← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:7505

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11824703 \ MC EXPL 25-4382 Vonnis van 3 december 2025 in de zaak van [partij 1] , te [woonplaats] , eisende partij,verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [partij 1] , gemachtigde: gerechtsdeurwaarder mr. O.J. Boeder, tegen [partij 2] , te [woonplaats] , gedaagde partij,eisende partij in het incident, hierna te noemen: [partij 2] , gemachtigde: mr. M. Rosiek van DAS Rechtsbijstand. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 30 juli 2025 met producties 1 tot en met 8; - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring; - de conclusie van antwoord in het incident. 1.
  2. Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken. 2Het geschil in het incident 2.
  3. [partij 2] vordert in het incident haar toe te staan om [A] (hierna: [A] ) in vrijwaring op te roepen. 2.
  4. [partij 1] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vordering in het incident. 3De beoordeling in het incident 3.
  5. In de hoofdzaak vordert [partij 1] veroordeling van [partij 2] tot betaling van € 3.074,39 te vermeerderen met rente en kosten. Hij legt daaraan – kort gezegd – het volgende ten grondslag. [partij 1] heeft de auto van [partij 2] geleend. [A] heeft de auto bestuurd en schade aan de auto veroorzaakt. [partij 1] heeft daarop € 3.074,39 aan [partij 2] betaald om de herstelkosten voor te schieten. Uiteindelijk is de schade door de verzekeraar van [partij 2] gedekt. [partij 1] wil daarom het voorgeschoten bedrag terug. 3.
  6. Ter onderbouwing van de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring stelt [partij 2] – kort gezegd – dat [A] als bestuurder van de auto optrad en de schade heeft veroorzaakt, waarvoor zij op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is (onrechtmatige daad). 3.
  7. [partij 1] heeft geen bezwaar tegen de vordering in het incident. 3.
  8. [partij 2] heeft voldaan aan de voorwaarden waaronder een verzoek tot vrijwaring kan worden toegewezen. De kantonrechter zal [partij 2] daarom toestaan om [A] in vrijwaring op te roepen. 3.
  9. De kosten van het vrijwaringsincident zullen worden gecompenseerd. 4De beslissing De kantonrechter in het incident 4.
  10. staat toe dat [A] door [partij 2] in vrijwaring wordt gedagvaard tegen de roldatum van woensdag 7 januari 2026 om 11:00 uur, teneinde op de vordering tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen; 4.
  11. compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt; in de hoofdzaak 4.
  12. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 januari 2026 om 11:00 uur voor conclusie van antwoord van [partij 2] ; 4.
  13. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 3 december
  14. 45353

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.