← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:313

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Lelystad Zaaknummer: C/16/605497 / FZ RK 26-36 Datum uitspraak: 23 januari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend in Almere, verblijvend in een locatie van [verblijfplaats] in [plaats] , advocaat mr. T. de Heer. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 januari 2026; het bericht van de officier van justitie van 22 januari 2026; het bericht van de Geneesheer-directeur van 23 januari
  2. 1.
  3. De zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari
  4. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; Y. Aouaj, als psychiater verbonden aan [verblijfplaats] ; M. Sikking, als arts verbonden aan [verblijfplaats] . Tijdens de zitting waren ook nog een verpleegkundige en twee coassistenten aanwezig. 1.
  5. De onafhankelijk psychiater is uitgenodigd om aanwezig te zijn tijdens de zitting, maar heeft laten weten verhinderd te zijn. 2Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3De beoordeling 3.
  6. De rechtbank houdt het verzoek aan tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij nog geen beslissing neemt. 3.
  7. De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting geconstateerd dat betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring niet in diens fysieke aanwezigheid is onderzocht, maar via een Teamsverbinding (digitaal). Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is toegelicht blijkt dat betrokkene niet in diens fysieke aanwezigheid is onderzocht, omdat het op dat moment vanwege uitzonderlijke weeromstandigheden (code oranje door sneeuw) niet mogelijk was om naar betrokkene te reizen. Dit lukte niet met het openbaar vervoer en ook niet met de auto. Ook was op dat moment voor de onafhankelijk psychiater niet duidelijk hoe lang deze situatie zou voortduren. 3.
  8. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad dient een psychiater het medische onderzoek in beginsel te verrichten in fysieke aanwezigheid van betrokkene, tenzij is gebleken dat een onderzoek in fysieke aanwezigheid onmogelijk of onverantwoord is. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van betrokkene om aan een onderzoek mee te werken. Omstandigheden van algemene aard brengen niet mee dat er afgeweken kan worden van een onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene. Het is hierbij ook niet doorslaggevend of betrokkene akkoord is gegaan met het digitaal verrichten van het onderzoek in het kader van de medische verklaring. 3.
  9. Indien het in eerste instantie onmogelijk of onverantwoord was om betrokkene fysiek te horen in het kader van het opstellen van de medische verklaring dient er gekeken te worden of dit op een later moment wel mogelijk is. 3.
  10. De officier van justitie is verzocht zich hierover uit te laten, maar de officier van justitie heeft slechts gesteld dat er ten tijde van het uitgevoerde onderzoek sprake was van slechte weersomstandigheden die maakte dat het onderzoek digitaal mocht plaatsvinden. De medische verklaring voldoet aan de wettelijke vereisten, aldus de officier van justitie. Dat standpunt deelt de rechtbank niet. Het medisch onderzoek dateert van 10 januari 2026, terwijl de zitting op 23 januari plaatsvindt. Er ligt al zeker anderhalf week geen sneeuw meer. Tijdens de zitting is gebleken dat er niet is geprobeerd om betrokkene na 10 januari 2026 alsnog fysiek te onderzoeken in het kader van het opstellen/aanvullen van de medische verklaring. Ook is niet gebleken dat er andere redenen waren die maakten dat het niet mogelijk was om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken. Ongeacht of er in eerste instantie sprake was van omstandigheden die het fysiek onderzoeken van betrokkene onmogelijk of onverantwoord maakten, constateert de rechtbank dat betrokkene in ieder geval op een later moment alsnog fysiek gehoord had kunnen worden. Bovenstaande brengt mee dat de rechtbank vindt dat het onderzoek door de psychiater in het kader van het opstellen van de medische verklaring volstrekt niet aan de wettelijke vereisten voldoet. De rechtbank geeft de onafhankelijke psychiater daarom de opdracht om betrokkene alsnog fysiek te onderzoeken en een nieuwe medische verklaring op te stellen. 4De beslissing De rechtbank houdt de beslissing aan tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salome, griffier en op schrift gesteld op 26 januari
  11. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:HR:23:
  12. Hoge Raad 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:789.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.