← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:7839

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/587528 / HA RK 25-5 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 november 2025 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats 1] , verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoekster (voornaam)] , advocaat: mr. P.C. van As, tegen [verweerster] , wonende te [woonplaats 1] , verwerende partije, hierna te noemen: [verweerster (voornaam)] , advocaat: mrs. J.A.D. Uijldert en L.Z. Bosman, waarbij de rechtbank als belanghebbenden aanmerkt: [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen: [belanghebbende 1 (voornaam)] , en[belanghebbende 2], wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen: [belanghebbende 2 (voornaam)] ,en [belanghebbende 3] wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen: [belanghebbende 3 (voornaam)] . De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht. De zaak wordt behandeld door mr. N.A.J. Purcell, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Dijk-Overmars als griffier. Aanwezig zijn: - [verzoekster] , - mr. P.C. van As, - [belanghebbende 1] , - [belanghebbende 3] , - mr. J.A.D. Uijldert, - mr. L.Z. Bosman, - mr. E.L. Zetteler (de door de rechtbank benoemde onderzoeker), - mr. [A] (ondersteunt mr. E.L. Zetteler bij haar onderzoek). 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van 9 juli 2025, het verzoek van mr. Zetteler van 5 september 2025 om haar te ontheffen in de functie van bestuurder van de stichting [stichting 1] en [stichting 2] , een mail van mrs. J.A.D. Uijldert en L.Z. Bosman met hun beroepsschrift met het incidentele verzoek tot wijziging van de voorlopige voorzieningen van de rechtbank met bijlagen 22 t/m 39 dat is ingediend in het hoger beroep tegen de beschikking van 9 juli 2025, een mail van mr. Van As met het concept van zijn verweerschrift met bijlagen 39 t/m 44 in hoger beroep. 1.2 De mondelinge behandeling is gelast omdat de door de rechtbank benoemde onderzoeker haar onderzoek niet kon starten doordat haar voorschot niet volledig werd voldaan. De rechtbank heeft vragen gesteld, die door partijen en/of hun advocaten zijn beantwoord. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Die mondelinge uitspraak en de motivering daarvan is hieronder opgenomen in de paragrafen 3 en 4. Paragraaf 2 is toegevoegd voor de duidelijkheid. 2De kern van de zaak 2.1 [verzoekster (voornaam)] en [verweerster (voornaam)] zijn zussen. Zij zijn samen bestuurder van de stichting [stichting 1] (Stichting I) en [stichting 2] (Stichting II). De rechtbank heeft in haar beschikking van 9 juli 2025 als voorlopige maatregelen [verweerster (voornaam)] geschorst en mr. Zetteler (hierna: Zetteler) benoemd als bestuurder en onderzoeker. Zetteler heeft haar onderzoek niet kunnen beginnen, omdat haar voorschot niet volledig is betaald. De rechtbank beveelt [verweerster (voornaam)] om een deel van de gouden munten van Stichting I te verkopen. Ook ontheft de rechtbank Zetteler, op haar verzoek, als bestuurder. 3De beslissing De rechtbank 3.1 gelast [verweerster (voornaam)] , zo nodig met voorbijgaan aan het door [verweerster (voornaam)] gestelde pandrecht van [onderneming] BV, om binnen 14 dagen na vandaag een dusdanig deel van de gouden munten van Stichting I te verkopen dan wel te laten verkopen dat de opbrengst minstens € 40.000,- bedraagt, en bepaalt dat die opbrengst moet worden bijgeschreven op de bankrekening van Stichting I, 3.2 gelast Stichting I om binnen twee dagen na ontvangst van de onder 3.1 genoemde opbrengst een bedrag van € 22.500,- aan de onderzoeker over te maken als voorschot voor de kosten van het onderzoek op een door de onderzoeker te noemen bankrekening, 3.3 gelast de onderzoeker om binnen twee dagen na ontvangst van het onder 3.2 genoemde voorschot de van [verweerster (voornaam)] ontvangen € 7.500,- terug te storten op het rekeningnummer waarvan dit bedrag aan de onderzoeker is overgemaakt, 3.4 gelast Stichting I om binnen zeven dagen na ontvangst van een verzoek van de onderzoeker om een aanvullend voorschot, aan dat verzoek te voldoen, 3.5 ontheft Zetteler met terugwerkende kracht tot 5 september 2025 uit haar functie als (tijdelijk) bestuurder, 3.6 gelast [verzoekster (voornaam)] , als enig overgebleven niet geschorste bestuurder van Stichting I en Stichting II om geen besluiten te nemen en handelingen te verrichten die niet kunnen wachten tot het moment waarop het onderzoek zal zijn afgerond, 3.7 gelast alle belanghebbenden medewerking te verlenen aan het onderzoek, alle vragen van de onderzoeker te beantwoorden en te voldoen aan alle verzoeken van de onderzoeker, onder meer, maar niet beperkt tot het geven van inzage in de onder de Leidraad voor onderzoekers in enquêteprocedures onder 5.4 genoemde gegevens, 3.8 houdt iedere verdere beslissing aan. 4De beoordeling [verweerster (voornaam)] moet gouden munten van Stichting I verkopen of laten verkopen 4.1 Hoewel de onderzoeker meer dan vier maanden geleden bij beschikking is benoemd (9 juli 2025), heeft zij het onderzoek nog nauwelijks kunnen beginnen. De onderzoeker heeft, voordat zij aan haar werkzaamheden kon beginnen, een voorschot gevraagd van € 15.000,-. Maar dit voorschot is vanwege de volgende redenen niet voldaan: het saldo van de bankrekening van Stichting I is onvoldoende, namelijk slechts ongeveer € 2.400,-, volgens [verweerster (voornaam)] kunnen de gouden munten van Stichting I niet te gelde worden gemaakt, omdat [onderneming] BV een pandrecht zou hebben op die gouden munten, de onderzoeker heeft vanwege de hiervoor genoemde omstandigheden uit praktische overwegingen [verzoekster (voornaam)] en [verweerster (voornaam)] gevraagd om ieder de helft van het voorschot te betalen, maar [verzoekster (voornaam)] is niet bereid of in staat om hieraan te voldoen. 4.2 De rechtbank beslist dat [verweerster (voornaam)] een klein deel van de gouden munten moet verkopen, zodat de onderzoeker zekerheid heeft dat haar kosten worden voldaan en het onderzoek kan beginnen. 4.3 In beginsel moet een pandrecht worden gerespecteerd. Dit geldt ook als het gaat om een pandrecht dat is gevestigd door iemand die met zichzelf handelt. Zoals hier [verweerster (voornaam)] , die de door Stichting I gekochte gouden munten onder zich heeft, en op een gegeven moment met zichzelf zou hebben afgesproken dat ze die opeens zou gaan houden in vuistpand namens een andere rechtspersoon, waarvan ze ook bestuurder is ( [onderneming] BV), terwijl er feitelijk niets verandert ( [verweerster (voornaam)] heeft de munten). 4.4 Toch ziet de rechtbank de volgende redenen om –in beperkte mate – aan het gestelde pandrecht voorbij te gaan: Het is niet gebleken dat Stichting I de gouden munten niet mag verkopen omdat het gestelde pandrecht daaraan in de weg zou staan. Het is bijvoorbeeld maar de vraag of er een vordering uit geldlening is. In de geldleningsovereenkomst wordt namelijk gesproken over een lening, maar die is niet in 2021 uitbetaald. Die zou geleidelijk in een rekening-courantverhouding worden betaald. Het is geenszins inzichtelijk gemaakt hoe dat dan is gegaan.Daar komt bij dat [verzoekster (voornaam)] in 3.8 van haar concept verweerschrift in hoger beroep het nodige aanvoert dat maakt dat men zich überhaupt kan afvragen of het pandrecht bestaat. In aansluiting op dat laatste: tijdens de eerdere mondelinge behandeling stond tussen partijen niet ter discussie dat Stichting I de kosten van een onderzoek zouden kunnen voldoen, omdat Stichting I in ieder geval een vermogen aan gouden munten had met een waarde van tussen de € 400.000,- en € 500.000,-. [verweerster (voornaam)] heeft toen niets gezegd over een pandrecht op deze munten. Hierdoor overtuigt de stelling die [verweerster (voornaam)] daarna tegenover de onderzoeker heeft ingenomen, te weten dat het pandrecht in de weg zou staan aan verkoop van de gouden munten, niet. Het is van groot belang dat het onderzoek plaatsvindt voor de beslissing van de rechtbank op de aan haar voorgelegde verzoeken, namelijk ontslag van [verweerster (voornaam)] en benoeming van [belanghebbende 1 (voornaam)] en [belanghebbende 2 (voornaam)] . Om dat onderzoek te laten plaatsvinden, moet een deel van de gouden munten worden verkocht. Partijen zijn het erover eens dat de waarde van de gouden munten van Stichting I tussen de € 400.000,- en € 500.000,- is. Het deel waarvan de verkoop wordt gelast, namelijk minimaal € 40.000,-, is dus 10% of minder van die waarde. 4.5 Daarmee weegt het belang dat het onderzoek kan doorgaan onmiskenbaar zwaarder dan het belang van het in beginsel respecteren van pandrechten. Voorschot kosten onderzoeker 4.6 Het door Zetteler in rekening gebrachte voorschot bedraagt € 15.000,-. Vanwege de discussie die de laatste maanden heeft gespeeld, heeft Zetteler al werkzaamheden moeten verrichten, waardoor al bijna de helft van dit voorschot is gebruikt. Gelet op de omvang van het onderzoek zal het voorschot van € 15.000,- niet genoeg zijn. Daarom zal het voorschot worden verhoogd naar € 22.500,- en heeft de rechtbank gelast dat de Stichtingen dit voorschot binnen twee dagen na ontvangst van de opbrengst van de gouden munten moet voldoen. Zetteler wordt desgevraagd ontheven uit haar functie van bestuurder 4.7 Op 5 september jl. heeft Zetteler de rechtbank verzocht haar uit haar functie als tijdelijk bestuurder te ontheffen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Zetteler toegelicht dat zij de rol van tijdelijk bestuurder, en de wettelijke verantwoordelijkheden die daarbij horen, niet (goed) kan vervullen omdat het voorschot door partijen niet is betaald. Hierdoor kon zij ook geen bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering sluiten. Bovendien is er hoger beroep ingesteld tegen de beschikking waarin onder andere Zetteler wordt benoemd als tijdelijk bestuurder. Zetteler heeft toegelicht dat de vernietiging van deze beschikking gevolgen zou kunnen hebben voor eventuele maatregelen die zij neemt als bestuurder. Zij voelt zich dan ook niet senang in haar functie als bestuurder van de Stichtingen. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat de reden voor het benoemen van Zetteler als tijdelijk bestuurder was dat Zetteler meer macht had om als onderzoeker op te treden. De rechtbank ging er – gelet op wat partijen tijdens de eerdere mondelinge behandeling hebben verklaard – vanuit dat er niet veel te besturen zou zijn. Zetteler kijkt daar anders tegenaan. Bovendien vallen de kosten van Zetteler voor de Stichtingen lager uit als zij alleen als onderzoeker (en niet als bestuurder) hoeft op treden, onder meer omdat zij dan geen verzekering hoeft af te sluiten. 4.8 De rechtbank zal Zetteler vanaf de datum van haar verzoek van 5 september jl. ontheffen uit haar functie als tijdelijk bestuurder. Daarbij merkt de rechtbank voor de goede orde op dat in de periode tussen de beschikking van 9 juli jl. en het ontheffingsverzoek van 5 september jl. Zetteler niet of nauwelijks werkzaamheden als bestuurder heeft kunnen uitvoeren, omdat haar voorschot niet werd betaald en omdat zij het onderzoek niet kon verrichten. 4.9 De motivering van de overige beslissingen spreken voor zich. De rechtbank houdt iedere verder beslissing aan. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de rechter.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.