiser] met deze kennis bij Publicis of een andere concurrent in dienst zou treden en dat deze kennis wereldwijd en voor de volledige duur van het concurrentiebeding - twee jaar - relevant is. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat het geheimhoudingsbeding voldoende zal zijn om het risico van MediaMonks voor aantasting van haar bedrijfsdebiet te ondervangen. MediaMonks heeft erkend dat er bij haar op dit moment sprake is van een reorganisatie en dat zij in uitdagende marktomstandigheden verkeert, maar heeft terecht gesteld dat dit niet afdoet aan haar belang om haar bedrijfsdebiet te beschermen. 3.
  32. De conclusie luidt daarom dat het niet aannemelijk is dat een bodemrechter het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen omdat [eiser] in verhouding tot het te beschermen belang van MediaMonks door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. De vorderingen om het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te schorsen worden daarom afgewezen. [eiser] heeft geen recht op een voorschot op een vergoeding op grond van artikel 7:653 lid 5 BW 3.
  33. In artikel 7:653 lid 5 BW is bepaald dat, als - kort gezegd - een concurrentiebeding de werknemer in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van de werkgever werkzaam te zijn, de rechter kan bepalen dat de werkgever voor de duur van de beperking aan de werknemer een vergoeding moet betalen. 3.
  34. Voor het geval het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk in stand blijft, verzoekt [eiser] op grond van deze bepaling om een voorschot op een vergoeding van € 27.000,00 bruto per maand voor de maanden dat het bedingen in stand blijft. Dit is het basissalaris dat hij bij Publicis zou verdienen. 3.
  35. MediaMonks stelt terecht dat [eiser] niet aan de hand van concrete gegevens, zoals sollicitaties, heeft onderbouwd dat hij bij handhaving van het concurrentiebeding in belangrijke mate wordt belemmerd om anders dan in dienst van MediaMonks werkzaam te zijn. Het is daarom niet aannemelijk dat een bodemrechter hem een vergoeding zal toekennen. Dit betekent dat het gevorderde voorschot wordt afgewezen. [eiser] moet de proceskosten betalen 3.
  36. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van MediaMonks worden begroot op: - salaris gemachtigde € 814,00 - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 949,00 3.
  37. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De beslissing De kantonrechter 4.
  38. wijst de vorderingen van [eiser] af, 4.
  39. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
  40. veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.
  41. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. F.H. Charbon op 12 november
  42. Artikel 7:653 lid 1 aanhef en onder b BW. Hoge Raad 5 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2221 en AZ2224 (AVM-arresten).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.