RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11942550 \ MC EXPL 25-5934 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van [eiseres] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Bazuin & Partners gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3;- de conclusie van antwoord met bijlagen;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek met bijlage. 1.
- De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. 2De kern van de zaak 2.
- [eiseres] is een bemiddelingsbureau die zorgafnemers in contact met zorgverleners brengt. [gedaagde] is een zelfstandige zonder personeel op het gebied van (thuis)verpleging, verzorging en/of ouderenzorg. Tussen partijen heeft een overeenkomst van opdracht bestaan. [gedaagde] heeft [eiseres] opdracht gegeven om haar in contact te brengen met zorgafnemers. In ruil daarvoor betaalde [gedaagde] aan [eiseres] een bemiddelingsvergoeding. [gedaagde] heeft de bemiddelingsvergoeding voor de maand januari 2025 van € 72,60 niet betaalt. [eiseres] wil dat [gedaagde] de bemiddelingskosten, met rente en kosten, alsnog betaalt. [gedaagde] is het om verschillende redenen niet eens met de vordering van [eiseres] . De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. De vordering van [eiseres] wordt afgewezen. 3De beoordeling Consumentenrechtelijke bepalingen zijn niet van toepassing 3.
- Weliswaar heeft [eiseres] in haar dagvaarding gesteld dat [gedaagde] heeft gehandeld als consument, echter uit de overeenkomst van opdracht blijkt dat [gedaagde] geen consument is. Immers, in de overeenkomst van opdracht staat onder ‘In aanmerking nemende: Zorgverlener (lees: [gedaagde] ) werkzaam is als zelfstandige zonder personeel op het gebied van (thuis)verpleging verzorging en/of ouderenzorg;’. [gedaagde] is een zelfstandige zonder personeel en dus geen consument. Daarom zijn de consumentenrechtelijke bepalingen niet van toepassing op de overeenkomst tussen partijen. [gedaagde] hoeft de bemiddelingskosten van € 72,60 niet te betalen 3.
- [eiseres] meent dat [gedaagde] de bemiddelingskosten voor de maand januari 2025 moet betalen. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Immers, [eiseres] heeft zelf gesteld dat de overeenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2025 al is beëindigd en dat [gedaagde] in januari 2025 niet voor [eiseres] heeft gewerkt. Nu zij in januari 2025 kennelijk niet voor [eiseres] heeft gewerkt, is zij [eiseres] de gevorderde bemiddelingskosten ook niet verschuldigd, aldus [gedaagde] . 3.
- Dit verweer van [eiseres] slaagt. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de gevorderde bemiddelingskosten voor de maand januari 2025 niet aan [eiseres] hoeft te betalen en wel om het volgende. 3.
- [eiseres] heeft in haar conclusie van repliek gesteld dat [gedaagde] de overeenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2025 heeft beëindigd. De kantonrechter maakt daaruit op dat er tussen partijen daarom met ingang van 1 januari 2025 geen lopende overeenkomst meer bestond. [eiseres] heeft echter haar vordering gebaseerd op een lopende overeenkomst op grond waarvan [gedaagde] haar de bemiddelingskosten verschuldigd zou zijn. De vordering ziet namelijk op de bemiddelingskosten in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 januari
- Onduidelijk is waarom [gedaagde] – als de overeenkomst tussen partijen per 1 januari 2025 is beëindigd zoals [eiseres] stelt – over de maand januari 2025 nog een bemiddelingsvergoeding aan [eiseres] is verschuldigd. [eiseres] heeft dit niet toegelicht. De vordering van [eiseres] wordt als onvoldoende onderbouwd daarom afgewezen. De nevenvorderingen worden ook afgewezen 3.
- Omdat de hoofdsom is afgewezen, worden ook de nevenvorderingen die zien op de buitengerechtelijke incassokosten en de verschenen rente afgewezen. [eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen 3.
- [eiseres] wordt als de partij die geen gelijk krijgt in de proceskosten veroordeeld. Deze kosten worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op nihil, omdat van kosten niet is gebleken. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- wijst de vorderingen van [eiseres] af, 4.
- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] , tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 11 februari
- HHt/37278 .