← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:7687

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer / rekestnummer: C/16/597171 / KL RK 25-211 Proces-verbaal houdende (voorlopige) staat van verdeling van 25 september 2025 in de zaak van [verzoekster] handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf 1] B.V., statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , woonplaats kiezende te [woonplaats] ten kantore van [bedrijf 2] N.V. verzoekende partij, advocaat: mr. E.W. van Engen, tegen 1 [belanghebbende 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , vertegenwoordigd door Robin Geeris, gerechtsdeurwaarder te Amsterdam,

  1. [belanghebbende 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , vertegenwoordigd door Robin Geeris, gerechtsdeurwaarder te Amsterdam,
  2. [belanghebbende 3], wonende te [woonplaats] , vertegenwoordigd door Robert-Jan Joost en Oscar Boeder, gerechtsdeurwaarders te Haarlem,
  3. [belanghebbende 4] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , vertegenwoordigd door Deurwaarder.com, gerechtsdeurwaarder te Lelystad,
  4. [belanghebbende 5], wonende te [woonplaats] , vertegenwoordigd door Sharon Elisabeth van Kampen, gerechtsdeurwaarder te Amsterdam,
  5. [belanghebbende 6] [belanghebbende 6] , gevestigd te [vestigingsplaats] , vertegenwoordigd door [gemachtigde] , belastingdeurwaarder van de gemeente [gemeente] te [vestigingsplaats] , belanghebbenden. Verzoeker zal hierna [verzoekster] genoemd worden. Belanghebbenden zullen [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] , [belanghebbende 5] en de [belanghebbende 6] genoemd worden. 1Het verdere verloop van de procedure 1.
  6. De rechter-commissaris verwijst naar de beschikking van 13 augustus 2025 van deze rechtbank, waarbij mr. H.M.M. Steenberghe tot rechter-commissaris is benoemd. 1.
  7. Naast [verzoekster] zijn als belanghebbenden als bedoeld in artikel 3:270 BW in verband met artikel 552 Rv aangemerkt: - [belanghebbende 1] , als beslaglegger van wie het recht door de executoriale verkoop teniet is gegaan; - [belanghebbende 2] , als beslaglegger van wie het recht door de executoriale verkoop teniet is gegaan; - [belanghebbende 3] , als beslaglegger van wie het recht door de executoriale verkoop teniet is gegaan; - [belanghebbende 4] , als beslaglegger van wie het recht door de executoriale verkoop teniet is gegaan; - [belanghebbende 5] , als beslaglegger van wie het recht door de executoriale verkoop teniet is gegaan; - de [belanghebbende 6] , als beslaglegger van wie het recht door de executoriale verkoop teniet is gegaan. 1.3 De griffier heeft de beschikking van 13 augustus 2025 aan belanghebbenden verstuurd en bericht over de benoeming van de rechter-commissaris onder gelijktijdige mededeling dat binnen veertien dagen na dagtekening de vorderingen bij de rechter-commissaris dienden te worden aangemeld. 1.
  8. [verzoekster] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en de [belanghebbende 6] hebben hun vorderingen aangemeld. 1.
  9. [belanghebbende 5] heeft geen opgave van haar vordering ingediend. 2De verdere beoordeling 2.
  10. Het registergoed is in het openbaar geveild. De hypotheekhouder is volledig uit de verkoopopbrengst voldaan. Het restant van de executieopbrengst bedraagt € 42.458,
  11. De middellijk bestuurder van [bedrijf 1] B.V. beschikte over 1/2e aandeel van het eigendom van het registergoed, zodat € 21.229,27 resteert voor verzoekster en belanghebbenden. 2.
  12. [verzoekster] heeft in het verzoekschrift dat op de griffie is binnengekomen op 24 juli 2025 haar vordering op 17 juli 2024 begroot op in totaal € 181.020,19 exclusief lopende rente en kosten. 2.
  13. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] hebben hun vordering aangemeld in een e-mail bericht die is binnengekomen op de griffie op 15 september
  14. De vordering van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bedraagt per 1 juli 2024 € 347.154,01 exclusief lopende rente. 2.
  15. [belanghebbende 3] heeft zijn vordering aangemeld in een brief die is binnengekomen op de griffie op 22 augustus
  16. De vordering van [belanghebbende 3] bedraagt € 146.024,
  17. 2.
  18. [belanghebbende 4] heeft haar vordering aangemeld in een brief die is binnengekomen op de griffie op 2 september
  19. De vordering van [belanghebbende 4] bedraagt € 18.113,
  20. 2.
  21. De [belanghebbende 6] heeft zijn vordering aangemeld in een brief die is binnengekomen op de griffie op 20 augustus
  22. De vordering van de [belanghebbende 6] bedraagt € 3.792,
  23. 2.
  24. Naar het voorlopige oordeel van de rechter-commissaris kunnen [verzoekster] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 4] en de [belanghebbende 6] tot de rangregeling worden toegelaten. Wat betreft de rangorde overweegt de rechter-commissaris het volgende. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat aan de [belanghebbende 6] , ingevolge artikel 21 Invorderingswet 1990, een voorrangsrecht toekomt. Na voldoening van de vordering van de [belanghebbende 6] resteert een bedrag van € 17.436,
  25. Dit bedrag moet, nu dit niet toereikend is, naar rato worden verdeeld over [verzoekster] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] . De aangemelde vorderingen van [verzoekster] , [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] bedragen in totaal € 692.311,
  26. Dit leidt tot de navolgende (voorlopige) staat van verdeling. 2.
  27. Partijen zullen ter terechtzitting in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de te berekenen rente, kosten en eventuele depotrente. 3Voorlopige staat van verdeling 3.
  28. Na voldoening van de executiekosten, dient de verdeling van het restantbedrag van € 21.229,27 te vermeerderen met eventuele depotrente als volgt plaats te vinden. 3.
  29. [belanghebbende 6] ontvangt: € 3.792,39 [verzoekster] ontvangt € 4.559,26 [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] ontvangen: € 8.743,59 [belanghebbende 3] ontvangt € 3.677,83 [belanghebbende 4] ontvangt € 456,20 Totaal € 21.229,27 4Vervolg van de procedure 4.
  30. Deze staat van verdeling zal op de griffie van de rechtbank worden neergelegd. 4.
  31. Partijen kunnen tot 16 oktober 2025 schriftelijk kenbaar maken of zij bezwaren hebben tegen de verdeling, bij gebreke waarvan de rechter-commissaris zijn proces-verbaal zal sluiten en een bevelschrift zal afgeven in de zin van artikel 485 Rv. 4.
  32. Indien sprake is van bezwaren, zal de griffier partijen oproepen voor een zitting ten overstaan van de rechter-commissaris op een nader te bepalen dag en uur in het gerechtsgebouw aan het Stationsplein 15 te Lelystad. 4.
  33. De griffier dient de belanghebbenden onverwijld een afschrift van dit proces-verbaal te zenden. Aldus opgemaakt door mr. H.M.M. Steenberghe.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.