← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:41

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/3337-V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 op het verzet van [opposant] , te [woonplaats] , opposant. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanmelding van een veiligheidsonderzoek van 3 oktober

  1. In de uitspraak van 17 juli 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. Opposant heeft gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De zitting heeft plaatsgevonden op 27 november
  2. Opposant is verschenen. Bestuursorgaan is niet verschenen met bericht van verhindering. Overwegingen
  3. De rechtbank heeft in de uitspraak van 17 juli 2025 het beroep gegrond verklaard, omdat verweerder niet tijdig had beslist op het verzoek van opposant. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  4. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op een zitting te horen. De rechtbank moet dus beoordelen of door de argumenten van opposant twijfel ontstaat over die eerdere uitkomst. Zo nee, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo ja, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.
  5. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 17 juli 2025 niet juist, omdat er volgens opposant onvoldoende rekening is gehouden met relevante persoonlijke omstandigheden. Vervolgens geeft opposant aan dat hij geen ingebrekestelling heeft ingediend binnen de termijn zoals bedoeld in artikel 6:12 Awb. Opposant geeft aan dat hij deze keuze bewust heeft gemaakt op advies van meerdere medewerkers van [.] . De medewerkers van [.] hebben opposant geadviseerd om terughoudend te zijn en de organisatie niet tegen hem te hebben. Daarna geeft opposant aan dat hij gedurende de periode na zijn aanvraag van 3 oktober 2024, wekelijks contact heeft gezocht met de bevoegde instanties om navraag te doen over de voortgang van zijn dossier. Opposant vindt de wachttijd van meer dan negen maanden buitenproportioneel. Vervolgens geeft opposant aan dat dit impact heeft gehad op zijn gezinssituatie. Als laatst geeft opposant aan dat hij na de uitspraak van de rechtbank een reactie heeft ontvangen van verweerder, waarin wordt meegedeeld dat verweerder voornemens is de VGB van opposant te weigeren. Opposant vindt dit totaal onbegrijpelijk.
  6. Tijdens de zitting heeft opposant naar voren gebracht dat hij heeft besloten de verzet procedure voort te zetten om aan verweerder te kunnen vertellen wat hij in de afgelopen periode heeft meegemaakt. Opposant heeft aangegeven dat hij bijna een jaar heeft moeten wachten op de beslissing van verweerder. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij zijn vaste baan heeft opgezegd voor een nieuwe functie op [.] . Verder heeft opposant toegelicht dat de langdurige vertraging ernstige gevolgen heeft gehad voor zijn financiële situatie.
  7. De rechtbank heeft opposant gevolgd in zijn standpunt dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden. Daarom is zijn beroep ook gegrond verklaard met de uitspraak van 17 juli
  8. De rechtbank begrijpt uit het betoog van opposant dat de lange wachttijd, in combinatie met het feit dat hij in afwachting van de beslissing zijn vorige baan heeft opgezegd, grote impact heeft gehad op hem en zijn gezin. Het is invoelbaar dat opposant dit ter zitting aan verweerder duidelijk heeft willen maken, maar in dat wat opposant heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 17 juli 2025 is gedaan.
  9. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van de rechtbank van 27 november 2025 in stand blijft.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari
  11. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.