RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Jeugdstrafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16-394588-24 Vonnis van de meervoudige kamer van 21 november 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] , hierna: [verdachte] . 1Zitting De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 7 november
(2)jaren vast; - als voorwaarde geldt dat [verdachte] zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd, voor zover en zolang De Jeugd en Gezinsbeschermers dat nodig vindt: - zich houdt aan de maatregel Toezicht en Begeleiding, waarvan zes maanden ITB harde kern; - meewerkt aan begeleiding door een jongerencoach; - naar school gaat volgens het rooster en dagbesteding heeft in de vorm van opleiding of werk; waarbij De Jeugd en Gezinsbeschermers opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden; - beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn; - veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 60 uur; - beveelt dat voor het geval [verdachte] de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 30 dagen jeugddetentie; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1) wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van in totaal € 2.537,54, bestaande uit € 37,54 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade; veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 december 2024 tot de dag van volledige betaling; verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.537,54 te betalen, bestaande uit € 37,54 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 december 2024 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank bepaalt dat bij niet betalen géén gijzeling kan worden toegepast; bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1) wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schade; veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 december 2024 tot de dag van volledige betaling; verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 december 2024 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank bepaalt dat bij niet betalen géén gijzeling kan worden toegepast; bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partijen [C] en [slachtoffer 3] verklaart [C] en [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in hun vordering; veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door [verdachte] gemaakt ten behoeve van het verweer tegen hun vordering, tot op heden begroot op nihil; voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. S.T. Könning, voorzitter, mr. A. Maas, rechter, en mr. S.D. Groen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.C. van Grinsven, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 november
- Bijlage I: De tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: 1hij op of omstreeks 10 december 2024 te Montfoort, althans in Nederland, op de openbare weg, op de [locatie] , met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n), door- die [slachtoffer 1] tegen het hoofd te slaan,- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen "kankerhorloge, kankerhorloge", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen,- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] te richten,- die [slachtoffer 1] meerdere malen met zijn, verdachtes, hand en/of met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd en/of het lichaam, te slaan,- met zijn arm de nek/keel van die [slachtoffer 2] vast te houden en/of (hierbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer 2] te richten/duwen, en/of- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen "geef mij het horloge, geef mij het horloge" en/of “geef mij dat kankerhorloge of ik doe je vrouw wat aan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 2hij op of omstreeks 10 december 2024 te Montfoort, althans in Nederland, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door- die [slachtoffer 3] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen, en/of- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 3] te richten; 3hij op of omstreeks 10 december 2024 te Montfoort, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd pistool van het merk Blow, model TR92K, kaliber 9mm P.A.K., zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Pagina 13 t/m 15 van digitaal dossier met titel ‘PV vgl’. Pagina 32 t/m 34 van digitaal dossier met titel ‘PV vgl’. Pagina 93 en 94 van digitaal dossier met titel ‘Aanvullend einddossier’.