Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2026:2855
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/2431 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser, (gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema) en de heffingsambtenaar van gemeente Hilversum, verweerder (gemachtigde: A.H. Geytenbeek).
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 25 januari 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 24 november 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 25 januari 2024 het bezwaar van eiser gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag ingetrokken/vernietigd. Eiser heeft beroep ingesteld.
1.3.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 april 2026. De gemachtigde van eiser heeft deelgenomen aan de zitting. Aan de kant van de heffingsambtenaar was niemand aanwezig.
Overwegingen 2. Tussen partijen is in geschil of de heffingsambtenaar proceskostenvergoeding had moeten toekennen in bezwaar.
Beoordeling door de rechtbank 5. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden gesproken van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Het bestuursorgaan dient de proceskosten te vergoeden, indien – maar ook uitsluitend indien – het bestreden besluit door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is genomen. Het is niet voldoende dat het bestreden besluit onrechtmatig is; het bestuursorgaan dient daarbij ernstig onzorgvuldig handelen te kunnen worden verweten.
Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt, hij krijgt ook het door hem betaalde griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vermeer griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uit de memorie van toelichting van artikel 7:15 Awb.