← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:7060

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/1797 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. E. Tahitu), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 24 juni 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Op 13 maart 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
  2. Verweerder heeft op 17 februari 2025 alsnog een besluit genomen op het verzoek om integrale herbeoordeling van eiseres. Dat betekent dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een beroep dat is gericht tegen het niet-tijdig beslissen. Er is immers beslist. Verweerder heeft aan haar de maximale dwangsom van € 1.442,- toegekend. Eiseres kan met deze procedure dus niets meer bereiken dan dat.
  3. Eiseres heeft op 11 juni 2025 toegelicht dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 17 februari
  4. Een beroep tegen het niet-tijdig beslissen richt zich van rechtswege ook tegen het inhoudelijke besluit dat vervolgens is genomen. Dat volgt uit artikel 6:20, derde lid, van de Awb. In dit geval ziet de rechtbank aanleiding om dit beroep van rechtswege niet zelf te behandelen maar, met gebruikmaking van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb, door te verwijzen naar verweerder om te behandelen als bezwaar.
  5. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het beroep is echter terecht ingesteld, omdat de beslissing op bezwaar pas is verzonden na indiening van dit beroep. De rechtbank ziet daarom aanleiding te bepalen dat het door eiseres betaalde griffierecht wordt vergoed en dat eiseres in aanmerking komt voor vergoeding van de proceskosten. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50;- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 december
  6. De griffier is buiten staatte ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.