RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummer: C/16/588232 / FO RK 25-112 Verbetering geboorteakte Beschikking van 13 februari 2025 in de zaak van DE OFFICIER VAN JUSTITIE, hierna te noemen: de OVJ, ten aanzien van de ongeboren tweeling, hierna te noemen: de ongeboren tweeling, met als belanghebbenden DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, van de gemeente Vijfheerenlanden, hierna te noemen: de ABS, [moeder] , hierna te noemen: de moeder, en [vader] , hierna te noemen: de vader, beiden wonende in [woonplaats] , gemeente Vijfheerenlanden, hierna samen te noemen: de ouders. 1De procedure De OVJ heeft op 31 januari 2025 een verzoekschrift tot verbetering van een akte in de registers van de burgerlijke stand ingediend (met kenmerk Ut/4217/291/25). Vervolgens heeft de OVJ het verzoekschrift opnieuw ingediend, met bijlagen, op 6 februari
- 2Waar de procedure over gaat 2.
- De moeder is op dit moment in verwachting van een tweeling. Zij is eind [maand] 2025 uitgerekend. 2.
- Op 1 november 2024 heeft de ABS voor elk kind een akte van erkenning van elk kind waarvan een vrouw thans zwanger is, opgemaakt. De akte heeft nummer [nummer] van het jaar
- 2.
- In de akte van erkenning van elk kind waarvan een vrouw thans zwanger is, staat (onder meer) dat de ouders hebben gekozen voor de geslachtsnaam: [geslachtsnaam]. De ABS heeft aangegeven dat deze keuze is gemaakt na foutieve informatie van de zijde van de ABS. Nadien werd het de ABS duidelijk dat de door ouders gewenste geslachtsnaam ([geslachtsnaam]) wel mogelijk is. 2.
- De OVJ heeft gevraagd om de akte van erkenning van elk kind waarvan een vrouw thans zwanger is te verbeteren, in die zin dat de gekozen geslachtsnaam wordt gewijzigd in: [geslachtsnaam]. 3De beoordeling 3.
- De rechtbank zal de beslissing op het verzoek van de OVJ aanhouden voor de duur van vier weken, dus tot 13 maart 2025, in afwachting van nadere schriftelijke informatie van de OVJ over de gewenste vervolgstappen in de onderhavige procedure. De rechtbank zal deze beslissing hierna uitleggen. 3.
- De OVJ verzoekt de rechtbank om de akte van erkenning op grond van artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te verbeteren. Uit artikel 1:24 BW volgt dat – voor zover in de onderhavige procedure relevant – een in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akte of latere vermelding op verzoek van belanghebbenden of het Openbaar Ministerie door de rechtbank kan worden verbeterd indien deze onvolledig is of een misslag bevat. Er zijn drie verschillende registers van de burgerlijke stand, namelijk ten aanzien van een huwelijk, een geboorte en een overlijden. Alleen aktes ten aanzien van de genoemde registers kunnen door de rechtbank worden verbeterd. De betreffende akte van erkenning is geen akte die in een register van de burgerlijke stand wordt ingeschreven. De geboorteakten van de tweeling zullen immers pas na hun geboorte worden opgemaakt, waarbij de erkenning door de vader als latere vermelding bij de geboorteakte wordt opgenomen. 3.
- Gelet op het voorgaande kan de rechtbank (de nog niet bestaande) geboorteakten van de tweeling op dit moment dan ook nog niet verbeteren en de rechtbank is van plan de OVJ niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek dan wel het verzoek af te wijzen. De rechtbank zal – als de OVJ het huidige verzoek in stand laat – een zitting plannen om het voorgaande te bespreken. Naar het oordeel van de rechtbank is er echter ook een andere mogelijkheid om de fout te herstellen. Als een vader een kind voor de geboorte erkent, kan een keuze voor de geslachtsnaam worden gemaakt. Deze keuze wordt verwerkt in de akte van erkenning. De daarin opgenomen naamskeuze heeft effect op de geslachtsnaam die uiteindelijk in de geboorteakte van het kind wordt vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de ABS – nu er nog geen geboorteakten van de tweeling zijn opgemaakt – de mogelijkheid om de gekozen geslachtsnaam in de akte van erkenning op enigerlei wijze aan te passen naar [geslachtsnaam]. Hierdoor komt de noodzaak van het onderhavige verzoek naar het oordeel van de rechtbank te vervallen. 4De beslissing De rechtbank houdt de beslissing op het verzoek van de OVJ aan tot 13 maart 2025 in afwachting van nadere schriftelijke informatie van de OVJ over de gewenste vervolgstappen in het dossier. Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. M.N. Cheuk A Lam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari
- !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!