RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16.179255.24 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 3 november 2025 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] , [woonplaats] , hierna: verdachte. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 oktober
(3416852). Benadeelde partijen (feit 1) Benadeelde partij [benadeelde] wijst de vordering van [benadeelde] toe tot een bedrag van 2.230,00 euro; veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2024 tot de dag van volledige betaling; verklaart [benadeelde] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat 2.230,00 euro te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 33 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Benadeelde partij [aangever] wijst de vordering van [aangever] toe tot een bedrag van 500,00 euro; veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2024 tot de dag van volledige betaling; verklaart [aangever] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat 500,00 euro te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Sanders, voorzitter, mr. A.M.M. Lemmen en mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Besselink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 november 2025. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1hij op of omstreeks 6 maart 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een paspoort met nummer [nummer] op naam van [aangever] en/of diverse sieraden (ringen en/of ketting) en/of drie horloges en/of een zonnebril en/of een geldbedrag tussen de 10.000,- en 30.000,- euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/ hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel; 2hij op of omstreeks 9 oktober 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, (een) radiozendappara(a)t(
- en)te weten: twee (draagbare) multiband/1-, 2-, 3-, 4-band GSM/UMTS/GPS/LTE jammers heeft aangelegd en/of geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; en/of hij op of omstreeks 9 oktober 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (een) technisch(
- e)hulpmiddel(len), te weten twee (draagbare) multiband/1-, 2-, 3-, 4-band GSM/UMTS/GPS/LTE jammers, dat/die hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is/zijn voor het opzettelijk vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken en/of veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie, heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350a, eerste lid, of 350c werd gepleegd; 3hij op of omstreeks 9 oktober 2024 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 263,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep(hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of- ongeveer 5,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwetbehorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 16 januari 2025, genummerd PL0900-2024321412, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina tot en met 357. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. p. 22-24. p. 342-345. p. 247. p. 253.