RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/202590-25 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 6 februari 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] in [plaats] , hierna: de verdachte. 1Zitting De strafzaak van de verdachte is achter gesloten deuren behandeld op de zitting van 16 januari 2026. Het onderzoek is, met instemming van de officier van justitie en de verdediging, enkelvoudig gesloten op 23 januari. 2026. Op de zitting waren aanwezig: de verdachte; de officier van justitie: mr. M.M. Rademaker; de advocaat van de verdachte: mr. H.J. Veen (hierna: de advocaat);(vul naam advocaat in met voorletters)(vul vestigingsplaats advocaat
(5)contactverbod. De reclassering schat het gevaar op herhaling in als gemiddeld. De Raad voor de Kinderbescherming rapporteert in zijn rapport van 12 januari 2026 het interventieadvies van het NIFP en de reclassering te ondersteunen. Hetzelfde geldt voor het advies om het jeugdstrafrecht toe te passen. Strafoplegging De rechtbank houdt rekening met de straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. De rechtbank acht, mede gelet op de adviezen van de deskundigen, een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest, zijnde 75 dagen, passend en geboden. De rechtbank vindt het belangrijk dat de verdachte zo snel mogelijk wordt geholpen met zijn problematiek en wordt begeleid bij het aanbrengen en behouden van structuur en stabiliteit in zijn leven. Hij hoeft van de rechtbank dus niet terug naar de (jeugd)gevangenis. Naast de jeugddetentie zal de rechtbank een forse voorwaardelijke werkstraf opleggen. Deze voorwaardelijke straf dient als stok achter de deur, om de verdachte er in de toekomst van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke werkstraf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering is geadviseerd. De rechtbank is tevens van oordeel dat de oplegging van een bijzondere voorwaarde in de vorm van een contactverbod met zowel [aangeefster 1] als [aangeefster 2] passend is gelet op de belangen van zowel [aangeefster 1] als [aangeefster 2] . Hoewel de verdachte is vrijgesproken van feit 1 (de verkrachting van [aangeefster 2] ), ziet de rechtbank aanleiding om toch ook een contactverbod met [aangeefster 2] op te leggen. [aangeefster 2] was bij de aanranding van [aangeefster 1] aanwezig en zoals de rechtbank hiervoor heeft besproken was sprake van een ongezonde relatie tussen de verdachte en [aangeefster 2] en is zij bang voor hem. De rechtbank ziet geen aanleiding voor de oplegging van een locatieverbod zoals door de officier van justitie en de benadeelde partijen is gevraagd. Middels een contactverbod worden hun belangen immers voldoende gewaarborgd. Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een jeugddetentie op van 75 dagen met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft vastgezeten. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf op van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie als de werkstraf niet of niet naar behoren wordt verricht. Aan deze werkstraf verbindt de rechtbank een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals in het dictum vermeld. De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie en daarom uitgaat van een ander vertrekpunt. De straf die wordt opgelegd brengt, naar het oordeel van de rechtbank, de ernst van het bewezenverklaarde bovendien voldoende tot uitdrukking. Anders dan de officier van justitie heeft gevraagd, zal de rechtbank het contactverbod met het slachtoffer niet opleggen in de vorm van een 38v-maatregel. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten dat oplegging van deze vrijheidsbeperkende maatregel noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. Een contactverbod in de vorm van een bijzondere voorwaarde is onder deze omstandigheden toereikend. 6Vordering benadeelde partijen 6.1 Vordering van de benadeelde partijen [aangeefster 2] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 9.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade (smartengeld) als gevolg van feit 1 op de beschuldiging. Verder verzoekt [aangeefster 2] de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Ook is verzocht om de BEM-clausule van toepassing te verklaren op het toe te wijzen bedrag. [aangeefster 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade (smartengeld) als gevolg van feit 2 op de beschuldiging. Verder verzoekt [aangeefster 1] de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. 6.2 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat beide vorderingen volledig kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 6.3 Standpunt van de verdediging De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 6.4 Oordeel van de rechtbank Vordering [aangeefster 2] (feit 1) De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem onder feit 1 ten laste gelegde. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde partij. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. Proceskosten Bij vorderingen tot schadevergoeding geldt in de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om zich tegen deze vordering te verweren. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil. Vordering [aangeefster 1] (feit 2) Op grond van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) komt een benadeelde partij – onder andere – een vergoeding toe voor immateriële schade als sprake is van een op andere wijze aantasten van de benadeelde partij in zijn of haar persoon. Daarvan is sprake bij psychisch letsel. Dat [aangeefster 1] psychisch letsel heeft opgelopen door het handelen van de verdachte is gesteld, niet betwist en niet onaannemelijk omdat [aangeefster 1] als minderjarige, slachtoffer is geworden van aanranding gepleegd door een meerderjarige, waarbij sprake is geweest van het meermalen betasten van verschillende intieme delen van het lichaam. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het handelen van de verdachte psychisch letsel heeft veroorzaakt bij [aangeefster 1] en zij daarom recht heeft op vergoeding van immateriële schade. Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding zoekt de rechtbank aansluiting bij de ‘Rotterdamse schaal’. Dit betreft een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen en bevat indicaties voor het toekennen van een passende immateriële schadevergoeding. De rechtbank hanteert de volgende uitgangspunten bij het gebruik van de Rotterdamse schaal voor de vaststelling van de immateriële schade. De Rotterdamse schaal wordt uitsluitend gebruikt als hulpmiddel. Daartoe kijkt de rechtbank naar de indicatieve smartengeldbedragen die worden genoemd bij de voor deze zaak toepasselijke categorie van de Rotterdamse schaal. Deze bedragen betrekt de rechtbank bij de billijkheidsafweging. In de onderhavige zaak valt het letsel van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie 15.3 onder b (aanranding, ernstig) van de Rotterdamse schaal. Daarin wordt een bedrag vermeld tussen de € 1.000,- en € 5.000,-. Nu de benadeelde partij alleen op haar kleding is betast en ook het (mede) betasten van het ontblote geslachtsdeel binnen deze categorie valt, begroot de rechtbank de schade naar billijkheid op een bedrag van € 1.500,-. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering en zal bepalen dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. Wettelijke rente De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 3 juli 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald. Proceskosten Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 1.500,- aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2025 tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald. Bij gebreke van betaling dient geen gijzeling te worden toegepast, gelet op de minderjarigheid van de verdachte ten tijde van (een deel van) het bewezenverklaarde. 7Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen: - artikelen 36f, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa van het Wetboek van Strafrecht. 8De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij; bewezenverklaring - verklaart bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven; - verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld; strafbaarheid verdachte - verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf - veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie van 75 dagen; - bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (te weten: 75 dagen), bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht; - veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 80 uren; - beveelt dat voor het geval de verdachte de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 40 dagen jeugddetentie; - bepaalt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - als bijzondere voorwaarden gelden dat de verdachte:
- Begeleiding door jeugdreclassering meewerkt aan het toezicht door de jeugdreclassering en zich meldt op afspraken met de jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dat nodig vindt;
- Ambulante behandeling zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op begeleiding en ondersteuning bij autismespectrumproblematiek, traumabehandeling, agressieregulatie en rouwverwerking. Tevens is binnen de behandeling expliciet aandacht voor de onderwerpen seksualiteit en intieme relaties. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
- Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang gedurende de proeftijd of zoveel korter als de jeugdreclassering dat nodig vindt, verblijft bij SDW of een soortgelijke instelling voor begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de jeugdreclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de jeugdreclassering opstelt;
- Dagbesteding zich inspant voor het vinden en behouden van werk met een vaste structuur;
- Contactverbod met [aangeefster 1] en [aangeefster 2] gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [aangeefster 1] (geboren op [geboortedatum] 2010) en [aangeefster 2] (geboren op [geboortedatum] 2011); - stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast; - waarbij de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering in Amsterdam opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. De inmiddels meerderjarige is daarbij van rechtswege verplicht zijn medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit en aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangeefster 2] (feit 1) verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangeefster 1] (feit 2) - wijst de vordering van [aangeefster 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.500,-; - veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangeefster 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2025 tot de dag van de volledige betaling; - verklaart de benadeelde partij voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 1] aan de Staat € 1.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2025 tot de dag van volledige betaling. Bij niet betaling dient geen gijzeling te worden toegepast; - bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan [aangeefster 1] dan wel aan de Staat heeft vergoed. voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. L.R.H. Koekoek, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. G.M.C. Klink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. Pronk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 6 februari
- De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. Bijlage I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 hij in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 3 juli 2025 te Nieuwegein en/of Benschop en/of Lopik, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [aangeefster 2] , geboren op [geboortedatum] 2011, een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door, meermalen, althans eenmaal, - zich te laten aftrekken door die [aangeefster 2] , en/of - zijn penis en/of vinger(s) in de vagina van die [aangeefster 2] te brengen en/of te duwen en/of te bewegen, en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door - meermalen, althans eenmaal, te dreigen die [aangeefster 2] en/of de ouders van die [aangeefster 2] te vermoorden, althans iets aan te doen, en/of het huis van die [aangeefster 2] in brand te steken, en/of - meermalen, althans eenmaal, te dreigen de ouders van [aangeefster 1] te vermoorden, althans iets aan te doen, en/of - die [aangeefster 2] tegen een boom aan te duwen, en/of - die [aangeefster 2] stevig vast te pakken bij haar heupen en/of haar handen, en/of - misbruik te maken van zijn feitelijke en/of fysieke overwicht, en/of - voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [aangeefster 2] ; feit 2 hij op of omstreeks 3 juli 2025 te Lopik, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [aangeefster 1] , geboren op [geboortedatum] 2010, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, door - in de billen en/of de borsten te knijpen en/of op de billen te slaan/tikken, en/of - te proberen die [aangeefster 1] een (zuig)zoen te geven, en/of - de benen en/of de billen en/of de borsten en/of de vagina van die [aangeefster 1] aan te raken en/of te betasten, en welke aanranding werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door - die [aangeefster 1] te zeggen altijd een mes bij zich te dragen en/of dat mes te laten zien, en/of - meermaals, althans eenmaal, te dreigen de ouders van die [aangeefster 1] te vermoorden, althans iets aan te doen, en/of - meermalen, althans eenmaal, te dreigen de ouders van [aangeefster 2] te vermoorden, althans iets aan te doen, en/of - een mes bij zich te dragen, althans bij zich te hebben, en/of - die [aangeefster 1] aan te raken op haar bil terwijl zij aan het fietsen was, en/of - die [aangeefster 1] van achteren vast te pakken, en/of - misbruik te maken van zijn feitelijke en/of fysieke overwicht, en/of - voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [aangeefster 1] . Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer 2025222107, doorgenummerd pagina 1 tot en met
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Pagina
- Pagina
- Pagina
- Pagina 73.