← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:345

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/5784-V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 op het verzet van [oppossant] , te [plaats] , opposant, (gemachtigde: mr. H. Akrim), Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit. In de uitspraak van 18 november 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. Overwegingen

  1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 18 november 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant het griffierecht niet heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 18 november 2025 niet juist was.
  3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 18 november 2025 niet juist. Opposant betwist namelijk dat hij de aangetekende brief van 8 oktober 2025 heeft ontvangen.
  4. De rechtbank stelt vast dat met dagtekening 8 oktober 2025 een aangetekende griffierechtnota naar de gemachtigde van opposant is verzonden, met het verzoek om het verschuldigde griffierecht van € 53,- binnen twee weken te voldoen. Verder is vermeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het griffierecht niet op tijd wordt betaald. Uit de track & tracé van deze aangetekende brief blijkt dat de brief op 10 oktober 2025 is bezorgd op het adres van de gemachtigde van opposant waarbij is getekend voor ontvangst. Opposant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat moet worden getwijfeld aan de ontvangst van de aangetekend verzonden brief.
  5. Verder heeft opposant in verzet ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het niet betalen van het griffierecht verschoonbaar maakt. De verstuurde nota is duidelijk: de nota moet tijdig betaald worden, anders loopt opposant het risico dat het beroepschrift niet ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank heeft de zaak daarom vereenvoudigd af mogen doen en heeft mogen oordelen dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 8 november 2024 in stand blijft Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari
  6. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.