Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2026:1590
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4828 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. M. den Hertog), en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder (gemachtigde: mr. H. Bouhuys).
Inleiding Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om bij de vaststelling van zijn aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van zijn vader tot zijn 21e jaar. Omdat de vader van eiser mogelijk nog de plicht heeft om in het onderhoud te voorzien van eiser, moet eiser volgens de minister eerst een procedure over kinderalimentatie opstarten. Eiser vindt dat dat niet van hem verwacht kan worden.
De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak van 27 januari 2025 en in de einduitspraak van 26 juni 2025 geoordeeld dat de minister de afwijzing van de aanvraag met besluiten van 16 oktober 2023 en 12 april 2024 onvoldoende heeft gemotiveerd.
Naar aanleiding van de uitspraken van de rechtbank heeft de minister op 7 augustus 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Eiser is het nog steeds niet eens met de beslissing van de minister en heeft opnieuw beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank Wat heeft eiser verzocht?
Vorige procedure 2. De minister heeft het verzoek van eiser op 16 oktober 2023 afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 12 april 2024 heeft de minister het bezwaar gegrond verklaard voor zover het gaat over de periode van na het 21e jaar van eiser. Er is namelijk sprake van een ernstig en structureel conflict. Voor de periode voor het 21e jaar van eiser is het verzoek afgewezen omdat eiser eerst een alimentatieprocedure moet starten. Er is volgens de minister geen reden om de hardheidsclausule toe te passen.
Huidige procedure 6. De minister heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank op 7 augustus 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) genomen. De minister verklaart het bezwaar gegrond voor zover het de aanvullende beurs betreft vanaf het 21e jaar van eiser. Eiser heeft aangetoond dat sprake is van een ernstig en structureel conflict tussen hem en zijn vader. Vanaf maart 2026 zal het inkomen van zijn vader buiten beschouwing worden gelaten. Het inkomen wordt niet buiten beschouwing gelaten voor de periode van april 2023 tot maart 2026. Tot eisers 21e jaar moeten ouders de kosten dragen voor levensonderhoud. Daarom moet er door de rechter alimentatie worden vastgesteld. Er is in het geval van eiser geen alimentatie vastgesteld.
Hij moet zich daarom wenden tot de civiele rechter om de alimentatieverplichting te laten vaststellen. Er is geen reden om van deze voorwaarde af te wijken op grond van de hardheidsclausule van artikel 11.5 van de Wet studiefinanciering (Wsf). De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd, namelijk (kort gezegd) mogelijk contactherstel met zijn vader, is geen reden om de hardheidsclausule toe te passen. Dit volgt ook uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 augustus 2009. Omdat een loskoppeling alleen is aangewezen in situaties van een ernstig en structureel conflict, kan er geen rekening worden gehouden met de mogelijkheid tot contactherstel. De minister ziet in de omstandigheid dat de partner van de vader van eiser vervelende berichten over eiser op sociale media heeft geplaatst niet een risico dat er meer berichten zullen worden geplaatst bij het starten van een alimentatieprocedure.
Het starten van een juridische procedure tot vaststelling van kinderalimentatie zal volgens de minister in zijn algemeenheid leiden tot emotie, spanningen en wellicht een verslechterde verhouding.
Gronden beroep 7. Eiser heeft aangevoerd dat het nieuwe besluit weer onvoldoende is gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen. De wetgever heeft met het loskoppelingsbeginsel niet voorzien dat het starten van een alimentatieprocedure mogelijk contactherstel in de weg zou staan. In de specifieke situatie van eiser staat het starten van een alimentatieprocedure in de weg aan mogelijk contactherstel. Daarom moet de hardheidsclausule worden toegepast. Eiser is een kwetsbare jongvolwassene die in familiaire sfeer al het nodige heeft meegemaakt. Sinds 2020 heeft eiser een ernstig en structureel conflict met zijn vader. De vrouw van zijn vader plaatst nog dagelijks onheuse uitlatingen op het internetplatform X. Eiser wil het conflict met zijn vader niet verder op de spits drijven door een alimentatieprocedure te starten.
Oordeel van de rechtbank 8. De rechtbank stelt vast dat de minister het bestreden besluit heeft gebaseerd op hetzelfde dossier als bij het nemen van de beslissing op bezwaar van 12 april 2024. Er liggen dus geen nieuwe feiten en omstandigheden ten grondslag aan het bestreden besluit. In essentie komt de nieuwe beslissing op bezwaar overeen met de eerdere beslissing op bezwaar en de aanvullende motivering die de minister heeft gegeven nadat de rechtbank tussenuitspraak had gedaan. De rechtbank ziet wel accentverschillen; er is ingegaan waarom mogelijkheid tot contactherstel niet kan worden betrokken bij een beroep op de hardheidsclausule en er is nader ingegaan op het plaatsen van berichten op sociale media door de partner van de vader van eiser. Materieel gezien is de motivering echter hetzelfde gebleven als de aanvullende motivering die eerder na de tussenuitspraak van 27 januari 2025 is gegeven.
Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en zelf in de zaak voorzien. Gelet op de omstandigheid dat de minister, met de geboden herstelmogelijkheden in de eerdere tussenuitspraak en einduitspraak, er niet in is geslaagd de weigering van een draagkrachtige motivering te voorzien, zal de rechtbank in de zaak voorzien door eisers bezwaar gegrond verklaren en te bepalen dat eisers verzoek om bij de vaststelling van zijn aanvullende beurs tot zijn 21e jaar geen rekening te houden met het inkomen van zijn vader wordt toegewezen op grond van artikel 11.5 van de Wsf.
Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het besluit van 7 augustus 2025; herroept het besluit van 16 oktober 2023; bepaalt dat de minister het inkomen van de vader van eiser buiten beschouwing laat bij het bepalen van de hoogte van de aanvullende beurs van eiser; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit; bepaalt dat de minister het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden; veroordeelt de minister tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RBMNE:2025:131.
ECLI:NL:RBMNE:2025:3027.
ECLI:NL:RBMNE:2025:131.
ECLI:NL:RBMNE:2025:3027.
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6427.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4492 onder 3 en 3.1.