RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/7727 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder (gemachtigde: mr. [gemachtigde 1] en mr. [gemachtigde 2] ). Procesverloop Wat is er – in het kort – gebeurd?
- Eiseres is slachtoffer van de toeslagenaffaire. Ze heeft zich op 13 mei 2024 bij verweerder aangemeld voor de ex-toeslagpartnerregeling.
- Op 3 september 2024 heeft verweerder aan eiseres een financiële compensatie van € 10.000,- toegekend op grond van de ex-toeslagpartnerregeling.
- Eiseres vindt dat de compensatie geen recht doet aan het leed dat haar is aangedaan. Om die reden heeft ze bezwaar gemaakt.
- Bij besluit van 14 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder handhaaft het compensatiebedrag van € 10.000,-. Meer compensatie is op grond van de ex-toeslagpartnerregeling volgens verweerder niet mogelijk.
- Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
- De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Eiseres en de gemachtigden van verweerder zijn op zitting verschenen. Beoordeling door de rechtbank Kan eiseres meer compensatie krijgen op basis van de ex-toeslagpartnerregeling?
- Eiseres vindt dat zij gezien moet worden als gedupeerde van de toeslagenaffaire en niet als ex-partner van een gedupeerde. De toeslagen zijn weliswaar op naam van haar ex-partner aangevraagd en hij heeft daardoor als gedupeerde een compensatie van € 30.000,- gekregen, maar eiseres is degene geweest die de schulden heeft afbetaald. Haar ex-partner heeft haar namelijk verlaten toen alle schulden betaald moesten worden. Eiseres was vanaf dat moment alleenstaand moeder. Ze heeft haar studie moeten opgegeven, om te kunnen werken en de schulden af te kunnen betalen. Door de financiële problemen en de stress heeft ze haar dochter niet kunnen bieden wat ze haar had willen bieden. Ze heeft ook zichzelf op de tweede plek moeten zetten en moeten leunen op haar ouders om rond te kunnen komen. Eiseres heeft samen met haar dochter het meest geleden. Hier wil ze erkenning voor. Uitgedrukt in geld wil ze hetzelfde als de gedupeerden ontvangen, namelijk € 30.000,-.
- Verweerder heeft in de ex-toeslagpartnerregeling geen ruimte gezien om eiseres meer compensatie te bieden. Verweerder heeft op de zitting toegelicht niet te twijfelen aan de door eiseres geleden schade en gewezen op de procedure voor aanvullende schadevergoeding die nog moet worden ingevoerd. Eiseres zal hiervoor door verweerder worden benaderd.
- De rechtbank vindt het voorstelbaar dat de gevolgen van de toeslagenaffaire op eiseres en haar dochter een grote, zware en blijvende impact hebben gehad en dat zij zich gedupeerd voelen. Eiseres heeft dit tijdens de zitting goed onder woorden gebracht. Het haar aangedane leed verdient erkenning en compensatie. Het staat vast dat zij als ex-toeslagpartner daarom recht heeft op compensatie op grond van de ex-toeslagpartnerregeling.
- De rechtbank kan in deze procedure alleen beoordelen of verweerder eiseres op grond van de ex-toeslagpartnerregeling de juiste compensatie heeft gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank is dat zo. In de ex-toeslagpartnerregeling is namelijk een vast bedrag van € 10.000,- opgenomen voor de vergoeding van de ex-toeslagpartner. De regeling biedt geen mogelijk een hoger compensatiebedrag toe te kennen.
- Bij het maken van deze regeling heeft de wetgever bewust gekozen voor een vast bedrag, om snel en efficiënt herstel te bieden aan de ex-toeslagpartners. De wetgever schrijft over deze keuze: ‘Bij de keuze van de hoogte van het bedrag is beredeneerd dat € 10.000 substantieel genoeg wordt geacht om echt iets te betekenen voor ex-partners, als het verdelen niet lukt. Wanneer de ex-partner meent meer schade te hebben dan deze € 10.000 kan hij of zij dit aanvoeren bij de aanvullende schaderegeling.’Dat betekent dat de wetgever bij het maken van deze regeling heeft onderkend dat het soms niet lukt tussen partners (zoals bij eiseres en haar ex-partner) de compensatiebedragen eerlijk te verdelen, en dat de wetgever ervoor heeft gekozen om ex-toeslagpartners in die gevallen een vast bedrag aan compensatie toe te kennen. Er bestaat naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen mogelijkheid om eiseres een hoger compensatiebedrag toe te kennen. Dat betekent dat het compensatiebedrag van € 10.000,- blijft staan. Het beroep is ongegrond. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het compensatiebedrag van € 10.000,- blijft staan. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Venderbosch, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 januari
- De griffier is verhinderd De rechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. artikelen 2.14g en 2.14h van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen Kamerstukken II, 2022/23, 36352, nr. 3, pagina 9