RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/002214-25 en 05/046632-23 (t.t.z. gevoegd) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [1999] in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] , (hierna: de verdachte). 1Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 december
(5)jaren, inhoudende dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met: [slachtoffer 1] , geboren op [1999] ; [slachtoffer 2] , geboren op [2002] ; - beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is; - beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 14 dagen hechtenis, met een maximum van 6 maanden; beslag (parketnummer 16-002214-25, feit 1 en feit 3) - verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer: 1 STK Revolver (G3461911) 1 STK Munitie (G3461920) 1 STK Verdovende Middelen (G3461951); vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever] (parketnummer 16/002214-25, feit 3) wijst de vordering van [aangever] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangever] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2025 tot de dag van volledige betaling; verklaart [aangever] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] (parketnummer 16/002214-2, feit 4 en feit 5) wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 800,-, bestaande uit immateriële schade; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling; verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering; veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] (parketnummer 05/046632-23) wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 800,-. bestaande uit immateriële schade; veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2023 tot de dag van volledige betaling; verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft de gevorderde materiële kosten voor het eigen risico (voor een bedrag van €770,-) niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af; veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente 15 februari 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling; bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. S. Ourahma en mr. M.M. van der Zwaag, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Caruso als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 14 januari
- Bijlage I: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: in de zaak met parketnummer 16-002214-25 feit 1 hij op of omstreeks 3 januari 2025 te Soesterberg, gemeente Soest een wapen met bijbehorende munitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten vuurwapen, revolver, van origine alarmrevolver, van het merk BBM, model Olympic 38, kaliber .22, omgebouwd naar scherpschietend, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad; feit 2 hij op of omstreeks 3 januari 2025 te Soesterberg, gemeente Soest [surveillant] , surveillant bij de Eenheid Midden-Nederland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [surveillant] dreigend de woorden toe te voegen "Ik wil je moeder in stukken snijden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; feit 3 hij op of omstreeks 3 januari 2025 te Soesterberg, gemeente Soest, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [aangever] , werkzaam als wachtmeester der Koninklijke Marechausse werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar bediening, te weten ter staandehouding van de verdachte door die [aangever] om haar middel vast te pakken en/of een of meerdere keren slaande/stompende bewegingen te maken in die [aangever] haar ribben, althans in de richting van, voornoemde verbalisant, terwijl dit misdrijf en/of de daarmee gepaarde feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten schaafwonden en/of een zwelling bij de ribbenkast van die verbalisant ten gevolge heeft gehad; feit 4 hij op of omstreeks 22 november 2024 te Amersfoort [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik zal bij je voor de deur staan en een paar kogels door je hoofd blazen. Ik zal je huis opblazen.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; feit 5 hij op of omstreeks 30 september 2024 te Amersfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met zijn (vinger)nagel in het oog van die [slachtoffer 1] te steken en/of wroeten en/of boren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 30 september 2024 te Amersfoort [slachtoffer 1] heeft mishandeld door haar met een vlakke hand te slaan op het bovenbeen en/of met zijn (vinger)nagel in het oog van die [slachtoffer 1] te steken en/of wroeten en/of boren; in de zaak met parketnummer 05-046632-23 hij op of omstreeks 15 februari 2023 te Berg en Dal zijn levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door haar op/tegen het lichaam te duwen (waarbij een arm van die [slachtoffer 2] tussen een deur is gekomen) en/of haar meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of een schouder, althans op/tegen het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of te krabben; Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025003767, digitale pagina 1 tot en met
- Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. pagina 6-
- pagina 49-
- pagina
- pagina
- pagina’s 33 en
- pagina
- pagina
- pagina
- pagina
- pagina 85 Hoge Raad 21 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:662 en de conclusie van de AG (in het bijzonder overweging 4.4 t/m 4.7)