RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats: Utrecht Tegenspraak Parketnummer: 16/222697-24 (ontneming) Vonnis van de meervoudige kamer van 30 oktober 2025 op de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de zaak tegen: [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] in [plaats] , hierna: de veroordeelde. 1Zitting De ontnemingsvordering is behandeld op de zitting van 18 september
(0)Gemiddelde aantal maanden 27,78 De rechtbank wijkt van het rapport af op de volgende punten: [getuige 11] verklaart geen drugs te gebruiken en niet te weten dat de veroordeelde handelde in drugs. Wel gebruikte een vriend van hem soms zijn telefoon om drugs te bestellen. De rechtbank gebruikt de verklaring van [getuige 11] daarom niet bij het berekenen van de gemiddelde dealperiode, omdat [getuige 11] niet betrouwbaar kan verklaren over de drugsafname van zijn vriend. [getuige 8] verklaart helemaal geen drugs te gebruiken en nog nooit drugs te hebben gekocht bij de betrokkene. De rechtbank gebruikt daarom ook de verklaring van [getuige 8] niet bij het berekenen van de gemiddelde dealperiode. Totaal aantal deals Door bovenstaande gegevens te combineren, vindt de rechtbank het aannemelijk dat de veroordeelde 5.116 drugsdeals (27,78 × 184,17) heeft gesloten: de gemiddelde afnemer was 27,78 maanden klant en de veroordeelde sloot 184,17 drugsdeals per maand. Bedrag per deal Op basis van de getuigenverklaringen gaat de rechtbank uit de van het volgende gemiddelde bedrag per deal(moment): Afnemer/getuige Bedrag per dealmoment [getuige 1] € 20,00 [getuige 2] € 50,00 [getuige 3] € 20,00 [getuige 4] € 34,90 [getuige 5] € 32,50 [getuige 6] € 80,00 [getuige 7] € 20,00 ( [getuige 8] ) (-) [getuige 9] € 50,00 [getuige 10] € 50,00 ( [getuige 11] ) (-) Gemiddelde bedrag per dealmoment € 39,71 De rechtbank wijkt van het rapport af op de volgende punten: Getuige [getuige 6] heeft het bedrag per deal bij de rechter-commissaris genuanceerd door in zijn verklaring aan te geven dat hij € 100,00 per keer betaalde (voor 2 gram), maar daar dan ook wat ‘gratis’ biertjes bij kreeg. Op de vraag van de advocaat van de veroordeelde of het netto € 80,00 was, antwoordde [getuige 6] bevestigend. De rechtbank gaat daarom uit van € 80,
- De verklaring van [getuige 11] is niet gebruikt voor het berekenen van de gemiddelde dealperiode omdat deze getuige heeft verklaard geen drugs te hebben afgenomen. De rechtbank neemt deze verklaring daarom ook niet mee bij het berekenen van het gemiddelde bedrag per dealmoment. Afwezigheid tijdens vakanties In het rapport wordt gecorrigeerd voor de afwezigheid van de veroordeelde tijdens zijn vakantie van 23 juli tot en met 13 augustus 2024 (3 weken). In die vakantie heeft hij een vervanger ingezet. Op de zitting heeft de veroordeelde echter, aan de hand van de douanestempels in zijn paspoort, aannemelijk gemaakt dat hij ook in de periodes 28 mei 2022 tot en met 5 juni 2022, 21 oktober 2022 tot en met 27 oktober 2022 en 26 juli 2023 tot en met 13 augustus 2023 in het buitenland was. Dat zijn 5 extra weken. De rechtbank corrigeert de opbrengst daarom met in totaal 8 weken. Het gemiddeld aantal deals per week is 42,5, dus de omzet moet worden verminderd met 42,5 × 8 = 340 deals. (Het gemiddeld aantal deals per week wordt berekend door het gemiddeld aantal deals per maand, 184,17, eerst te vermenigvuldigen met 12 en dan te delen door 52.) De gemiddelde omzet per deal is € 39,71, dus de totale vakantiecorrectie bedraagt € 39,71 × 340 = € 13.501,
- Totale omzet Op basis van bovenstaande gegevens komt de rechtbank tot een totale berekende omzet van € 189.654,96 (5.116 deals × € 39,71 omzet per deal − € 13.501,40 vakantiecorrectie ). 3.2.
- Kosten Inkoopkosten cocaïne De veroordeelde heeft aangegeven dat hij een brutowinstpercentage van 25% had, maar dat is niet aannemelijk geworden. Zo is er geen inzicht in de communicatie met de leverancier van de cocaïne en ook niet in de boekhouding van de veroordeelde. De rechtbank gaat daarom uit van het algemeen gehanteerde uitgangspunt dat de inkoopprijs van cocaïne 50% van de verkoopprijs bedraagt. De inkoopkosten bedragen in deze zaak dan € 94.827,48 (50% × € 189.654,96). Brandstofkosten In het aanvullende rapport wordt een periode van 123 weken gehanteerd om de brandstofkosten (à € 50,00 per week) te berekenen, maar zoals hiervoor uitgelegd, houdt de rechtbank rekening met 5 extra weken vakantie. De rechtbank gaat daarom uit van een periode van 118 weken waarin de betrokkene brandstofkosten heeft gemaakt en trekt daarom in totaal 118 × € 50,00 = € 5.900,00 aan brandstofkosten af van de omzet. Kosten telefonie Het rapport gaat ervan uit dat de kosten voor het opwaarderen van de dealtelefoon € 20,00 per maand bedroegen en vermenigvuldigt die met een dealperiode van 28,37 maanden. Dat is echter de gemiddelde dealperiode die wordt gebruikt voor het berekenen van de omzet. De rechtbank gaat echter uit van de bewezen verklaarde periode van 57 maanden (21 november 2019 tot en met 27 augustus 2024) minus de vakantieperiode van 2 maanden, dus 55 maanden, waarbij de veroordeelde maandelijks € 20,00 uitgaf aan het opwaarderen van de telefoon. Daarom trekt de rechtbank € 20,00 × 55 = € 1.100,00 af aan telefoonkosten. 3.2.
- Conclusie: het wederrechtelijk verkregen voordeel Berekeningstabel Aantal deals 5.116 Bedrag per deal × € 39,71 Af: vakantiecorrectie − € 13.501,40 Totale omzet = € 189.654,96 Af: inkoopkosten − € 94.827,48 Af: brandstofkosten − € 5.900,00 Af: kosten telefonie − € 1.100,00 Wederrechtelijk verkregen voordeel = € 87.827,48 De rechtbank komt op basis van bovenstaande berekening tot de conclusie dat de veroordeelde in totaal € 87.827,48 wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. 3.
- Vaststelling betalingsverplichting De rechtbank ziet geen reden om de betalingsverplichting van de veroordeelde op een lager bedrag vast te stellen dan het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld. De rechtbank stelt de betalingsverplichting van de veroordeelde aan de Staat dan ook gelijk aan het wederrechtelijk verkregen voordeel, namelijk € 87.827,
- 4Toegepast wetsartikel De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 5De beslissing De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 87.827,48; - legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 87.827,48 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; - bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mr. I.J.B. Corbeij en mr. G. Boonzaaijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober
- Mr. I.J.B. Corbeij is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. Het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict”, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende dossier van politie-eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer 2024185002 (Procesdossier), pagina’s 451 tot en met
- Een proces-verbaal van bevindingen berekening wederrechtelijk verkregen voordeel aan de hand van 2e verklaring afnemers van 16 april 2025, documentcode 20250409.1410.17848 (losbladig).