RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer / rekestnummer: 11744851 \ ME VERZ 25-86 BW 31650 Beschikking van 11 november 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonend in [plaats] , verzoeker, verweerder in het (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. M.B. Chylinska, tegen ACE PHARMACEUTICALS B.V., gevestigd in Zeewolde, verweerster, verzoekster in het (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek, hierna te noemen: ACE, gemachtigde: mr. E.W. Kingma. 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met 4 producties, binnengekomen op 13 juni 2025, - het verweerschrift met voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek met 12 producties (van 8 oktober 2025). 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2025 op de zittingslocatie van deze rechtbank in Lelystad. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door mr. Chylinska. Namens ACE zijn de heer [A] ( [functie 1] ) en de heer [B] ( [functie 2] ) verschenen, bijgestaan door mr. Kingma. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is tijdens de zitting. 1.3 Tijdens de zitting is bepaald dat uiterlijk 11 november 2025 uitspraak zal worden gedaan. 2De kern van de zaak 2.1 [verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1960, is sinds 1 februari 2020 in dienst bij ACE. De functie van [verzoeker] is [functie 3] met een loon van € 2.319,67 bruto per maand. Op 14 april 2025 is [verzoeker] op staande voet ontslagen, omdat hij zonder toestemming een kartonnen ton waarin zich witte doppen en maatschepjes bevonden zou hebben meegenomen. [verzoeker] ontkent dat hij die ton en/of de inhoud daarvan heeft meegenomen en wijst erop dat dit ook nergens uit blijkt. In deze procedure verzet [verzoeker] zich terecht tegen het ontslag op staande voet. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en kent daarbij aan [verzoeker] een transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding toe. De kantonrechter legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 3De beoordeling 3.1 [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet ingetrokken. [verzoeker] berust dus in de opzegging, maar maakt aanspraak op een transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding. Dat betekent ook dat de kantonrechter niet toekomt aan beoordeling van het voorwaardelijk zelfstandig ontbindingsverzoek van ACE, omdat de arbeidsovereenkomst per 14 april 2025 is geëindigd. 3.2 Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Bij de beoordeling van de vraag of het ontslag rechtsgeldig is stelt de kantonrechter voorop dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij sprake is van een opzegging op grond van artikel 7:677 lid 1 BW. In dit artikel staat dat de arbeidsovereenkomst onverwijld opgezegd kan worden om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. 3.3 Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen in de zin van lid 1 van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De stelplicht en de bewijslast voor het bestaan van een dringende reden liggen bij de werkgever. 3.4 De door de werkgever aan het ontslag ten grondslag gelegde en aan de werknemer onverwijld medegedeelde reden fixeert de omvang van het debat tussen partijen, omdat voor de werknemer onmiddellijk duidelijk moet zijn welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoodzaakt tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De werknemer moet zich namelijk na de mededeling kunnen beraden of hij de opgegeven reden(en) als juist erkent en als dringend aanvaardt. De werkgever die een werknemer heeft ontslagen, moet dus in geval van betwisting van de dringende reden door de werknemer, stellen en zo nodig bewijzen dat de door de werkgever meegedeelde ontslaggrond zich heeft voorgedaan en is aan te merken als dringende reden. Er is geen dringende reden 3.5 Op 14 april 2025 heeft ACE [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat het volgende vermeld over de dringende reden: “Dringende reden voor ontslag op staande voet U heeft zonder toestemming een kartonnen ton waarin zich witte doppen en maatschepjes bevonden, althans de inhoud van die ton, meegenomen terwijl u wist althans had moeten weten dat het niet is toegestaan om zonder toestemming eigendommen van de werkgever mee te nemen. U heeft in ieder geval bekend twee blauwe plastic tonnen te hebben meegenomen, terwijl u wist dat u dit expliciet verboden was. (…)”De kantonrechter stelt vast dat de dringende reden die aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd, dus is dat [verzoeker] zonder toestemming een kartonnen ton waarin zich witte doppen en maatschepjes bevonden, althans de inhoud van die ton heeft meegenomen, terwijl hij wist dat het niet is toegestaan om zonder toestemming eigendommen van ACE mee te nemen. [verzoeker] betwist dat hij deze tonnen met inhoud heeft weggenomen en wijst erop dat ook nergens uit blijkt dat hij degene is die deze ton of de inhoud daarvan heeft meegenomen. Dat is de kantonrechter met [verzoeker] eens. ACE zegt dat zij door het plaatsen van een “tag” in de betreffende kartonnen ton en het volgen van die tag in een app heeft vastgesteld dat [verzoeker] die ton heeft meegenomen. De kantonrechter volgt ACE daarin niet en wel om de volgende redenen. ACE heeft uitgelegd dat de heer [B] [verzoeker] na afloop van zijn werktijd is gevolgd naar het terrein [naam] en dat [B] toen heeft gezien dat [verzoeker] iets heeft ingeladen in zijn auto. [B] heeft echter tijdens de zitting expliciet verklaard dat hij niet heeft kunnen zien wat [verzoeker] in de auto heeft gezet. Dat [B] heeft gezien dat [verzoeker] bij [naam] iets in zijn auto heeft ingeladen, zegt dus niet dat dit de kartonnen ton met inhoud betrof. Volgens ACE heeft [verzoeker] die ton echter wel meegenomen, omdat zij een tag in die ton heeft geplaatst en ACE die tag via een app heeft kunnen volgen. ACE zegt dat zij door het volgen van de tag heeft geconstateerd dat de kartonnen doos binnen de provincie Noord-Holland is vervoerd. Zo zou de doos volgens ACE eerst naar Zaandam zijn vervoerd, wat volgens haar bevestigt dat [verzoeker] die ton heeft meegenomen, omdat hij in Noord-Holland woont. De kantonrechter heeft echter niet kunnen vaststellen dat ACE een tag in de kartonnen doos heeft geplaatst, want dat is niet te zien op de door ACE overgelegde foto’s. Op de foto’s staat de bewuste ton wel afgebeeld, maar daarin of daarop is geen tag zichtbaar. Dat maakt dat het even goed zo kan zijn dat die tag bijvoorbeeld in of onder de auto van [verzoeker] of een ander persoon was geplaatst of in een ander product, zoals [verzoeker] ook naar voren heeft gebracht. [verzoeker] heeft ook betwist in Zaandam te zijn geweest en dat is niet zijn woonplaats. [verzoeker] woont namelijk in [plaats] . Op basis van deze informatie kan de kantonrechter niet vaststellen dat [verzoeker] een kartonnen ton met inhoud heeft meegenomen bij [naam] . 3.6 Volgens ACE heeft zij ook aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat [verzoeker] twee blauwe vaten heeft meegenomen. De kantonrechter volgt ACE daarin niet. [verzoeker] heeft namelijk tijdens het gesprek van 14 april 2025 waarin ACE heeft laten weten hem te ontslaan vanwege het meenemen van een kartonnen ton met inhoud gezegd dit niet te hebben gedaan, maar wel twee blauwe vaten mee te hebben genomen. Dat meenemen van de blauwe vaten is echter niet de reden die aan [verzoeker] is meegedeeld als dringende reden voor het ontslag op staande voet. Uit de ontslagbrief blijkt ook niet expliciet dat ACE het meenemen van de blauwe vaten ten grondslag heeft gelegd aan de dringende reden. ACE benoemt wel dat [verzoeker] tijdens het gesprek heeft gezegd twee blauwe vaten te hebben meegenomen, maar koppelt dit niet (expliciet en in elk geval niet duidelijk genoeg) aan de dringende reden.Zelfs als de kantonrechter wel zou aannemen dat het meenemen van de blauwe vaten aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd, dan nog is dit onvoldoende voor het aannemen van een dringende reden. [verzoeker] is weliswaar op 30 november 2023 aangesproken en schriftelijk gewaarschuwd voor het meenemen van (afval)producten van ACE, maar in die waarschuwing staat echter ook dat ACE erkent dat haar beleid op dit gebied niet helder is en verduidelijking behoeft en dat zij dit organisatiebreed zal oppakken en verduidelijken. Tijdens de zitting is gebleken dat dit nog steeds niet is gebeurd en volgens [verzoeker] zijn er nog steeds veel werknemers die (afval)producten mee naar huis nemen. Desondanks had [verzoeker] beter moeten weten en had hij ook de blauwe vaten niet mee mogen nemen, gelet op de duidelijke waarschuwing die hij hier eerder voor heeft gekregen. Dat hij hiervoor toestemming zou hebben gehad van zijn leidinggevenden blijkt nergens uit en al zou dat zo zijn, dan nog had hij daar niet op mogen afgaan, gelet op het feit dat expliciet in de waarschuwing vermeld staat dat ook in dat geval het niet is toegestaan de producten van ACE mee te nemen. Maar dit rechtvaardigt niet het geven van een ontslag op staande voet. Het kan immers niet zo zijn dat ACE per werknemer verschillend omgaat met het meenemen van producten en [verzoeker] daarop afrekent met een ontslag op staande voet en andere werknemers daar kennelijk niet op worden aangesproken. ACE heeft niet kunnen aantonen dat zij een bestendig beleid volgt en dat ook handhaaft. Daar komt bij dat in de waarschuwing van 30 november 2023 aan [verzoeker] is meegedeeld dat bij het toch weer meenemen van producten van ACE, ontbinding van de arbeidsovereenkomst zou volgen. Dat ACE nu meteen tot ontslag op staande voet is overgegaan, is dan ook een te zwaar middel en niet in lijn met wat zij hierover in de officiële waarschuwing heeft vermeld. ACE had gelet op de duidelijke waarschuwing aan [verzoeker] en de daarin vermelde consequentie dus ontbinding moeten vragen van de arbeidsovereenkomst. Evenmin is de kantonrechter gebleken dat ACE bij haar beslissing om tot ontslag op staande voet over te gaan rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] , terwijl volgens ACE een schuldenproblematiek speelt bij [verzoeker] en [verzoeker] nog maar een paar jaar van zijn pensioengerechtigde leeftijd verwijderd is. 3.7 Er is dus geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. Dit betekent dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, zodat de kantonrechter niet meer toekomt aan de beoordeling ten aanzien van de onverwijldheid van het gegeven ontslag. ACE moet de vergoeding wegens onregelmatige opzegging betalen 3.8 De gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn (de periode van 14 april tot 1 juli 2025), te vermeerderen met vakantietoeslag. Dat komt dus neer op 2,5 maand salaris, een totaalbedrag van € 6.263,10 bruto. Dat is een hoger bedrag dan waar namens [verzoeker] om is verzocht, maar gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 7 maart 2025 is het – net als bij de transitievergoeding – aan de kantonrechter om ambtshalve de vergoeding wegens onregelmatige opzetting te berekenen, omdat de wet nauwkeurige regels bevat voor de berekening van deze vergoeding. De vergoeding moet namelijk berekend worden door de hoogte van het loon te bepalen over de periode dat het dienstverband nog had voortgeduurd bij het in acht nemen van de geldende opzegtermijn. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 14 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.