RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht Zaaknummer: UTR 24/5788-V Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 op het verzet van [opposant] , te [woonplaats] , opposant, (gemachtigde: mr. M. Görsültürk), Procesverloop Op 5 september 2024 heeft opposant beroep ingesteld tegen de beslissing van verweerder van 25 juli
- In de uitspraak van 19 december 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposant is op 31 januari 2025 tegen deze uitspraak in verzet gegaan. De zitting heeft plaatsgevonden op 27 november
- Opposant en gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder is verschenen. Overwegingen
- De rechtbank heeft in de uitspraak van 19 december 2024 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant het griffierecht niet (tijdig) heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 19 december 2024 niet juist was.
- Volgens opposant is zijn beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Hij stelt tijdig griffierecht te hebben betaald en meent dat er iets misgegaan moet zijn bij de verwerking van de betaling.
- De rechtbank stelt vast dat op 9 oktober 2024 de herinneringsnota van het griffierecht, per aangetekende brief, is verstuurd aan opposant. In deze brief staat dat hij het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. In de brief is tevens vermeld dat als niet betaald wordt, opposant het risico loopt dat zijn beroepschrift niet ontvankelijk wordt verklaard. Uit de track en tracé van deze aangetekende brief blijkt dat de brief op 17 oktober 2025 is afgehaald bij een PostNL punt en is getekend voor ontvangst. Nu opposant geen geldige reden heeft gegeven waarom hij heeft nagelaten het griffierecht te voldoen heeft de rechtbank hem terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
- In wat opposant heeft aangevoerd ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 19 december
- Het verzet is ongegrond. Dit betekent dat de uitspraak in stand blijft.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari
- De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.