← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:7869

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11612898 \ MC EXPL 25-1686 Vonnis van 10 december 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M.L. Ravensbergen-Brussee, tegen 1 [gedaagde sub 1] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde sub 1] , procederend in persoon,

  1. [gedaagde sub 2] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde sub 2] , procederend in persoon,
  2. [gedaagde sub 3] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde sub 3] , gemachtigde: mr. F.J. Ringnalda, 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 17 maart 2025 met producties 1 tot en met 9;- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ; - de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3] ;- de brief van de rechtbank van 19 juni 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald op 16 oktober
  3. 1.2 [eiser] heeft de kantonrechter in haar e-mail van 3 oktober 2025 bericht dat hij de procedure niet zal voortzetten, omdat hij met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 7 augustus 2025 een minnelijke regeling heeft getroffen. Hij wenste doorhaling van de procedure voor alle gedaagde partijen. 1.3 Naar aanleiding van het verzoek tot doorhaling hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich niet verzet tegen de doorhaling. Ook [gedaagde sub 3] heeft zich niet verzet tegen de doorhaling van de procedure, maar zij wilde wel dat [eiser] veroordeeld zou worden in de betaling van haar daadwerkelijke proceskosten. 1.4 [eiser] heeft bij akte zich uitgelaten over het verzoek tot de daadwerkelijke proceskostenveroordeling van [gedaagde sub 3] . 1.5 Hoewel [gedaagde sub 3] , daartoe in de gelegenheid is gesteld om bij akte te reageren op de akte van [eiser] , heeft [gedaagde sub 3] dat niet gedaan. 1.6 De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. 2De beoordeling [eiser] moet de proceskosten van [gedaagde sub 3] betalen 2.1 Aanvankelijk heeft [eiser] ten aanzien van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als hoofdhuurders ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met aangehorigheden aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde) te ontruimen gevorderd. Daarnaast heeft [eiser] hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van het bedrag van € 118.832,20, met rente en kosten, gevorderd. Ten aanzien van [gedaagde sub 3] als onderhuurder heeft [eiser] gevorderd een verklaring voor recht dat de ontruimingstitel tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ook tegen [gedaagde sub 3] zou gelden. Daarnaast heeft [eiser] gevorderd dat [gedaagde sub 3] het gehuurde moet ontruimen. 2.2 [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hebben verweer gevoerd. 2.3 Nadat [eiser] een minnelijke regeling met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] had getroffen, heeft [eiser] besloten om deze zaak in trekken. Omdat [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zich ten aanzien van de vorderingen van [eiser] niet tegen doorhaling hebben verzet, ligt de oorspronkelijke vorderingen van [eiser] niet langer ter beoordeling voor en wordt [eiser] als de partij die ongelijk krijgt in de proceskosten veroordeeld. 2.4 De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geen proceskostenveroordeling hebben gevraagd vanwege de getroffen minnelijke regeling met [eiser] . 2.5 [gedaagde sub 3] heeft wel om een proceskostenvergoeding gevraagd en wil dat [eiser] de daadwerkelijk gemaakte proceskosten betaalt. [eiser] heeft zich daar tegen verzet. De kantonrechter wijst de daadwerkelijk gemaakte proceskosten af. De proceskosten worden volgens het liquidatietarief toegewezen. 2.6 Voor toewijzing van de werkelijke proceskosten is slechts plaats in geval van buitengewone omstandigheden. Daarbij moet gedacht worden aan misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen is terughoudendheid op zijn plaats. 2.7 De kantonrechter is van oordeel dat deze hoge lat in dit geval niet wordt gehaald. Dat [eiser] geen belang had om [gedaagde sub 3] in rechte betrekken, is onjuist. Immers, [eiser] had niet de zekerheid dat [gedaagde sub 3] bij ontruiming van het gehuurde ook daadwerkelijk het gehuurde zou gaan verlaten. Als [gedaagde sub 3] zou weigeren het gehuurde te verlaten dan zou [eiser] alsnog een ontruimingsprocedure tegen [gedaagde sub 3] moeten starten. Daarom kan ook niet geoordeeld worden dat [eiser] het instellen van zijn eis - de verklaring voor recht dat de ontruimingstitel tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ook tegen [gedaagde sub 3] zou gelden – achterwege had moeten laten. Het starten van deze procedure levert dus geen misbruik van procesrecht op. 2.8 Het voorgaande betekent dat [eiser] wordt veroordeeld om aan [gedaagde sub 3] een proceskostenveroordeling te betalen op basis van het gebruikelijke liquidatietarief. De proceskosten van [gedaagde sub 3] worden begroot op € 1.085,00 (= 1 punt salaris gemachtigde van € 950,00 + nakosten van € 135,00). Het verzoek van [eiser] om de proceskostenveroordeling aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] toe te wijzen wordt afgewezen 2.9 [eiser] heeft verzocht om de proceskosten die hij aan [gedaagde sub 3] moet betalen rechtstreeks aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] toe te schrijven. Volgens [eiser] is hij met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] overeengekomen dat hij gevrijwaard zou worden voor alles wat [gedaagde sub 3] in de deze procedure van [eiser] vordert of te vorderen heeft. Dit verzoek van [eiser] wordt afgewezen, omdat dit een afspraak is tussen [eiser] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 3] staat buiten deze afspraak. 3De beslissing De kantonrechter 3.1 veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde sub 3] van € 1.085,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.2 verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, 3.3 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 10 december
  4. HHt/37278

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.