RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: 11852656 \ LC EXPL 25-1774 Vonnis van 28 januari 2026 in de zaak van [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , procederend in persoon, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. J.A. van de Hel. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek. 1.
- Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken. 2De kern van de zaak 2.
- [eiseres] heeft begin 2024 een kandidaat voorgesteld aan [gedaagde] voor de invulling van de functie voor een financieel administrateur. [gedaagde] kon met die kandidaat (hr. [A] ) in eerste instantie niet tot overeenstemming komen. Een maand later is [gedaagde] opnieuw in contact gekomen met [A] . [A] is daarna (eerst als zzp-er) in dienst getreden van [gedaagde] . Volgens [eiseres] is [gedaagde] daarom een bemiddelingsfee aan haar verschuldigd, namelijk € 9.095,
- [eiseres] vordert betaling daarvan in deze procedure. De kantonrechter wijst de vordering af. 3De beoordeling 3.
- [eiseres] baseert haar vordering op haar stelling dat tussen partijen een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen. Omdat [gedaagde] dat betwist, is het aan [eiseres] om haar stelling voldoende te onderbouwen. 3.
- Daarin is [eiseres] niet geslaagd. [eiseres] voert feitelijk alleen aan dat partijen eerder zaken hebben gedaan, maar dat betrof (zoals [gedaagde] terecht aanvoert) een heel andere dienst. De eerdere overeenkomst zag op het inlenen van een uitzendkracht door [gedaagde] . Waarom dat in essentie hetzelfde zou zijn als een bemiddelingsovereenkomst ziet de kantonrechter niet en legt [eiseres] ook niet uit. De eerdere overeenkomst speelt daarom in de beoordeling van de vordering van [eiseres] geen rol. Datzelfde geldt voor de bij de eerdere overeenkomst behorende algemene voorwaarden. [eiseres] verklaart verder niets over de contacten tussen haar en [gedaagde] die hebben geleid tot het voorstellen van [A] als kandidaat voor de functie. Dat had wel op haar weg gelegen. [eiseres] had bijvoorbeeld kunnen zeggen wie zij binnen [gedaagde] heeft gesproken over de functie, wat de strekking van dat gesprek is geweest en hoe zij duidelijk zou hebben gemaakt dat [gedaagde] (wanneer zij [A] in dienst zou willen nemen) daarvoor een bemiddelingsfee verschuldigd zou zijn en zo ja, hoeveel. [eiseres] zegt wel dat zij een opdrachtbevestiging heeft gestuurd, maar [gedaagde] ontkent dat. [eiseres] verklaart daarover alleen dat de opdrachtbevestiging niet meer overgelegd kan worden. 3.
- Dat een overeenkomst tot stand is gekomen, staat in deze omstandigheden niet vast. [eiseres] heeft niet duidelijk gemaakt wat precies haar aanbod is geweest, laat staan dat zij voldoende heeft onderbouwd dat [gedaagde] dat aanbod aanvaard zou hebben. [eiseres] kan geen beroep doen op haar algemene voorwaarden, omdat de toepasselijkheid daarvan afhankelijk is van het bestaan van de hoofdovereenkomst. [gedaagde] is daarom niet gehouden een bemiddelingsfee te betalen aan [eiseres] . De vordering van [eiseres] wordt afgewezen. 3.
- [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 813,00 3.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- wijst de vorderingen van [eiseres] af, 4.
- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.
- veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 28 januari
- RW136