RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11760174 \ MC EXPL 25-3543 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. J.M. Koppert, tegen ENERGREEN ALMERE B.V., statutair gevestigd te Almere, gedaagde partij, hierna te noemen: Energreen, gemachtigde: mr. M.G. Blokziel. 1De procedure 1.1 [eiser] heeft Energreen op 17 juni 2025 gedagvaard voor de kantonrechter. Daarbij heeft [eiser] zes producties meegestuurd. Energreen heeft op de dagvaarding geantwoord. Daarna is nog een schriftelijke ronde geweest, waarbij [eiser] op het antwoord van [eiser] heeft gereageerd (repliek) en Energreen daar weer op heeft gereageerd (dupliek). 1.2 De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. 2De kern van de zaak 2.1 [eiser] heeft met Energreen een koopovereenkomst gesloten voor het plaatsen en leveren van een Energreen Energy controller (hierna: de controller) en een Energreen Battery Enestor (hierna: de thuisbatterij). De koopovereenkomst is bij [eiser] thuis ondertekend. Energreen heeft de controller en de thuisbatterij geleverd en geplaatst bij [eiser] . Echter doet zich het probleem voor dat de controller, die communiceert met de thuisbatterij en het elektranetwerk niet aan het e-mailaccount van [eiser] gekoppeld kon worden. [eiser] heeft met een beroep op zijn herroepingsrecht de overeenkomst ontbonden. [eiser] wil daarom dat voor recht wordt verklaard dat hij rechtsgeldig de overeenkomst heeft ontbonden en dat Energreen hem € 14.144,90, met rente en kosten, moet terugbetalen. Centraal in deze zaak staat de vraag of [eiser] tijdig beroep op zijn herroepingsrecht heeft gedaan. 2.2 De kantonrechter geeft [eiser] gelijk. [eiser] heeft tijdig zijn herroepingsrecht ingeroepen. De verklaring voor recht en de betaling van € 14.144,90, met rente en kosten, worden toegewezen. 3De beoordeling Er is sprake van een consumentenkoop 3.1 De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een consumentenkoop, omdat Energreen (de handelaar) zich heeft verbonden om een controller en een thuisbatterij aan [eiser] (de consument) te leveren en [eiser] zich in ruil daarvoor heeft verbonden tot betaling van de overeengekomen koopprijs. Ambtshalve toetsen van de precontractuele informatieverplichtingen: niet voldaan aan de informatie ten aanzien van het herroepingsrecht 3.2 Op de koopovereenkomst tussen partijen zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. De koopovereenkomst is buiten de verkoopruimte gesloten, namelijk in de woning van [eiser] . Er moet dus worden voldaan aan de informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m en artikel 6:230t van het Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’). Bij een schending van de informatieplicht past de kantonrechter een sanctie toe. 3.3 Artikel 6:230m lid 1 sub h BW bepaalt dat de handelaar – Energreen – de consument – [eiser] – moet informeren over de voorwaarden, de termijn en de modaliteiten voor het uitoefenen van het herroepingsrecht. Ook moet de handelaar aan de consument het modelformulier voor ontbinding verstrekken. Op grond van artikel 6:230o lid 1 BW heeft een consument het recht een overeenkomst buiten een verkoopruimte zonder opgave van reden te ontbinden tot een termijn van veertien dagen is verstreken. Bij een consumentenkoop vangt deze veertiendagentermijn op grond van artikel 6:230o lid 1 sub b onder 1 BW aan op de dag waarop de consument de zaak heeft ontvangen. Als de consument ten tijde van het tot stand komen van de overeenkomst niet ondubbelzinnig heeft gewezen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en het herroepingsrecht, wordt de herroepingstermijn ingevolge het bepaalde in artikel 6:230o lid 2 BW met ten hoogste twaalf maanden verlengd. 3.4 [eiser] stelt dat hij door Energreen nooit is gewezen op het herroepingsrecht. Daarom wordt de herroepingstermijn verlengd met twaalf maanden. Zijn beroep op het herroepingsrecht is dan ook tijdig, aldus [eiser] . Energreen betwist dat [eiser] tijdig een beroep op zijn herroepingsrecht heeft gedaan. Het herroepingsrecht is vermeld in de toepasselijke algemene voorwaarden, die [eiser] bij het aangaan van de overeenkomst heeft ontvangen en waarvoor [eiser] ook voor ontvangst heeft getekend. In artikel 6 van de toepasselijke algemene voorwaarden staat dat de consument-koper het herroepingsrecht binnen veertien werkdagen kan inroepen. [eiser] heeft niet binnen de gestelde termijn zijn herroepingsrecht ingeroepen, zodat hij te laat is, aldus Energreen. 3.5 De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] wel tijdig een beroep op zijn herroepingsrecht heeft gedaan en wel om het volgende. 3.6 Op 20 september 2024 heeft [eiser] de controller en de thuisbatterij van Energreen geleverd gekregen. Ingevolge artikel 6:230o lid 1 sub b onder 1 BW is de herroepingstermijn van [eiser] aangevangen op 21 september
- Weliswaar heeft Energreen gesteld dat het herroepingsrecht in haar algemene voorwaarden is vermeld, maar [eiser] heeft betwist dat hij die algemene voorwaarden van Energreen heeft ontvangen. Bovendien is niet gesteld of gebleken dat Energreen voldaan heeft aan de verplichting in artikel 6:230t BW, namelijk dat de handelaar – Energreen – de informatie zoals is vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW in duidelijke en begrijpelijke taal en in leesbare vorm aan de consument – [eiser] – op papier of, als de consument hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager heeft verstrekt. Het toesturen van de link van de algemene voorwaarden per e-mail is niet aan te merken als een duurzame gegevensdrager als bedoeld in artikel 6:230t BW. Energreen heeft [eiser] dus niet op de juiste manier geïnformeerd over zijn herroepingsrecht. Energreen kan dan [eiser] niet tegenwerpen dat hij te laat is met zijn beroep op het herroepingsrecht. Dit betekent dat de herroepingstermijn ingevolge artikel 6:230o lid 2 BW wordt verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de consument zijn verstrekt, maar met ten hoogste twaalf maanden. Niet gesteld of is gebleken dat Energreen de ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan [eiser] heeft verstrekt, zodat de herroepingsrechtermijn is verlengd vanaf 4 oktober 2024 (namelijk veertien dagen na 20 september 2024). Namens [eiser] is op 30 april 2025 een beroep op zijn herroepingsrecht gedaan. Dit was binnen de verlengingstermijn van het herroepingsrecht, zodat [eiser] tijdig zijn herroepingsrecht heeft ingeroepen. 3.7 De verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden wordt toegewezen. De ongedaanmakingsverplichtingen over en weer 3.8 De ontbinding van de overeenkomst bevrijdt partijen van hun verplichtingen over en weer uit die overeenkomst en voor zover verplichtingen al zijn nagekomen, moeten deze ongedaan gemaakt worden (artikel 6:271 BW). 3.9 Dit betekent dat Energreen de door haar ontvangen koopprijs van € 14.144,90 aan [eiser] moet terugbetalen. [eiser] moet de controller en de thuisbatterij aan Energreen teruggeven. Op grond van artikel 6:230s lid 3 BW is [eiser] niet aansprakelijk voor eventuele waardevermindering van de controller en de thuisbatterij, omdat Energreen [eiser] niet op de juiste wijze heeft geïnformeerd over het herroepingsrecht. Dit betekent dat de terug te betalen koopprijs niet verminderd zal worden met enige waardevermindering van de controller en de thuisbatterij. 3.10 De vordering tot betaling van € 14.144,90 wordt toegewezen. Energreen moet dit bedrag aan [eiser] betalen. Energreen moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen 3.11 [eiser] heeft onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt, waarvoor een vergoeding op zijn plaats is. De gevorderde kosten van € 1.108,90 zijn niet betwist en komen overeen met het bedrag dat op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten in rekening kan worden gebracht. De buitengerechtelijke incassokosten van € 1.108,90 worden toegewezen. Energreen moet de wettelijke rente betalen 3.12 Tegen de verschuldigdheid van de gevorderde wettelijke rente van € 53,48 (berekend tot en met 10 juni 2025) is geen verweer gevoerd. Dit deel van de vordering wordt daarom ook toegewezen evenals de nadien verschenen rente zoals hierna in ‘de beslissing’ is vermeld. De overige stellingen hoeven niet besproken te worden 3.13 Omdat het beroep op het herroepingsrecht slaagt, hoeven de overige stellingen niet meer besproken te worden. Energreen moet de proceskosten betalen 3.14 Energreen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 147,92 - griffierecht € 732,00 - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.826,92 3.15 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Uitvoerbaar bij voorraad 3.16 De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en Energreen daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 4De beslissing De kantonrechter 4.1 veroordeelt Energreen om aan € 15.307,28 tegen bewijs van kwijting te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 14.144,90 vanaf 11 juni 2025 tot de voldoening; 4.2 veroordeelt Energreen in de proceskosten van € 1.826,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Energreen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3 veroordeelt Energreen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.4 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 26 november
- HHt/37278