Rechtbank Midden-Nederland – ECLI:NL:RBMNE:2026:814
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Almere Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/813, 25/2804, 25/2651 en 25/2650 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. R.S. Pot), en De Minister van Financiën, T.a.v. de Programmadirecteur Schulden (gemachtigde: A. van der Spoel).
Samenvatting Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor de overname van haar schulden. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep in de zaak UTR 25/2561 gegrond is, omdat de minister het besluit niet voldoende heeft gemotiveerd. De overige drie beroepen zijn ongegrond, de minister mocht de overname van deze schulden afwijzen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop 1. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hiervoor heeft zij ook compensatie gekregen in het kader van de Catshuisregeling. In dit kader heeft eiseres een schuldenlijst toegezonden aan Sociale Banken Nederland (SBN) met het verzoek om overname van haar schulden. Eiseres heeft hiervoor verschillende aanvragen gedaan en de SBN heeft deze aanvragen deels afgewezen.
UTR 25/813 2. Op 26 juni 2024 heeft SBN de aanvraag van eiseres voor overname van diverse schulden afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 november 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De minister heeft per schuld aangegeven waarom deze niet voor overname in aanmerking komen. De schulden waar dit besluit op ziet, zijn:
De schuld aan LAVG ad € 3.500,-. Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister, omdat er onvoldoende bewijsstukken zijn aangeleverd om deze schuld te kunnen beoordelen.
De schuld aan advocaat [A] ad € 2.148,-. Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister, omdat de schuld niet opeisbaar geworden is vóór 1 juni 2021 en daardoor niet voldoet aan de voorwaarden voor overname.
Aangezien eiseres niet is ingegaan op de schuld bij het CAK van € 3.500,- heeft de minister deze buiten beschouwing gelaten.
2.1.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld onder zaaknummer UTR 25/813. De minister heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift.
UTR 25/2804 3. Daarnaast heeft SBN op 18 juni 2024 de aanvraag van eiseres voor overname van haar schulden bij GGN Incasso afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De minister heeft per schuld aangegeven waarom deze niet voor overname in aanmerking komen. De schulden waar dit besluit op ziet, zijn:
De schuld bij GGN Incasso met referentie 146691878 ad € 3.000,-. Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister, omdat een gedeelte van de vorderingen van GGN Incasso al was overgenomen door SBN. Het te veel betaalde bedrag is verrekend met deze schuld. Volgens GGN zijn er geen openstaande schulden meer. Omdat de schuld reeds is afgelost, komt deze niet voor vergoeding in aanmerking.
De schuld bij GGN Incasso inzake Interpolis ad € 1.717,31. Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister, omdat deze schuld ook al is afbetaald, door SBN en/of eiseres zelf. Reeds door eiseres afbetaalde schulden kunnen worden ingediend bij het loket voor al betaalde schulden.
3.1.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld onder zaaknummer UTR 25/2804. De minister heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift.
UTR 25/2651 4. Op 31 mei 2024 heeft SBN de aanvraag van eiseres voor overname van diverse schulden afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Volgens de minister zijn deze schulden eerder ingediend en in het besluit van 25 april 2024 overgenomen en volledig voldaan. De schulden staan niet meer open en komen daarom niet (nogmaals) voor overname in aanmerking. Hieronder volgt een opsomming van deze schulden:
Agin Timmermans met referentie (120203023 Hoist SBN) ad € 829,951;
GGN Incasso met referentie (23850116 AGA SBN) ad € 376,-;
GGN Incasso 25517746 Interpolis Zorgverzekering SBN ad € 3.242,84;
Jongerius sstt Ger.deurw. met referentie (15011322 Vesteda Investment Management SBN) ad € 8.080,94;
Flanderijn met referentie (18118243 Liander SBN) ad € 590,87;
LAVG Gerechtsdeurwaarders met referentie (214179587 Cartera SBN) ad € 760,35;
LAVG Gerechtsdeurwaarders met referentie (230406351 Hoist SBN) ad € 548,41;
Yards deurwaardersdiensten met referentie (8518588 Infomedics SBN) ad € 474,77;
Yards deurwaardersdiensten met referentie (8521550 Infomedics SBN) ad €518,03.
4.1.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld onder zaaknummer UTR 25/2651. De minister heeft op dit beroep gereageerd met een verweerschrift.
UTR 25/2650 5. Ten slotte heeft de SBN op 3 december 2024 de aanvraag van eiseres voor overname van diverse schulden afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister, gedeeltelijk bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De schulden bij Flanderijn met referentie 7299668 en 7299655 ter hoogte van € 8.756,25 en € 918,03 worden wel overgenomen door de minister. De volgende schulden worden niet overgenomen:
GGN Incasso met referentie (B1236231 Allianz Nederland SBN) ad € 145,33. Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister omdat deze reeds betaald is. Eiseres kan deze schuld tot 24 mei 2025 opnieuw indienen bij het loket voor al betaalde schulden.
LAVG Gerechtsdeurwaarders met referentie (230003294 Vattenfall SBN) ad € 6.834,24. Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister omdat deze reeds is overgenomen met het besluit van 18 juni 2024. Omdat de schuld inmiddels volledig is voldaan door SBN, komt deze niet (nogmaals) in aanmerking voor overname. [B] Juristen met referentie (146691878 SBN) ad € 9.800,00; Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister omdat deze reeds is overgenomen met het besluit van 6 februari 2025. Omdat de schuld inmiddels volledig is voldaan door SBN, komt deze niet (nogmaals) in aanmerking voor overname.
TKB Trust krediet (SKP) met referentie (001-372-549 ANWB SBN). Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister omdat de schuldeiser niet binnen drie maanden heeft gereageerd op het verzoek van SBN. Hierdoor kan de schuld niet geverifieerd en ook niet vergoed worden. Eiseres kan deze schuld opnieuw indienen bij het loket private schulden.
Interpolis zorg met referentie (855537434 [eiseres] SBN). Deze schuld is afgewezen voor overname door de minister, omdat deze schuld al is afbetaald. Reeds afbetaalde schulden moeten worden ingediend bij het loket voor al betaalde schulden.
5.1.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld onder zaaknummer 25/2650.
Beoordeling door de rechtbank Toetsingskader Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) 7. De regeling met betrekking tot het overnemen van private schulden is verduidelijkt in de Memorie van Toelichting en de rechtspraak over de Wht. Hieruit blijkt dat het doel van de Wht is om gedupeerde ouders een nieuwe start te bieden door hen in bepaalde gevallen te vrijwaren van incassomaatregelen. Er wordt pas tot incassomaatregelen overgegaan als een schuld opeisbaar is en niet kan worden voldaan. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om alleen opeisbare schulden of achterstanden onder de regeling te brengen. Hierdoor zullen niet alle ouders volledig worden gevrijwaard van alle schulden. De regeling is niet gericht op het herstellen van onrecht, maar op het bieden van een nieuwe start. De wetgever heeft hier ook bewust voor gekozen. Dat kan tot situaties leiden die onrechtvaardig kunnen aanvoelen.
Als de schuld reeds is afbetaald met de ontvangen vergoeding vanuit bijvoorbeeld de Catshuisregeling of de integrale herbeoordeling, en zou voldoen aan de voorwaarden van artikel 4.1, tweede lid als deze niet reeds zou zijn voldaan, kan de schuld in aanmerking komen voor compensatie. Hier dient de ouder aparte aanvragen voor in te dienen.
UTR 25/813 Ontvankelijkheid van het beroep 12. De rechtbank beoordeelt eerst ambtshalve – ondanks dat de minister de ontvankelijkheid niet betwist – of het beroep van eiseres ontvankelijk is omdat wanneer uitgegaan wordt van een bekendmaking van het bestreden besluit op 5 november 2024 het beroep te laat is ingediend. De rechtbank overweegt dat het bestreden besluit op 5 november 2024 niet op de juiste wijze bekend is gemaakt. Het besluit is namelijk alleen naar eiseres gestuurd en niet naar haar gemachtigde. Dat is in strijd met artikel 6:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het gevolg hiervan is dat de beroepstermijn niet is gaan lopen. Omdat de gemachtigde van eiseres heeft aangegeven het besluit op 13 januari 2025 alsnog te hebben ontvangen, is de beroepstermijn op 14 januari 2025 gaan lopen. Dat betekent dat het beroepschrift van 27 januari 2025 toch tijdig is ingediend. De rechtbank is daarom van oordeel dat het beroep ontvankelijk is.
Hardheidsclausule 13. Eiseres voert aan dat de minister haar schulden wel over had moeten nemen en doet daarvoor een beroep op de hardheidsclausule. Vanwege haar minimale inkomen en de persoonlijke omstandigheden had de minister een uitzondering moeten maken. De schulden zijn namelijk dermate problematisch voor eiseres. Zij is vanwege haar minimale inkomen niet in staat om deze schulden af te lossen. Daarnaast kampt eiseres ook nog altijd met de geestelijke gevolgen van de toeslagenaffaire.
Ingetrokken gronden 15. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres de gronden over het hoorgesprek, de schuld bij Interbank en de overschrijding van de redelijke termijn ingetrokken. De rechtbank zal deze daarom verder buiten beschouwing laten.
UTR 25/2804 16. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte haar schulden niet overneemt. Eiseres heeft recht op de betaling van deze schulden door SBN omdat zij erkend is als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Daarnaast voldoet eiseres gewoon aan de voorwaarden voor het overnemen van de ingediende schulden. Eiseres heeft in ieder geval voldoende bewijs aangeleverd dat zij de schulden heeft betaald en dat de schulden binnen de periode van 31 december 200 en 21 juni 2021 zijn ontstaan.
UTR 25/2651 19. Eiseres voert ook in deze zaak aan dat de minister ten onrechte haar schulden niet overneemt. Eiseres heeft recht op de betaling van deze schulden door SBN omdat zij erkend is als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Daarnaast voldoet eiseres gewoon aan de voorwaarden voor het overnemen van de ingediende schulden. Eiseres heeft in ieder geval voldoende bewijs aangeleverd dat zij de schulden heeft betaald en dat de schulden binnen de periode van 31 december 200 en 21 juni 2021 zijn ontstaan.
UTR 25/2650 Overname private schulden 23. Eiseres voert ook in deze zaak aan dat de minister ten onrechte haar schulden niet overneemt. Eiseres heeft recht op de betaling van deze schulden door SBN omdat zij erkend is als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Daarnaast voldoet eiseres gewoon aan de voorwaarden voor het overnemen van de ingediende schulden. Eiseres heeft in ieder geval voldoende bewijs aangeleverd dat zij de schulden heeft betaald en dat de schulden binnen de periode van 31 december 200 en 21 juni 2021 zijn ontstaan.
Schuld TKB Trust 25. Daarnaast voert eiseres aan dat het niet voor haar rekening kan komen dat TKB trust krediet niet heeft gereageerd. Eiseres heeft namelijk alle documenten die zij tot haar beschikking heeft overgelegd. Volgens eiseres is het dan aan de minister om de benodigde informatie te verkrijgen over de schuld bij TKB trust krediet. Het is voor eiseres onduidelijk of de minister voldoende moeite heeft gedaan om deze informatie te achterhalen.
Ingetrokken gronden 27. De gronden over de afwijzing met code 4 en de gedane toezeggingen zijn ter zitting ingetrokken. De rechtbank laat deze gronden daarom verder buiten beschouwing.
Conclusie en gevolgen 28. Het beroep met zaaknummer UTR 25/2651 is gegrond. De minister heeft gezien de geconstateerde discrepantie namelijk niet voldoende gemotiveerd waarom de schuld aan Jongerius niet volledig is overgenomen. De beroepsgronden over de andere schulden slagen niet. Die schulden komen niet in aanmerking voor overname in het kader van artikel 4.1, tweede lid van de Wht. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor wat betreft de schuld aan Jongerius en draag de minister op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
28.1.
Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van €934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal €1.868,-.
Beslissing De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. E.S. Dorsman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026.
De rechter is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Kamerstukken II 2021/22, 36 151, nr. 3.
Dit volgt uit artikel 4.3, eerste en derde lid van de Wht.
ECLI:NL:RVS:2024:2045.
ECLI:NL:RVS:2025:456.