RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11716636 \ UC EXPL 25-4614 VL/58599 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE NIEUWEGEIN, gevestigd te Nieuwegein, eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie, hierna te noemen: Gemeente Nieuwegein, gemachtigde: mr. L. Knol, tegen [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. O.G. Tacoma. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 12 november 2025 de akte van Gemeente Nieuwegein de akte van [gedaagde] . 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De (verdere) beoordeling De hoogte van de schade staat (nog) niet vast 2.1. Zoals in het tussenvonnis van 12 november 2025 (hierna: het tussenvonnis) is overwogen, zijn partijen het erover eens dat Gemeente Nieuwegein een schadeloosstelling moet betalen aan [gedaagde] . Gemeente Nieuwegein stelt dat de gegevens die [gedaagde] na het tussenvonnis aan Gemeente Nieuwegein ter beschikking heeft gesteld niet hebben geleid tot een andere conclusie. Gemeente Nieuwegein blijft bij haar standpunt dat de schadeloosstelling moet worden vastgesteld op € 108.043,00. [gedaagde] is het hier niet mee eens en voert aan dat Gemeente Nieuwegein bij haar berekening geen rekening heeft gehouden met het feit dat [gedaagde] in 2024 heeft geïnvesteerd in een grote loods in Houten en in 2025 de vestiging in Zeist is voorbereid en opgestart, waarin [gedaagde] in Q4 2024 en Q1 2025 € 211.993,50 exclusief btw heeft geïnvesteerd. 2.2. Volgens [gedaagde] zou een schadeloosstelling van € 264.000,00 passend zijn bij voortzetting van de onderneming op een andere locatie. Zij begroot deze schade op basis van voortzetting van de onderneming op de locatie [adres 1] te [plaats] ; een locatie die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. Mocht dit niet mogelijk blijken omdat partijen niet tot overeenstemming komen, dan rest volgens [gedaagde] niets anders dan liquidatie van de onderneming. In dat geval zou de schadeloosstelling volgens [gedaagde] € 349.800,00 moeten bedragen. 2.3. De kantonrechter overweegt als volgt. De stelling van [gedaagde] dat voortzetting van de onderneming slechts mogelijk is als dit op de locatie [adres 1] zou zijn en dat anders liquidatie van de onderneming de enige optie is, volgt de kantonrechter niet. Zoals ook blijkt uit de door Gemeente Nieuwegein aangevoerde locaties, zijn er meerdere opties mogelijk. Weliswaar zijn deze locaties minder goed bereikbaar met het openbaar vervoer dan de locatie aan de [adres 2] , maar het is voor de uitoefening van de onderneming van [gedaagde] niet vereist dat de locatie naast een (bus)station is gelegen. Voldoende zal zijn dat de locatie een redelijke bereikbaarheid heeft vanuit Nieuwegein. De schadeloosstelling zal naar het oordeel van de kantonrechter daarom moeten worden vastgesteld met als uitgangspunt voortzetting van de onderneming op een andere locatie die vanuit Nieuwegein redelijk bereikbaar is met het openbaar vervoer. De kantonrechter is voornemens een deskundige te benoemen 2.4. Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de schadeloosstelling en hebben hun standpunten uitgebreid onderbouwd. De kantonrechter kan daarom nog niet vaststellen wat de hoogte van de schadeloosstelling zou moeten zijn en overweegt om een onderzoek door een deskundige in te laten stellen. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de kantonrechter partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over: de wenselijkheid van een deskundigenbericht; het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n); de aan de deskundige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.