← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:7937

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: C/16/580021 / HL ZA 24-230 Vonnis van 3 september 2025 in de zaak van 1 [eiser sub 1] B.V., te [vestigingsplaats] , eiser in conventie, gedaagde sub 1 in reconventie, advocaat: mr. W.J.M. Sengers en mr. M.G. Sträter, hierna te noemen: [eiser sub 1] , 2 [eiser sub 2] B.V., te [vestigingsplaats] , eiser in conventie, gedaagde sub 2 in reconventie, advocaat: mr. W.J.M. Sengers, en mr. M.G. Sträter, hierna te noemen: [eiser sub 2] , hierna samen te noemen: [eiser c.s.] , tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats] , advocaat: mr. O.G. Tacoma, gedaagde in conventie, eiser in reconventie hierna te noemen: [gedaagde] . 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 22 van [eiser sub 1] ; - de incidentele vordering tot tussenkomst met productie 1 en 2 van [eiser sub 2] ; - de conclusie van antwoord, tevens voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 t/m 6 van [gedaagde] ; - het incidenteel vonnis van 27 november 2024; - de conclusie van eis in tussenkomst met productie 1 van [eiser sub 2] ;- de conclusie van antwoord in reconventie in tussenkomst tevens akte wijziging/vermeerdering van eis met producties 25 en 26 van [eiser c.s.] ; - aanvullende productie 27 van [eiser c.s.] ; - de akte wijziging van eis in tussenkomst van [eiser c.s.] ;- de mondelinge behandeling van 20 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De kern van de zaak 2.
  3. [gedaagde] heeft een perceel grond in [plaats] verkocht aan [eiser sub 1] . [eiser sub 1] stelt dat het perceel niet voldoet aan wat partijen daarover hebben afgesproken. Partijen zijn het er over eens dat afgesproken is dat het perceel beschikt over een erfdienstbaarheid van uitweg van en naar de [straat] ten laste van een drietal naastgelegen percelen. [eiser sub 1] stelt dat die erfdienstbaarheid er op een van die naastgelegen percelen niet blijkt te zijn. [gedaagde] stelt dat die erfdienstbaarheid wel bestaat. De rechtbank heeft meer informatie nodig om tot een oordeel te kunnen komen. Hieronder wordt uitgelegd waarom. 3De beoordeling Achtergrond van het geschil 3.
  4. Deze zaak draait in de kern om de vraag of er wel of geen erfdienstbaarheid van weg is gevestigd. [eiser sub 1] heeft op 7 maart 2023 van [gedaagde] een perceel met kadastraal nummer Gemeente ’ [gemeente] , sectie [sectie] nr [perceelnummer 1] groot 590 m2 gekocht. De koopovereenkomst bevat een bepaling met het kopje ‘vroeger gebruik en uitrit’. Daarin staat dat ‘o.a.’ in 1998 ‘de erfdienstbaarheid van weg om op de bestaande wijze via de bestrate weg, te komen en gaan van en naar de [straat] ’ is vastgelegd. 3.
  5. [eiser sub 1] stelt na de koop te hebben ontdekt dat er geen erfdienstbaarheid van weg ten behoeve van perceel nr. [perceelnummer 1] rust op het naastgelegen perceel nr. [perceelnummer 2] . Daardoor is het voor haar niet mogelijk om vanuit perceel nr. [perceelnummer 1] te komen en te gaan van en naar de [straat] . Daarom heeft [gedaagde] de onroerende zaak niet conform de koopovereenkomst geleverd. [gedaagde] betwist dit. [gedaagde] voert aan dat er wel ten laste van perceel nr. [perceelnummer 2] een recht van erfdienstbaarheid van weg is gevestigd waardoor het perceel nr. [perceelnummer 1] een uitrit heeft naar de [straat] . 3.
  6. [eiser sub 1] heeft perceel nr. [perceelnummer 1] inmiddels verkocht aan [eiser sub 2] . [eiser sub 2] is tussengekomen in de hoofdzaak, vanwege haar belang bij het hebben van een uitrit naar de [straat] . 3.
  7. [eiser c.s.] vordert in deze procedure -kort gezegd- voor recht te verklaren dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst en vergoeding van de daardoor ontstane schade, primair ter hoogte van € 275.000,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en subsidiair nader op te maken bij staat. Daarnaast vordert [eiser c.s.] [gedaagde] te veroordelen een bedrag van € 29.050,00 aan buitengerechtelijke en proceskosten, te vermeerderen met wettelijke handelsrente te voldoen aan [eiser sub 2] , en veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure met inbegrip van de nakosten. In reconventie vordert [gedaagde] , op de voorwaarde dat het gevorderde in conventie niet toewijsbaar is, voor recht te verklaren dat de betreffende erfdienstbaarheid door verjaring is ontstaan. Na de tussenkomst door [eiser sub 2] heeft [gedaagde] haar vordering in reconventie vermeerderd met de hoofdelijke veroordeling van [eiser c.s.] in de werkelijke proceskosten van primair € 34.914,37, subsidiair € 20.101,55, en meer subsidiair de proceskosten met nakosten, alles te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. 3.
  8. Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak is gebleken en met partijen besproken dat de rechtbank meer informatie nodig heeft om te kunnen beoordelen of er ten laste van perceel [perceelnummer 2] een erfdienstbaarheid van weg is gevestigd, en stelt [eiser c.s.] in de gelegenheid deze informatie te verschaffen. 3.
  9. De kadastrale situatie waar het in deze procedure om gaat ziet er als volgt uit: 3.
  10. [eiser sub 1] heeft van [gedaagde] perceel [perceelnummer 1] aangeschaft. Tussen perceel [perceelnummer 1] en de openbare weg (de [straat] ) liggen percelen [perceelnummer 2] , [perceelnummer 3] en [perceelnummer 4] . Partijen zijn het erover eens dat ten laste van de percelen [perceelnummer 3] (bij notariële akte van 28 december 1998) en [perceelnummer 4] (bij notariële akte van 29 december 1997), de lijdende erven, en ten gunste van perceel [perceelnummer 1] , het heersende erf, een erfdienstbaarheid van weg gevestigd is om te komen en gaan van en naar de [straat] . Partijen twisten over de vraag of perceel [perceelnummer 2] , het strookje tussen perceel [perceelnummer 1] en perceel [perceelnummer 3] , lijdend erf is ten opzichte van perceel [perceelnummer 1] . Deze vraag is van belang, omdat indien er geen erfdienstbaarheid van weg ten laste van perceel [perceelnummer 2] gevestigd is, de eigenaar van perceel [perceelnummer 1] geen toegang kan verkrijgen tot de [straat] via de bestaande uitrit. In dat geval zou [gedaagde] het perceel niet conform de overeenkomst hebben geleverd. De rechtbank heeft nadere informatie nodig om tot een oordeel te komen 3.
  11. De percelen waaruit de percelen [perceelnummer 1] en [perceelnummer 2] zijn ontstaan, zijn in de loop der tijd meermalen gesplitst, van vorm veranderd, vernummerd en geruild. Daarbij zijn in verschillende notariële aktes een erfdienstbaarheid van uitweg van en naar de [straat] gevestigd ten behoeve en ten laste van niet nader omschreven delen van percelen. De aktes waar partijen zich in deze procedure op beroepen, zijn niet allemaal van een (duidelijke) kaart voorzien. Door deze omstandigheden kan nog niet worden vastgesteld of er op enig moment ten laste van perceel [perceelnummer 2] en ten gunste van perceel [perceelnummer 1] een erfdienstbaarheid van uitweg van en naar de [straat] is gevestigd. De rechtbank heeft daarom nadere informatie nodig om tot een oordeel te kunnen komen. Ter zitting heeft [eiser c.s.] aangegeven dat zij bereid is deze informatie te verstrekken. Zij is vanwege de op haar rustende bewijslast ook de meest gerede partij om dat te doen. 3.
  12. De rechtbank zal [eiser c.s.] bevelen om de volgende informatie te verschaffen:- een overzicht van de historie van de percelen die zijn ontstaan uit perceel [perceelnummer 5] waaruit blijkt wanneer welke wijziging van de perceelsgrenzen geleid heeft tot welke vernummering en wie vóór en ná dat moment eigenaar/eigenaren van welke percelen waren. Die wijzigingen dienen telkens inzichtelijk gemaakt te worden gemaakt met een kadastrale kaart zoals weergegeven in 3.
  13. met eenzelfde schaal, waarop wordt ingetekend wat op dat moment precies gewijzigd wordt; - een (kadastrale) kaart, of soortgelijk document, waaruit blijkt welk deel van perceel [perceelnummer 6] bij de akte van 3 augustus 2000 (productie 13 bij de dagvaarding), is verkocht en welk deel bij verkoper is gebleven. Ook deze wijziging dient uit het historisch overzicht te blijken en inzichtelijk gemaakt te worden met een kadastrale kaart zoals weergegeven in nr. 3.
  14. waaruit de ligging van die gedeelten blijken; - een specificatie van welke perceelgedeeltes zijn geruild bij de akte van 3 september 2009 (productie 13 bij de dagvaarding), ook inzichtelijk gemaakt met twee kaarten met gelijke schaal als de kadastrale kaart, te weten een kaart van vóór de ruil en één kaart van ná de ruil waaruit blijkt wat precies de ruiling heeft gewijzigd met betrekking tot wie waar eigenaar van is en de nummering van de percelen. 3.
  15. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De rechtbank 4.
  16. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 15 oktober 2025 voor het nemen van een akte door [eiser c.s.] over wat is vermeld onder 3.
  17. waarna de wederpartij op de rol van zes weken daarna een antwoordakte kan nemen, 4.
  18. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 3 september
  19. 5827

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.