← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:42

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/3792-V uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 op het verzet van [opposant] , te [woonplaats] , opposant. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. In de uitspraak van 4 juli 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. Opposant heeft gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De zitting heeft plaatsgevonden op 27 november

  1. Opposant is niet verschenen met bericht van verhindering. Verweerder is niet verschenen. Overwegingen
  2. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van het beroep van 20 september 2023 de zaak, heeft zij op 20 januari 2025 uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  3. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 4 juli 2025 niet juist was.
  4. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 4 juli 2025 niet juist omdat de rechtbank de verkeerde instantie heeft gekoppeld als verweerder. Opposant geeft aan dat hij een beroep niet tijdig heeft ingediend tegen de Openbaar Ministerie van Den Haag en niet tegen de Openbaar Ministerie parket Arnhem-Leeuwarden. Opposant vindt dat zijn inzagerecht en zijn recht op een eerlijke procedure is geschonden omdat er onjuiste of onvolledige stukken zijn overgenomen en aangeleverd aan de rechtbank. Vervolgens geeft opposant aan dat de rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep onduidelijk was. Opposant meent dat zijn brief van 4 juli 2023 en de aanvullende brieven van 27 september 2023 en 29 november 2023 juist voldoende duidelijkheid gaven over de betrokken instantie en over het geschil, namelijk niet tijdig beslissen op zijn verzoeken om informatie, herstel en rectificatie. Daarna geeft opposant aan dat het feit dat het OM Arnhem-Leeuwarden stukken heeft aangeleverd die niet juist zijn, bevestigt dat er sprake is van een onjuiste verweerder en foutieve dossierbehandeling en niet van een onduidelijkheid van zijn kant.
  5. De rechtbank is het niet eens met opposant, omdat er in het beroepschrift van 26 juni 2023, ontvangen op 4 juli 2023 niet is vermeld waartegen het beroep zich richt. Op 29 november 2023 heeft de rechtbank vervolgens aanvullende stukken van opposant ontvangen, waarin diverse verzoeken zijn ingediend tegen verschillende instanties. Ook uit deze stukken blijkt niet waar het beroep van opposant precies op ziet.
  6. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 4 juli 2025 in stand blijft. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari
  7. De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.