RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats: Utrecht Parketnummers: 15/165931-24; 16/175192-24 (t.t.z. gevoegd); 16/201195-24 (t.t.z. gevoegd); 16/202139-24 (t.t.z. gevoegd); 16/206656-24 (t.t.z. gevoegd); 16/208965-24 (t.t.z. gevoegd); 16/209673-24 (t.t.z. gevoegd) Verstek Vonnis van de meervoudige kamer van 28 november 2025 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] (Bulgarije), zonder vaste woon- of verblijfplaats, hierna: de verdachte. 1Zitting De strafzaak van de verdachte is bij verstek inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 14 november 2025. De aangebrachte parketnummers zijn op 9 april 2025 door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer. Op de zitting waren aanwezig: de officier van justitie: mr. M.S. Martherus-Meijers; de advocaat van de verdachte: mr. S.R. Nahar. De advocaat heeft medegedeeld niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om namens de verdachte op te treden; de benadeelde partij: [benadeelde 1] ; de benadeelde partij: [benadeelde 2] . 2Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat: in de zaak met parketnummer 15/165931-24: op 19 mei 2024 te Schiphol een observatiecel van de Koninklijke Marechaussee onbruikbaar heeft gemaakt; in de zaak met parketnummer 16/175192-24: op 28 mei 2024 in Utrecht goederen van het Park Plaza Hotel heeft vernield; in de zaak met parketnummer 16/201195-24: feit 1 op 19 juni 2024 in Utrecht een auto van [benadeelde 1] heeft vernield; feit 2 op 20 juni 2024 in Houten een beeldscherm van het arrestantencomplex van de politie heeft vernield; in de zaak met parketnummer 16/202139-24: op 21 juni 2024 in Nieuwegein [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling; in de zaak met parketnummer 16/206656-24: op 26 juni 2024 in Utrecht een auto van [benadeelde 4] en/of [bedrijf] heeft vernield; in de zaak met parketnummer 16/208965-24: op 27 juni 2024 in Houten een cel van de politie onbruikbaar heeft gemaakt; in de zaak met parketnummer 16/209673-24: op 28 juni 2024 in Houten een auto van [benadeelde 2] heeft vernield. De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis. 3Bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle feiten waar de verdachte van wordt beschuldigd bewezen kunnen worden. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte gedeeltelijk moet worden vrijgesproken van de vernieling in het Park Plaza Hotel (het feit onder parketnummer 16/175192-24) voor zover de vernieling ziet op de volgende goederen: de lockers, kleding, brandblussers, brandslanghaspels, brandkasten, brandmelders en toegangskaarten. De officier van justitie voert aan dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat die betreffende goederen zijn vernield dan wel onbruikbaar zijn gemaakt. De standpunten van de officier van justitie worden verder – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.2. 3.2. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Bewijsmiddelen De rechtbank oordeelt dat alle feiten zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. 3.3.2. Bewijsoverweging Ten aanzien van parketnummer 16/175192-24: gedeeltelijke vrijspraak van de kleding, koffer, brandblussers, brandslanghaspels en toegangskaarten De rechtbank oordeelt dat de verdachte gedeeltelijk moet worden vrijgesproken van het vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van de kleding, koffer, brandblussers, brandslanghaspels en toegangskaarten zoals opgenomen in de beschuldiging, omdat daarvan uit het dossier onvoldoende blijkt. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte ook moet worden vrijgesproken van de lockers, brandkasten en brandmelders, maar de rechtbank oordeelt dat uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] blijkt dat deze goederen zijn beschadigd dan wel onbruikbaar zijn gemaakt. 3.4. Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: in de zaak met parketnummer 15/165931-24: op 19 mei 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk en wederrechtelijk een observatiecel die aan de Koninklijke Marechaussee toebehoorde heeft beschadigd en onbruikbaar heeft gemaakt; in de zaak met parketnummer 16/175192-24: op 28 mei 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk lockers en brandkasten en een brandcentralesysteem en rookmelders en plafondplaten en stekkers en een camera en een lamp/spotje en een schilderij en drinkglazen en kamernummers en het plafond, die aan Park Plaza Hotel toebehoorden heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; in de zaak met parketnummer 16/201195-24: feit 1 op 19 juni 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die aan een ander toebehoorde, heeft beschadigd; feit 2 op 20 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk een beeldscherm, dat aan het Arrestantencomplex toebehoorde, heeft vernield; in de zaak met parketnummer 16/202139-24: op 21 juni 2024 te Nieuwegein [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen "I want to fight you. I want to kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; in de zaak met parketnummer 16/206656-24: op 26 juni 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die aan [bedrijf] toebehoorde, heeft beschadigd; in de zaak met parketnummer 16/208965-24: op 27 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk ophoudcel 2, die aan de politie toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt; in de zaak met parketnummer 16/209673-24: op 28 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk een auto (merk Mini Cooper), die aan [benadeelde 2] toebehoorde, heeft beschadigd. De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet. 4Kwalificatie en strafbaarheid 4.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: in de zaak met parketnummer 15/165931-24: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen en/of onbruikbaar maken; in de zaak met parketnummer 16/175192-24: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken, meermalen gepleegd; in de zaak met parketnummer 16/201195-24: feit 1 opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; feit 2 opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen; in de zaak met parketnummer 16/202139-24: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; in de zaak met parketnummer 16/206656-24: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; in de zaak met parketnummer 16/208965-24: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken; in de zaak met parketnummer 16/209673-24: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. 4.2. Strafbaarheid feiten en de verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 5Straf 5.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, gelet op de persoonlijke omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. De officier van justitie houdt er rekening mee dat de verdachte duidelijk hulp nodig had. Sinds hij opgenomen is geweest in het kader van een crisismaatregel, is de verdachte niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. 5.2. Oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan – kort gezegd – een groot aantal vernielingen. De verdachte heeft daarmee een gebrek aan respect getoond voor de eigendommen van anderen en materiële schade en overlast veroorzaakt. Dit zijn kwalijke en hinderlijke feiten. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan bedreiging. Met zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en bij hem gevoelens van onveiligheid en angst teweeggebracht. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van de verdachte van 6 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank heeft kennisgenomen van het Consult strafrechtspleging van het NIFP van 14 juni 2024, opgemaakt door psychiater in opleiding drs. J.M. Bouhuis. Uit dit consult volgt dat bij de verdachte op 14 juni 2024 sprake was van een floride psychotisch toestandsbeeld, meest waarschijnlijk in het kader van al eerder vastgestelde schizofrenie, waarbij een affectieve component niet is uitgesloten. Gelet op dit consult en de voorgeschiedenis van de verdachte, in combinatie met de verwarde toestand waarin de verdachte zich ten tijde van het plegen van de feiten bevond, zal de rechtbank de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan de verdachte toerekenen. Strafkader Gelet op de hoeveelheid, de aard en de ernst van de feiten, kan met geen andere straf worden volstaan dan een gevangenisstraf. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de straffen die doorgaans worden opgelegd in vergelijkbare zaken, met name gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten. Een deel van de gevangenisstraf zal in de vorm van een voorwaardelijke straf worden opgelegd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient als stok achter de deur, om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 35 dagen, waarvan 28 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (7 dagen), met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie tot schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. De rechtbank vindt dat het rechterlijk pardon onvoldoende recht doet aan de vergelding die, gelet op de hoeveelheid en de aard van de feiten en de gevolgen daarvan voor de verschillende slachtoffers, moet plaatsvinden. Overigens heeft de rechtbank ook geen stukken waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de verdachte inmiddels niet meer voor overlast zorgt. 6Vorderingen van de benadeelde partijen 6.1. Vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] – feit 1 onder parketnummer 16/201195-24 [benadeelde 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen: Eigen risico schade huurauto: € 750,00; Brandstof kosten, onder andere voor reis voor eigen risico: € 50,00. Verder verzoekt deze benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. [bedrijf] – parketnummer 16/206656-24 Dutchlease BV, een onderneming van [bedrijf] , heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 3.045,08, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen: i. Cascoschade: € 3.045,08. De politie – parketnummer 16/208965-24 De politie heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 94,18, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen: i. Schoonmaakkosten: € 94,18. Verder verzoekt de benadeelde partij deze schadevergoedingsmaatregel op te leggen. [benadeelde 2] – parketnummer 16/209673-24 [benadeelde 2] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 945,55, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen: Vernieling voorruit: € 553,19; Vernieling spiegel: € 228,26; BTW 21 procent: € 164,10. Verder verzoekt deze benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. 6.2. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van [benadeelde 1] , de politie en [benadeelde 2] geheel kunnen worden toegewezen, omdat deze vorderingen voldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de vordering van Dutchlease BV heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Doordat een factuur ontbreekt, kan niet worden vastgesteld hoe het gevorderde bedrag tot stand is gekomen. 6.3. Oordeel van de rechtbank [benadeelde 1] – feit 1 onder parketnummer 16/201195-24 De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter hoogte van het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 19 juni 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Dutchlease BV – parketnummer 16/206656-24 De rechtbank verklaart de benadeelde partij geheel niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank begrijpt uit de stukken dat de schade door de benadeelde partij zelf is gerepareerd. Op basis van de overgelegde foto’s van het spuiten van de motorkap van de Tesla, kan de rechtbank niet vaststellen hoe het bedrag aan materiële schade tot stand is gekomen. De vordering bevat geen toelichting op de gemaakte kosten. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat zou leiden tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan haar vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. De politie – parketnummer 16/208965-24 De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter hoogte van het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 27 juni 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. [benadeelde 2] – parketnummer 16/209673-24 De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter hoogte van het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe. De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 28 juni 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregel Daarnaast legt de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven. De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen. De rechtbank zal ten behoeve van de benadeelde partij de politie geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Met de schadevergoedingsmaatregel wordt (kort gezegd) beoogd dat het slachtoffer er niet zelf voor hoeft te zorgen dat de verdachte de schadevergoeding betaalt, maar dat de Staat dat voor hem/haar doet. De politie is een publieke instantie die zelf voldoende in staat is om, zonder extra waarborg voor betaling, de schadevergoeding te innen. 7Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf en maatregelen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen: - artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 285, 350 van het Wetboek van Strafrecht. 8. De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 15/165931-24, 16/175192-24, feit 1 en feit 2 onder parketnummer 16/201195-24, 16/202139-24, 16/206656-24, 16/208965-24 en 16/209673-24 ten laste gelegde heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven; - verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld; strafbaarheid verdachte - verklaart de verdachte strafbaar voor de bewezenverklaarde feiten; straf - veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 35 dagen; - bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 28 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast; - als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1 onder parketnummer 16/201195-24) - wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 800,00 aan materiële schade; - veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2024 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 800,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 16 dagen gijzeling; - bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; benadeelde partij Dutchlease BV (parketnummer 16/206656-24) - verklaart benadeelde partij [bedrijf] niet-ontvankelijk in de vordering; - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil; benadeelde partij de politie (parketnummer 16/208965-24) - wijst de vordering van Politie Midden-Nederland toe tot een bedrag van € 94,18 aan materiële schade; - veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2024 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; benadeelde partij [benadeelde 2] (parketnummer 16/209673-24) - wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 945,55 aan materiële schade; - veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 945,55 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 18 dagen gijzeling; - bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.C. Klink, voorzitter, mr. I.G.C. Bij de Vaate en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025. Bijlage I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: in de zaak met parketnummer 15/165931-24: hij op of omstreeks 19 mei 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk en wederrechtelijk een observatiecel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Koninklije Marechaussee, in elk geval aan een ander toebehoorde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.