RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Lelystad zaaknummer: C/16/591677 / FL RK 25-404 Gezag en omgang Beschikking van 8 december 2025 in de zaak van: [de moeder] , wonende in [woonplaats 1] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. J.A. Wesdorp, tegen [de vader] , wonende in [woonplaats 2] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. L.D.H. Lesmeister. 1De procedure 1.1. De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: het verzoekschrift (met bijlagen) van de moeder, binnengekomen op 12 maart 2025; het verweerschrift met zelfstandige verzoeken (met bijlagen) van de vader, binnenkomen op 20 augustus 2025; het bericht (met bijlage) van de vader van 21 augustus 2025; het verweer van de moeder op de zelfstandige verzoeken van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 3 november 2025. 1.2. De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 10 november 2025. Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; de vader met zijn advocaat; [A] , een begeleider van de vader; [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). 1.3. De rechtbank heeft aan [minderjarige 1] , de oudste dochter van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. Zij heeft op 10 december 2025 met de rechter gesproken. De rechtbank heeft niet aan [minderjarige 2] , de jongste dochter van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor. 2Waar de procedure over gaat 2.1. De ouders hebben een relatie met elkaar gehad. 2.2. Zij hebben samen een dochter: - [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] . Daarnaast heeft de moeder nog een dochter: - [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ; De ouders zijn het erover eens dat de vader ook de biologische vader van [minderjarige 2] is. Hij heeft [minderjarige 2] echter niet erkend, zodat hij niet haar juridische vader is. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij de moeder. 2.3. De vader heeft [minderjarige 1] erkend. De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1] , dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissing over haar moeten nemen. 2.4. De moeder is alleen belast met het gezag over [minderjarige 2] , dit betekent dat zij zelfstandig de belangrijke beslissing over haar mag nemen. 2.5. De moeder verzoekt de rechtbank om te bepalen dat het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] wordt beëindigd en voortaan enkel aan haar toekomt. 2.6. De vader is het niet eens met het verzoek van de moeder en vraagt de rechtbank om het verzoek af te wijzen. Verder vraagt de vader de rechtbank om: een (opbouwende) omgangsregeling tussen de hem en de kinderen vast te stellen, waarbij de kinderen om de week een dag bij de vader verblijven of een regeling vast te stellen die de rechtbank (al dan niet na onderzoek en/ of advies van de Raad) in het belang van de kinderen acht; de ouders gezamenlijk te belasten met het gezag over [minderjarige 2] . 3De beoordeling Omgangsregeling 3.1. De rechtbank zal nu nog geen beslissing nemen over de omgang tussen de vader en de kinderen, maar dat nog negen maanden uitstellen. Hierna legt de rechtbank dit uit. 3.2. Ieder kind heeft recht op omgang met zijn of haar ouders. Omgekeerd geldt hetzelfde, een ouder heeft ook recht op omgang en contact met zijn of haar kind. Omdat het voor de identiteitsontwikkeling van kinderen belangrijk is dat zij contact hebben met beide ouders, is dit recht op omgang opgenomen in onze wet. Een ouder kan, om dit recht op omgang vorm te geven, de rechtbank vragen om een omgangsregeling vast te stellen. Een omgangsregeling is een afspraak over hoe en wanneer de kinderen contact hebben met een ouder bij wie zij niet wonen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechtbank op grond van de wet bepalen dat er geen omgang kan plaatsvinden, bijvoorbeeld als de omgang ernstig nadelig zou zijn voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van een kind. 3.3. Op dit moment kan de rechtbank nog niet uitsluiten dat er van zo’n uitzonderingsgeval, waarin er geen omgang moet plaatsvinden, sprake is. In 2024 is onder begeleiding van Cumulus Home zorgvuldig ingezet op contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] . Na een intensief voortraject heeft er uiteindelijk één omgangsmoment plaatsgevonden en daarna was de vader onbereikbaar voor zowel de hulpverlening als voor de moeder. Achteraf blijkt dat de vader een terugval heeft gehad in zijn verslaving. Hij is daarom sinds januari 2025 gedwongen opgenomen in een kliniek en verblijft daar op dit moment nog steeds. De vader stelt dat hij tijdens deze opname tot het inzicht is gekomen dat er meer aan de hand is dan alleen verslavingsproblematiek. Tijdens de opname is er namelijk geconcludeerd dat er sprake is geweest van een langdurige psychose, voortkomend uit (onder andere) een psychiatrische aandoening. Volgens de vader heeft hij sinds zijn opname in de kliniek geen middelen meer gebruikt, staat hij open voor alle behandelingen en gebruikt hij zijn medicatie consistent. De vader stelt dan ook dat het beter met hem gaat en hij hoopt daarom op een rustig tempo toe te kunnen werken naar contactherstel en een omgangsregeling met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder heeft hier geen vertrouwen in en vindt het niet in het belang van de kinderen om nu al over te gaan tot contactherstel. Het hulpverleningstraject bij Cumulus Home in 2024 was namelijk erg intensief en heeft veel van [minderjarige 1] gevraagd. Voor de moeder is het belangrijk dat de vader eerst een langere periode laat zien dat het goed met hem gaat, voordat er eventueel gekeken kan worden naar contactherstel en het opbouwen van een omgangsregeling. 3.4. De rechtbank begrijpt de zorgen van de moeder en vindt ook dat er voorzichtigheid in acht moet worden genomen. De eerdere ervaring, waarbij na een langdurige opbouw het contact werd hersteld, maar daarna weer verbroken, is schadelijk voor [minderjarige 1] geweest. Voorkomen moet worden dat haar dit nogmaals overkomt. Aan de andere kant vindt de rechtbank dat de vader wel een kans moet krijgen om te laten zien dat het nu echt beter met hem gaat en dat zijn huidige situatie bestendig is. Dan kan hij mogelijk in de toekomst alsnog een rol in het leven van de kinderen gaan spelen, en dat is in principe in hun belang. Dit betekent niet dat er nu al direct omgang zal gaan plaatsvinden tussen de vader en de kinderen, daarvoor is het nu nog te vroeg. De rechtbank zal het verzoek van de vader over de omgang aanhouden in afwachting van de ontwikkelingen van de komende periode. Voorafgaand aan de volgende zitting wil de rechtbank een (met stukken onderbouwde) update van de vader ontvangen, waarin staat hoe het met hem gaat en welke stappen hij heeft gezet. Daarna kan bezien worden of, en zo jahoe, er toegewerkt kan worden naar contactherstel tussen de vader en de kinderen. Gezag [minderjarige 2] 3.5. De rechtbank zal de vader niet- ontvankelijk verklaren in zijn verzoek om samen met de moeder belast te worden met het gezag over [minderjarige 2] . De rechtbank neemt deze beslissing, omdat de vader [minderjarige 2] niet heeft erkend en er dus geen wettelijke grondslag is voor zijn verzoek. Gezag over [minderjarige 1] 3.6. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen en beslissen dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige 1] heeft. Dit betekent dat de moeder voortaan zelfstandig de beslissingen over [minderjarige 1] mag nemen. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt. 3.7. In de wet staat dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen als: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.