Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2026:198
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4435 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, het college (gemachtigden: I. Badrising, mr. J. Balinge en S. Jansen).
Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de (gedeeltelijke) afwijzing van de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
2.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel is genomen. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop 3. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 8 april 2025 gedeeltelijk afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
3.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het besluit 4. Een onderdeel van de hersteloperatie toeslagen is de brede ondersteuning door gemeenten. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start voor (potentieel) gedupeerden, na de problemen die zijn ervaren als gevolg van de toeslagenaffaire. De brede ondersteuning richt zich op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
Standpunt partijen 6. Eiseres voert aan dat het college ten onrechte haar aanvraag voor orthodontiekosten heeft afgewezen. Uit de richtlijnen van het college volgt dat een bedrag tot € 5.000,- beschikbaar is voor mondzorg vanuit de brede ondersteuning. Eiseres voert aan dat de kosten noodzakelijk waren, omdat haar dochter niet langer kon wachten met de behandeling. Eiseres heeft daarom de kosten uit de kindregeling moeten voldoen, terwijl dat niet het doel van die regeling is. Eiseres voert aan dat het college maatwerk had moeten leveren.
Beoordelingskader 8. Uit artikel 2.21, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wht volgt dat het college brede ondersteuning kan bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ingezetene van die gemeente die een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind is dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12.
Mocht het college de aanvraag van eiseres afwijzen?
Niet is uitgelegd hoe dit criterium luidt en hoe daar invulling aan is gegeven. Ook in het bestreden besluit is dit niet nader gemotiveerd en uit dit besluit blijkt bovendien niet dat het college aan het noodzakelijkheidscriterium heeft getoetst. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat wel aan het noodzakelijkheidscriterium is voldaan, omdat niet in geschil is dat het noodzakelijk was dat haar dochter spoedig de benodigde beugel zou krijgen. Ook ter zitting heeft het college niet duidelijk kunnen maken hoe het noodzakelijkheidscriterium luidt en hoe het college daar invulling aangeeft. De rechtbank kan daarom niet toetsen of het college aan het noodzakelijkheidscriterium heeft getoetst en zo ja, hoe dit criterium luidt en op welke wijze het college daaraan invulling heeft gegeven.
Conclusie en gevolgen 14. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit voor zover dat wordt vernietigd in stand te laten of zelf een beslissing over de aanvraag te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan het college op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
14.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor zes weken. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Algemene wet bestuursrecht pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist.
14.2.
Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.
Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr.L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.