← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:584

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11942550 \ MC EXPL 25-5934 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van [eiseres] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Bazuin & Partners gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3;- de conclusie van antwoord met bijlagen;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek met bijlage. 1.
  2. De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. 2De kern van de zaak 2.
  3. [eiseres] is een bemiddelingsbureau die zorgafnemers in contact met zorgverleners brengt. [gedaagde] is een zelfstandige zonder personeel op het gebied van (thuis)verpleging, verzorging en/of ouderenzorg. Tussen partijen heeft een overeenkomst van opdracht bestaan. [gedaagde] heeft [eiseres] opdracht gegeven om haar in contact te brengen met zorgafnemers. In ruil daarvoor betaalde [gedaagde] aan [eiseres] een bemiddelingsvergoeding. [gedaagde] heeft de bemiddelingsvergoeding voor de maand januari 2025 van € 72,60 niet betaalt. [eiseres] wil dat [gedaagde] de bemiddelingskosten, met rente en kosten, alsnog betaalt. [gedaagde] is het om verschillende redenen niet eens met de vordering van [eiseres] . De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. De vordering van [eiseres] wordt afgewezen. 3De beoordeling Consumentenrechtelijke bepalingen zijn niet van toepassing 3.
  4. Weliswaar heeft [eiseres] in haar dagvaarding gesteld dat [gedaagde] heeft gehandeld als consument, echter uit de overeenkomst van opdracht blijkt dat [gedaagde] geen consument is. Immers, in de overeenkomst van opdracht staat onder ‘In aanmerking nemende: Zorgverlener (lees: [gedaagde] ) werkzaam is als zelfstandige zonder personeel op het gebied van (thuis)verpleging verzorging en/of ouderenzorg;’. [gedaagde] is een zelfstandige zonder personeel en dus geen consument. Daarom zijn de consumentenrechtelijke bepalingen niet van toepassing op de overeenkomst tussen partijen. [gedaagde] hoeft de bemiddelingskosten van € 72,60 niet te betalen 3.
  5. [eiseres] meent dat [gedaagde] de bemiddelingskosten voor de maand januari 2025 moet betalen. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Immers, [eiseres] heeft zelf gesteld dat de overeenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2025 al is beëindigd en dat [gedaagde] in januari 2025 niet voor [eiseres] heeft gewerkt. Nu zij in januari 2025 kennelijk niet voor [eiseres] heeft gewerkt, is zij [eiseres] de gevorderde bemiddelingskosten ook niet verschuldigd, aldus [gedaagde] . 3.
  6. Dit verweer van [eiseres] slaagt. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de gevorderde bemiddelingskosten voor de maand januari 2025 niet aan [eiseres] hoeft te betalen en wel om het volgende. 3.
  7. [eiseres] heeft in haar conclusie van repliek gesteld dat [gedaagde] de overeenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2025 heeft beëindigd. De kantonrechter maakt daaruit op dat er tussen partijen daarom met ingang van 1 januari 2025 geen lopende overeenkomst meer bestond. [eiseres] heeft echter haar vordering gebaseerd op een lopende overeenkomst op grond waarvan [gedaagde] haar de bemiddelingskosten verschuldigd zou zijn. De vordering ziet namelijk op de bemiddelingskosten in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 januari
  8. Onduidelijk is waarom [gedaagde] – als de overeenkomst tussen partijen per 1 januari 2025 is beëindigd zoals [eiseres] stelt – over de maand januari 2025 nog een bemiddelingsvergoeding aan [eiseres] is verschuldigd. [eiseres] heeft dit niet toegelicht. De vordering van [eiseres] wordt als onvoldoende onderbouwd daarom afgewezen. De nevenvorderingen worden ook afgewezen 3.
  9. Omdat de hoofdsom is afgewezen, worden ook de nevenvorderingen die zien op de buitengerechtelijke incassokosten en de verschenen rente afgewezen. [eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen 3.
  10. [eiseres] wordt als de partij die geen gelijk krijgt in de proceskosten veroordeeld. Deze kosten worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op nihil, omdat van kosten niet is gebleken. 4De beslissing De kantonrechter 4.
  11. wijst de vorderingen van [eiseres] af, 4.
  12. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 11 februari
  13. HHt/37278 .

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.