RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4275 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser, en de korpschef van Politie, verweerder. Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 18 februari 2025 tegen het besluit van verweerder van 11 februari
- Overwegingen
- De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
- Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar.
- Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
- Eiser heeft op 16 juli 2025 een beroepschrift ingediend. Eén dag later, bij de brief van 17 juli 2025, heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Het ingediende beroepschrift voldoet hiermee niet aan de wettelijke vereisten. Immers, verweerder is niet eerst in gebreke gesteld alvorens het beroepschrift is ingediend. Daarnaast is de beslistermijn voor verweerder om een beslissing op bezwaar te nemen, verstreken op 28 juli
- Dat betekent dat eiser verweerder pas vanaf 28 juli 2025 in gebreke kon stellen. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn ingebrekestelling en beroepschrift prematuur ingediend zijn.
- Voor een proceskostenveroordeling en een vergoeding voor het griffierecht bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 december
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.